Niet alles kan meer gezegd worden

De `doodswens'die Van de Ven uitsprak over Wilders, leidt tot veel commotie. Maar tot voor kort werden wel ergere uitspraken aangehoord. ,,De maat is kennelijk vol.''

De eerste minister die reageerde toen Abdul-Jabbar van de Ven `ja' antwoordde op de suggestie van tv-presentator Andries Knevel dat hij Geert Wilders dood wenste, was Rita Verdonk. Van de Ven gaf zijn bevestigende antwoord dinsdagavond om een uur of tien. Nog voor middernacht vroeg Verdonk zich op Radio 1 af: ,,Hoe kan het zo zijn dat we in Nederland zover zijn gezonken?''

Ook haar toevoeging dat ze tot op de bodem uit wilde zoeken hoe strafbaar de uitspraken waren, haalde woensdagmorgen De Telegraaf, die met de doodswens opende. Stelde het openbaar ministerie die morgen vroeg nog dat uitspraken als die van Van de Ven vallen onder de `vrijheid van meningsuiting' en daarom niet strafbaar zijn, in de loop van de dag veranderde dat snel.

Om een uur of elf verklaarde bijvoorbeeld minister Remkes in de marge van een conferentie in Nijkerk dat volgens hem ,,collega Donner'' ging ,,bekijken'' wat kon worden gedaan. 's Middags vroegen de fractievoorzitters in de Tweede Kamer Donner of hij kon ,,optreden''. Dat gaat Donner nu doen, bevestigde hij gistermiddag.

Zo snel kan het gaan. Nog maar drie weken geleden zeiden dezelfde fractieleiders en ministers dat de vrijheid van meningsuiting kost wat kost verdedigd moest worden. Op 2 november, de dag van de moord op Theo van Gogh, zei minister Verdonk op de Dam: ,,Theo ging flink tekeer tegen alles wat hij zag als misstanden in de samenleving. Hij nam geen blad voor de mond en soms zocht hij het randje op. Maar in dit land mag dat.''

Theo van Gogh beschimpte in zijn columns en artikelen politici als Melkert, Kok, Zalm, Dittrich en Rosenmöller – tot aan doodswensen toe. Over Rosenmöller: ,,Mogen de cellen in zijn hoofd zich tot een juichende tumor vormen, laat ons pissen op zijn graf.'' In mei 2003 schreef Van Gogh over Volkert van der G., de moordenaar van Pim Fortuyn, dat hij hoopte dat die ,,door wat medegedetineerden wordt opgehangen of toevallig struikelt van een hoogte''.

Het toont aan hoe snel de stemming in Nederland is omgeslagen, zegt de Leidse hoogleraar strafrecht Th. de Roos. ,,Tot voor kort, een paar maanden geleden nog, leek vrijwel niemand een probleem te maken van zulke beledigende taal, ook niet als het de vorm van een doodswens had.'' Theo van Gogh zelf, supporters die in het voetbalstadion roepen dat joden ,,aan het gas'' moeten, Nederland werd steeds toleranter, zegt De Roos. ,,Maar nu is iedereen het er over eens dat niet alles meer gezegd kan worden.''

De Tweede Kamer wil hardere maatregelen tegen spreekkoren in het voetbalstadion. Minister Donner zei vorige week dat de wetten om godlastering aan te pakken strenger toegepast moeten worden. En deze week staat in het teken van de uitspraken van Van de Ven. Maar hoewel de uitspraken van Van de Ven niet van goede smaak getuigen, zien strafrechtdeskundigen vrijwel geen enkele grond om hem te vervolgen.

,,Het is nu een politieke reflex om alles waar afkeuring over bestaat in het strafrecht te gieten'', zegt C.F. Rüter, emeritus hoogleraar strafrechtwetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. ,,Vooral Donner is daar hard mee bezig. Dat zie je bij de discussie over spreekkoren ook. In het stadion worden al decennia nare dingen geroepen, maar nu is de maat vol.''

En dat terwijl de hardop uitgesproken wens dat iemand anders zal sterven, volgens de deskundigen op dit moment nauwelijks vervolgbaar is. Artikel 137 van het wetboek van strafrecht verbiedt belediging, aanzetten tot haat en discriminatie. Maar, zegt De Roos, dat artikel is vooral bedoeld voor het vervolgen van haat tegen bevolkingsgroepen, zoals homoseksuelen, christenen of vrouwen.

Volgens de wet is smaad en belediging tegen personen ook verboden, maar ook dát is volgens De Roos niet erg kansrijk. ,,Dan had van de Ven beledigende kwalificaties moeten gebruiken, zoals `hond' of `varken'. Dat heeft hij niet gezegd. Ook het argument van uitlokken van moord of doodslag gaat niet op, omdat hij niet concreet heeft gemaakt op welke manier dat moet gebeuren.'' Rüter: ,,Natuurlijk, het was geen heilsboodschap die Van de Ven bij Het elfde uur verkondigde. Maar als iemand dat doet, betekent het nog niet direct dat hij zich schuldig maakt aan een strafbaar feit.''

In juli kondigde het openbaar ministerie aan rappers van de Haagse groep DHC te vervolgen. Op internet circuleerde een nummer waarop zij Hirsi Ali met de dood bedreigden. ,,Je maakt me moe / weet je wat ik doe / Ik snij je in tweeën en dump je in een van de zeven zeeën.'' Dat, zegt de Roos, is nu weer wél over het randje. ,,Zo'n groep is zonder meer strafbaar.''

Wat vervolging van Van de Ven bovendien nog kanslozer maakt, zegt de Amsterdamse hoogleraar informatierecht G. Schuijt, is de context van zijn uitspraken. ,,Het voeren van een politiek debat is juridisch een goede rechtvaardigingsgrond voor vergaande uitspraken.''

En belangrijker nog is de plek waar uitspraken worden gedaan, zegt Schuijt. Zo oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in 1999 en 2000 nog dat iemand die live uitspraken op televisie doet, wat minder op zijn woorden gepakt mag worden. Schuijt: ,,De uitspraken kunnen immers niet gecorrigeerd worden, geïnterviewden hebben vaak te weinig tijd om na te denken. Er is altijd het risico dat iemand woorden in de mond gelegd krijgt waar hij later spijt van heeft.''