Steeds meer geweld Turkse criminelen

Uit onderzoek van de politie blijkt dat de Turkse criminaliteit steeds gevarieerder wordt. Van heroïne- en vrouwenhandel tot fraude en berovingen.

,,De geweldsspiraal in het Turkse criminele milieu in Nederland is stijgende.'' Dat zei gisteren J.Boersma, politiechef bij de Nationale Recherche. Ook officier van justitie R.van Tooren van het landelijk parket uitte zijn verontrusting over deze ontwikkeling. ,,We hadden het beeld dat Oost-Europese criminaliteit, met name de Russische, erg gewelddadig zou zijn. Maar de Turken scoren veel hoger.'' Boersma en Van Tooren gaven op het hoofdbureau van politie in Zwolle een toelichting bij de zogeheten criminaliteitsbeeldanalyse (CBA) van de Turkse georganiseerde criminaliteit in Nederland in 2002-2003.

Van oudsher zitten Turkse criminelen in de heroïnehandel. Ook nu is dat nog zo, zij het dat een verschuiving plaatsvindt. Zo was 1.300 kilo van de in 2002-2003 in beslag genomen 2.816 kilo heroïne bestemd voor het Verenigd Koninkrijk. Dit betekent dat de Nederlandse heroïnemarkt stagneert en steeds meer heroïne is bestemd voor doorvoer naar het buitenland. Veel liquidaties zijn het gevolg van ruzies over heroïnetransacties of over de kwaliteit van de geboden waar.

In de CBA wordt uitgebreid stilgestaan bij extremistische bewegingen. Zo wordt geconstateerd dat de Kaplan-beweging, die bij het streven naar een islamitisch Turkije geweld propageert en die in Duitsland illegaal is verklaard, steeds actiever is in Nederland. In Nederland telt deze beweging ongeveer 200 leden. De propaganda van deze beweging heet in de CBA ,,polariserend en soms zelfs haatdragend''. Daarnaast wordt in de CBA geconstateerd dat individuele Turken zich in toenemende mate aansluiten bij niet-Turkse radicaal-islamitische organisaties. Niet is vastgesteld dat de Turkse georganiseerde misdaad het extremisme actief steunt.

Turkse criminelen sluizen een groot deel van hun opbrengsten naar Turkije. In 2002 zijn er ruim 900 verdachte financiële transacties geregistreerd waarbij Turken waren betrokken met een waarde van circa 5,4 miljoen euro. Meer dan de helft van die transacties wordt verzorgd door Turkse banken. In Turkije wordt geld vaak in onroerend goed geïnvesteerd. Volgens Van Tooren wordt vaak in Turkije beslag gelegd op criminele winsten en met zwart geld gekocht onroerend goed, zoals huizen en hotels. ,,Maar de juridische ontnemingstrajecten in Turkije duren lang. De ontnemingszaak tegen Baybasin (in 2002 tot levenslang veroordeeld, red.) loopt nog steeds.''

Een ander deel van de criminele winsten wordt geïnvesteerd in Nederland, met name in panden voor uitzend- en reisbureaus en horecagelegenheden. Deze investeringen dienen een tweeledig doel. Geld wordt witgewassen en genoemde bedrijven dienen als dekmantel voor verdere criminele activiteiten, zoals opslag van illegale goederen, tewerkstelling van illegalen of afscherming van prostitutie.

De CBA constateert ten aanzien van de uitzendbureaus dat de inwerkingtreding van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) in 1998 heeft geleid tot een explosieve groei van malafide uitzendbureaus. Zij maken zich schuldig aan uitkeringsfraude, misbruik van sofi-nummers, mensensmokkel en aan loonbelastingfraude. In dit verband stelt de CBA: ,,Een groot accountantskantoor en verschillende administratiekantoren zijn willens en wetens betrokken bij valsheid in geschrifte en belastingfraude.''

Naast mensensmokkel is er ook vaak sprake van vrouwenhandel. Volgens Van Tooren spelen vooral de Turkse Bulgaren hierin een belangrijke rol. Vrouwen worden in Oost-Europa geronseld, naar Nederland getransporteerd en hier tewerkgesteld in cafés en koffiehuizen. Met geweldsdreiging en mishandeling worden de vrouwen aan het werk gehouden. De CBA laakt in dit verband de activiteiten van een niet nader genoemde Nederlandse advocaat die zorgde voor de verblijfsvergunningen voor de vrouwen.

Van Tooren wijst ook op de relaties tussen Turkse reisbureaus in Nederland en hotels in Turkije, waarbij het in beide gevallen om criminele investeringen gaat. ,,Dat verband is wel aangetoond, maar valt niet te veralgemeniseren.'' In deze gevallen wordt ,,vanuit de Nationale Recherche'' het lokale bestuur gevoed met informatie zodat zij de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob) kunnen toepassen. Overigens benadrukt Van Tooren: ,,Ik ben huiverig om net te doen alsof we zo'n fantastisch zicht hebben op alles.''