Van Aartsen eist leiderschap VVD op

Jozias van Aartsen, voorzitter van de VVD-fractie in de Tweede Kamer, eist het leiderschap van zijn partij op. Van Aartsen zei gisteren voor het eerst publiekelijk dat hij ,,de ambitie [heeft] de leider te worden.''

Sinds het aantreden van Van Aartsen als fractievoorzitter in de Tweede Kamer in het voorjaar van 2003 bestaat onduidelijkheid over het leiderschap van de VVD. Van Aartsen deelt het politiek leiderschap met minister Zalm (Financiën), die lijsttrekker was bij de verkiezingen in 2003.

Zalm zei vanochtend in een reactie dat hij verwacht dat Van Aartsen ,,hoge ogen zal gooien bij de strijd om het leiderschap''.

Zalm noemt Van Aartsen ,,een hele goede kandidaat met zeer veel ervaring.'' Minister Kamp (Defensie), die vorige week ook aangaf beschikbaar te zijn voor het toekomstig leiderschap, zei dat het van ,,een gezonde ambitie getuigt dat Van Aartsen zich nu voor het leiderschap heeft gekandideerd''.

Van Aartsen deed zijn uitspraken gisteren in het televisieprogramma Barend & Van Dorp. Hij zei daar verder dat de VVD tot nu toe de functie van politiek leider niet kent. Zaterdag houdt de VVD een congres, waar naar verwachting wordt gestemd over een initiatiefvoorstel van de afdeling Ede/Wageningen om het politiek leiderschap te koppelen aan het fractievoorzitterschap. Van Aartsen steunt dat voorstel.

In het voorstel om de fractievoorzitter politiek leider te maken, wordt een relatie gelegd tussen ,,de recente verkiezingsnederlagen'' en ,,het ontbreken van een eenduidig en herkenbaar politiek leiderschap binnen de VVD''. Die analyse wordt overigens niet gedeeld door de partijtop. Minister Zalm staat volgens een woordvoerder ,,sympathiek'' tegenover het initiatiefvoorstel van Ede/Wageningen. Hij erkent dat de huidige situatie ,,niet ideaal is''.

VVD-erelid Vonhoff, bekend als hoeder van het partijverleden, wees er vanochtend op dat de ,,functie van politiek leider in de VVD niet bestaat, laat staan dat je hem zou kunnen kiezen''. Vonhoff wijst er wel op dat in het verleden het meestal de fractieleiders in de Tweede Kamer waren die als `politiek aanvoerder' beschouwd werden.

,,Maar politiek aanvoerder bén je niet, dat komt je toe door je prestige. Ik begrijp dat er in de huidige situatie behoefte bestaat aan duidelijkheid, maar we moeten het zeker niet gaan forceren.''

Minister Kamp zei in reactie op de uitspraak van Van Aartsen dat de leiderschapskwestie nu speelt: ,,Maar de leden bepalen uiteindelijk in 2006 wie de lijsttrekker wordt en ik denk niet dat een van beide heren dat in de weg wil staan''. Kamp laat zich over zijn eigen ambities niet uit. ,,Het is 2004, de verkiezingen zijn in 2007''.

Niet iedereen binnen de VVD is ervan overtuigd dat het aanwijzen van een politiek leider een einde maakt aan de interne discussie. ,,Titulatuur verandert weinig aan de praktijk'', meent Frits Huffnagel, wethouder van Financiën in Amsterdam, en `coming man' in de VVD. ,,Je zult toch houden dat Zalm als aanvoerder in het kabinet de blauwe punten uit het verkiezingsprogramma moet binnenhalen, terwijl Van Aartsen in de Kamer het politieke denkwerk verricht. Die rolverdeling is onvermijdelijk voor een partij die wél in het kabinet zit, maar niet de premier levert''.

Edwin van de Haar, rechtse horzel in veel partijdiscussies binnen de VVD, is voorstander van de aanwijzing van één leider, maar meent ,,dat het veel chiquer zou zijn wanneer Zalm en Van Aartsen dat onderling zouden regelen. Ik moet het nog zien gebeuren''.

Uit een recente peiling van onderzoeksbureau Nipo onder VVD-kiezers bleek dat 83 procent wil dat er één politiek leider komt. Daarbij heeft volgens het onderzoek Zalm de beste papieren (49 procent), terwijl 16 procent vindt dat Van Aartsen de partij moet aanvoeren.