`Ze gaan hem vermoorden. Hij is te goed voor ons'

Een beminnelijke sloddervos met een Clintoneske charme. Dat was de Viktor Joesjtsjenko die eind maart 2002 voor de gouden koepels van de St. Sophia moppen tapte met studenten van de landbouwschool, baby's knuffelde en grootmoedertjes omhelsde. De liberale centrale bankier en ex-premier voerde campagne voor zijn hervormingsblok `Ons Oekraïne'. ,,Onder mijn kabinet was er uitzicht op vooruitgang, nu rollen we de heuvel af richting corruptie, verval en stagnatie'', tekende ik op. Joesjtsjenko glimlachte parelend, gaf een warme handdruk en stapte in zijn campagnebus. Een natuurtalent.

,,Ze gaan hem vermoorden'', voorspelde journaliste Aleona Pritoela diezelfde week zakelijk. ,,Hij is te goed voor ons.'' Pritoela kende de Oekraïense politiek: haar baas en vriend, Georgi Gongadze, was zonder hoofd en handen in een ondiep graf gevonden. Even later waren geluidstapes opgedoken waarop president Koetsjma ogenschijnlijk opdracht gaf voor die moord.

Joesjtsjenko leek van heel ander materiaal gemaakt dan de wezelachtige Koetsjma, de volgevreten bureaucraten, de grijze partijfossielen en de gangsterachtige oligarchen die de Oekraïense politiek domineren. Maar was hij niet te beminnelijk, te inschikkelijk, te slap voor het cynische Oekraïne?

Dat was allemaal vóór zijn extreme makeover. De Viktor Joesjtsjenko die nu dagelijks met een bos bloemen op het podium van het Overwinningsplein staat, heeft een geruïneerd, opgezwollen gezicht met ogen als spleetjes. Zijn speeches zijn vlak, hij beweegt soms als een maanwandelaar, oogt treurig en in zichzelf gekeerd. Joesjtsjenko is eerder een icoon dan een inspirerend volksmenner.

In augustus probeerde een vrachtwagen vol zand Joesjtsjenko's auto al van de weg te duwen, begin september werd hij opgenomen in een Oostenrijkse kliniek met een lugubere ziekte. Aanhangers zeggen dat hij onwel werd na een diner in de datsja van Igor Smesjtsjko, het hoofd van de geheime dienst SBU. Vijandige media houden het op bedorven sushi of indigestie na een overdadig maal, weggespoeld met liters wijn en cognac.

Wat vreet aan Joesjtsjenko? De artsen van het Rudolfinerhaus weten het niet: hij arriveerde pas vier dagen nadat hij onwel werd, te laat om vergiftiging vast te stellen. De kliniek sluit stress of een virusinfectie niet uit. Een Britse toxicoloog suggereerde dioxinevergiftiging, ander experts achten dat onwaarschijnlijk. Wie weet? Decennia grootschalig onderzoek in chemische en biologische oorlogsvoering heeft de voormalige Sovjet-Unie een arsenaal boordevol nare verrassingen nagelaten.

De timing van zijn ziekte is in elk geval verdacht. Joesjtsjenko stond in de peilingen voor op zijn opponent Janoekovitsj. Door zijn ziekte verloor hij vier vitale weken campagne, hij werd nooit meer helemaal de oude. Zijn status van martelaar compenseert dat nadeel maar gedeeltelijk.

Viktor Joesjtsjenko is een zoon van dorpsleraren. Hij werd geboren in 1954 in het dorp Choroezjivka in de Sumi-regio, een Oekraïenstalige enclave in het oostelijke, gerussificeerde deel van het land. Hij studeerde voor accounant, klom op in de financiële hiërarchie van de Sovjet-Unie en werd in 1993 benoemd tot hoofd van de Centrale Bank van onafhankelijk Oekraïne. Daar beëindigde hij de hyperinflatie en introduceerde de hrinia, de Oekraïense munt. Bij het IMF scoorde het Wunderkind met kritiek op de slonzige Oekraïense huishouding, subsidies aan zieltogende mijnen en staalfabrieken en corrupte ruilhandelschema's.

In 1999 werd Joesjtsjenko onverwachts premier. President Koetsjma voerde in dat jaar van zijn herverkiezing campagne tegen corruptie en voor aansluiting bij de EU. Cynici glimlachten wereldwijs: in 1994 was dezelfde Koetsjma gekozen als de man van Moskou, waarna hij zich meteen tegen Rusland had gekeerd.

Zo zou het weer gaan: onder Koetsjma dobberde Oekraïne namelijk liefst bewegingloos tussen Moskou en het Westen onder het motto `melk twee koeien tegelijk'. Zaak was Oost en West met schijnbewegingen zoet te houden, zodat de één goedkope olie en gas en de ander kredieten leverde terwijl de elite de room van de melk schepte.

Misschien zag Koetsjma Joesjtsjenko als een knap, plooibaar smoeltje richting Westen. Maar de premier opereerde voortvarend. Zijn kabinet snoeide in de staatssubsidies en de belastingvrijstellingen waarop oligarchenclans parasiteerden, liberaliseerde de landbouw, voerde een enkele `schone' privatisering door, drong het begrotingstekort terug. Dat Oekraïne onder Joesjtsjenko voor het eerst sinds de onafhankelijkheid economische groei in plaats van krimp kende, is niet per se aan deze hervormingen te danken: tal van sovjetrepublieken klommen rond die tijd uit het dal. Maar Joesjtsjenko maakte zich populair.

Misschien te populair voor een president die zelf vanaf eind 2000 universeel gehaat wordt door `Koetsjma-gate'. Een lijfwacht liet geluidstapes uitlekken waarop Koetsjma moord, fraude, onderdrukking en illegale wapendeals regelde. Tienduizenden Oekraïeners betoogden voor zijn aftreden, de deuren in Washington en Brussel sloegen met een klap dicht.

Dat kwam de oligarchenclans, in de beurs getroffen door premier Joesjtsjenko, goed uit. Hoewel de premier zich loyaal opstelde, was zijn tijd voorbij. Oekraïne zwenkte weer in de richting van Moskou, in april 2001 ruimde Joesjtsjenko het veld. In 2002 werd Joesjtsjenko's blok `Ons Oekraïne' de grootse partij, ondanks weerstand van de staatsorganen en media. Joesjtsjenko leek de toekomst van Oekraïne. Dat kan nog altijd. Hij leeft nog.