Wij eisen leiderschap!

Wij vinden dat wij in oorlog zijn met het door de fundamentalistische islam geïnspireerde terrorisme. Het heeft ons ontredderd, en we zijn een chagrijnig landje geworden. En wij lijken te hebben vastgesteld dat krachtig leiderschap het medicijn tegen deze kwaal zal zijn. In elk geval vinden wij dat er van ons huidige leiderschap niets deugt, dus dat moet hoe dan ook overboord.

Het heeft iets paradoxaals, de hoge en schrille toon waarop links en rechts, in ochtend- en avondblad, commentaar wordt geleverd op kabinet, minister-president en koningin. Wie zo een ander langs de lat legt heeft zichzelf tot hoogste, oordelende instantie benoemd. Die beklaagt zich over een nalatige zetbaas, maar steekt zelf geen poot uit. Als zich een krachtige leider zou melden die voldoet aan de gestelde specificaties, dan zou hij om te beginnen al de betweterige commentatoren van de zijlijn wegsturen. Meespelen of wegwezen, zou hij hun toevoegen, op de krachtige en gezaghebbende toon waar nu zoveel behoefte aan lijkt te zijn.

Gezag: wij vragen erom en tegelijk zijn we er allergisch voor. Wat is dat toch, die allergie? Heinrich Böll heeft ooit een boek geschreven, Häuser ohne Hüter. In het Nederlands werd de titel Huizen zonder Vaders. Het speelt zich af in de naoorlogse Duitse samenleving, die voor het grootste deel werd gedragen door moeders en vrouwen. De mannen, de vaders, waren weg, gesneuveld in de oorlog die een krachtige leider voor hen had gevoerd. Een generatie eerder waren over heel Europa tien miljoen mannen weggemaaid. Niet alleen huizen zonder vaders: een werelddeel zonder vaders.

In haar prachtige essay over opvoeding, Le piccole Virtù, schetst Natalia Ginzburg het contrast tussen de generatie van haar ouders en de hare. ,,Het was een tijd van harde en luide woorden. De onze is er een van bedeesde, koele woorden, waaronder misschien het verlangen naar een nieuwe verovering schuil gaat. Maar het is een timide verlangen, vol angst belachelijk te zijn. Daarom hullen wij ons in behoedzaamheid en intellectualiteit. Zij bedienden zich tegenover ons van een gezag dat wij nooit aan zouden kunnen. Zij stonden sterk in principes die zij onverwoestbaar achtten, en zij heersten over ons met absolute macht. Hun donderende woorden maakten ons doof; een gesprek was niet mogelijk omdat zij ons het zwijgen oplegden zodra zij vermoedden dat zij ongelijk hadden; zij sloegen met de vuist op tafel en deden de kamer trillen. Wij herinneren ons het gebaar maar zouden het niet kunnen nadoen. Wij kunnen ons boos maken, huilen als wolven; maar achter ons wolvengehuil is er een hysterische snik, het hese geblaat van een lam.''

Dit is geen verheerlijking van het verleden. Het klinkt alsof er destijds in Europa wat te veel mannelijkheid, te veel vaderlijk gezag was. Daar hebben twee wereldoorlogen dan een heel zware correctie op aangebracht. Het ziet ernaar uit dat mannelijkheid en vaderlijkheid in dit deel van de wereld ernstig en misschien wel fataal verzwakt zijn. Want zie wat er rond 1968 gebeurde, toen een horde blagen van mijn generatie tegen ministers, professoren, directeuren en vaders riep dat ze moesten inbinden of opkrassen. Het onvoorstelbare gebeurde: zij mompelden vaag iets van `Neem ons niet kwalijk dat we in de weg stonden', en ze gingen, zonder slag of stoot. Blagengedrag bleek sterker dan gezag, en heeft zich sindsdien ontwikkeld tot de norm. De adolescent werd de baas van de vader.

De adolescent werd opgevolgd door zijn adolescente kinderen, maar hij heeft nooit de moed of de verantwoordelijkheid durven nemen om zelf de vacante plaats van het gezag in te nemen. De ideale ouder werd de beste vriend of vriendin van zijn kinderen, niet hun leidsman of -vrouw of mentor. Kinderen groeiden op met vrijheid als hoogste waarde en er was niemand meer die durfde zeggen ,,zo doen wij dat niet bij ons''. Niet in dit gezin, niet in deze straat, niet in dit land. Dat zou gezagsuitoefening zijn en gezag is verdacht, want het fnuikt vrijheid. Zo raakte vrije meningsuiting vervormd tot vrijheid om te kwetsen; vrije keuze werd vrijheid om je nergens iets van aan te trekken. Mijn generatie is dronken geraakt van een geslaagde overname van de macht in paleizen, parlementen, universiteiten en gezinnen. En vervolgens hebben wij op grote schaal verzuimd de overeenkomstige verantwoordelijkheid te nemen. Wij eisten vrijheid en toen we het hadden, maakten we er vrijblijvendheid van. We waren te bang. Wolvengehuil, een hysterische snik.

Waar waren de Marokkaanse vaders toen het erop aankwam hun kinderen te leren en voor te doen hoe het is om respect te krijgen en te geven? De film Shouf Shouf Habibi schetst een hilarisch maar dieptriest beeld van een status- en prestigeloze, moreel gecastreerde vader. Achteraf zit er een treurige ironie in dat deze mannen ooit zijn gekomen naar een land waar vader-zijn niet in de mode is. Het heeft ook hun het vaderschap gekost. Hun zonen groeien op met één doel voor ogen: ,,Dit nooit!'' En ze ontwikkelen zo een ongepolijste variant van het blagengedrag dat hier al 35 jaar de norm is.

Waar zijn de vaders? Of beter, waar is de vader-energie, waar zijn de vader-waarden? Wij zijn zelf het probleem. Het gaat ons niet aan, leiderschap te eisen; waar het om gaat is dat we het bieden. Dat begint met het afzweren van ons eigen adolescentengedrag. Ja, er is veel dat niet klopt. Nee we gaan niet op hoge toon eisen dat een sterke man dat voor ons oplost. We beginnen het hoofd ervoor te buigen dat er dingen zijn die boven onze macht gaan. We houden op God en koning en minister-president ter verantwoording te roepen. Niemand heeft ooit een levenslange pretgarantie afgegeven, dus er valt niets te claimen. We houden ook op ons door onze kinderen de norm te laten stellen in eindeloze gezinsonderhandelingen. We gaan onze kinderen en medewerkers tonen hoe het is de mantel van verantwoordelijkheid en gezag te dragen, hoe beducht wij er ook voor zijn. Alleen zo zullen zij hem later kunnen overnemen. ,,Het gebeurt zoals ik het zeg. Waarom? Omdat hier iemand een standpunt moet innemen over wat goed is en wat niet, en die verantwoordelijkheid neem ik. In deemoed ten opzichte van de grote taak en mijn geringe kracht. Maar ook met verantwoordelijkheid ten opzichte van jullie die kleiner zijn dan ik. Ook al camoufleer je dat met grote monden. Want dat spelletje ken ik.'' Of, zo een goede vriendin van me dat op haar keukenschort heeft staan: ,,Cuz I'm the Mummy, that's why!'' Dat is vader-energie!