Wie moet Hoflands staatsgreep uitvoeren?

`Nederland wordt rijp voor een staatsgreep'', zo stelde Henk Hofland gisteren op deze pagina. Volgens Hofland is ,,theoretisch aan alle voorwaarden voldaan'' (massale ontevredenheid, onoplosbaar lijkende problemen en een zwak gezag) voor een komende machtsovername.

De vraag is echter of die analyse van Hofland juist is. Wie namelijk de klassieke theoretici over staatsgrepen erop naslaat – zoals Curzio Malaparte (De Techniek van de staatsgreep) en Edward Luttwak (Coup d'état) – moet toch tot de conclusie komen dat Hofland met deze blufpoker zijn hand een beetje overspeelt. Want wie wil hij zo'n staatsgreep laten uitvoeren? Het Republikeins Genootschap? Prins Willem-Alexander?

Vrijwel alle 518 staatsgrepen en pogingen daartoe in de 20ste eeuw werden uitgevoerd door eenheden van de nationale strijdkrachten, of kwamen slechts tot stand dankzij de (stilzwijgende) steun van diezelfde strijdkrachten. De laatste drie staatsgrepen in Nederland hadden plaats rond 1800, ten tijde van de Bataafse Republiek (Daendels tweemaal in 1798; Augereau eenmaal in 1801). Sindsdien heeft alleen de Koninklijke Luchtmacht in de jaren '80 – als protest tegen de bezuinigingen op Defensie – een viertal Orions demonstratief over Het Binnenhof laten vliegen, en daarbij is het, wat de militaire ongehoorzaamheid aan het gezag betreft, gebleven.

Ondanks de huidige bezuinigingen op Defensie en het trauma van Srebrenica hebben de Nederlandse strijdkrachten aan status gewonnen dankzij de rol van vredestichter en -handhaver in verschillende conflictgebieden ter wereld. Er zijn dus geen gefrustreerde kolonels die zich in achterkamertjes verbijten en plannen smeden voor een staatsgreep.

De enige optie die Hofland dan resteert, is de `geregisseerde volksopstand', zoals we die hebben zien slagen in het voormalige Joegoslavië en Georgië en wellicht straks ook in Oekraïne.

Wat Hofland dan vergeet, is dat de democratische traditie in ons land heel wat dieper gaat dan de ontevredenheid over de samenleving. Maar wat waarschijnlijk de doorslag geeft, is dat Nederlanders wellicht ontevreden zijn met de samenleving, maar dat zij daarentegen heel tevreden blijken te zijn met hun eigen leven.

In het zicht van een opbloeiend economisch herstel lijkt de vraag gerechtigd welke Nederlanders dat allemaal in de waagschaal willen leggen voor een ongewis politiek avontuur.

Kees M. Paling is verbonden aan het Sociaal en Cultureel Planbureau. Van hem verschijnt voorjaar 2005 `Coup Crises 1799-1999, het Gouden Tijdperk van de Coup d'Etat'.