Laat kinderen `samen' naar school gaan

Het beroep op integratie van allochtone Nederlanders mag mijns inziens niet betekenen dat zij zich zouden moeten neerleggen bij vormen van discriminatie en segregatie in de Nederlandse samenleving. Het is reeds geruime tijd bekend dat in het uitgaansleven niet-blanke jongeren aan de deur vaker worden geweigerd dan blanke leeftijdgenoten. Hoewel er incidenteel verbaliseringen schijnen plaats te vinden, wordt deze praktijk door de Nederlandse overheid op grote schaal gedoogd en worden de uitbaters van de betrokken horecabedrijven niet of nauwelijks vervolgd.

Meer recent blijkt ook de discriminatie van deze kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt verder te zijn toegenomen. Ook hier lijken de rechtsgrondslagen om tot vervolging over te gaan te ontbreken. Voor de gediscrimineerde is het bewijs vrijwel onmogelijk rond te krijgen zonder steun van het apparaat. Mogelijk ontbreken behalve de wettelijke grondslag ook de opsporingsinstrumenten. Kortom, het integratieprobleem vereist verdere ontwikkeling van de rechtsstaat en is niet alleen een probleem van goedwillende burgers die elkaar meer zouden moeten accepteren. Het meest urgent lijkt mij echter dat kinderen in de toekomst samen naar school gaan, ongeacht hun religieuze of etnische achtergrond. Dit vereist een integraal beleid op het gebied van de ruimtelijke ordening van scholen op gemeentelijk niveau. De segregatie van het confessioneel en het niet-confessioneel onderwijs heeft een oplossing geboden aan een diepgevoeld probleem in de Nederlandse samenleving in een vorige periode. Thans functioneert dit vaak als een onbedoelde blokkade voor de integratie van zich emanciperende groepen, omdat het isolement wordt versterkt bij kinderen in de periode van de identiteitsvorming. Ik weet dat dit gevoelig ligt, maar een handreiking van confessionele zijde zou maatschappelijk veel kunnen betekenen.