Kritiek ministers op media

De ministers Donner (Justitie, CDA) en Remkes (Binnenlandse Zaken, VVD) menen dat de media zich moeten bezinnen over de rol die ze spelen bij het naar buiten brengen van opvattingen die slechts representatief zijn voor kleine groepen. Ze zeiden dit naar aanleiding van de uitspraak van de Nederlandse moslim Abdul-Jabbar van de Ven, die dinsdag in het tv-programma Het Elfde Uur zei er blij om te zijn als het Kamerlid Wilders zou overlijden.

Remkes kondigde gisteren aan dat morgen de rol van de media op de agenda van het kabinetsberaad staat. Daarbij zou onder meer de vraag aan de orde komen of media in voorkomende gevallen aan banden moeten worden gelegd. Zijn collega Donner vindt dat niet van het allergrootste belang, zo zei de minister van Justitie gisteren. Belangrijker vindt hij het dat de media ,,hun verantwoordelijkheid nemen''. Hij noemt de opvatting van Van de Ven ,,een vrij exotische mening'', die niet representatief is voor wat moslims in Nederland denken. ,,De media moeten zich afvragen of ze een platform willen bieden aan dit soort meningen en eigenlijk als geluidsversterker voor dit soort meningen gaan functioneren. Bij vrijheid van meningsuiting gaat het om wat in het algemeen de meningen zijn, niet om ieder geluid maar te versterken en zo een steeds grotere kakofonie te verzorgen. Op dit moment zit de samenleving daar niet op te wachten.''

Tweede-Kamervoorzitter Weisglas heeft kritiek op de manier waarop tv-presentator Andries Knevel in zijn programma Van de Ven uitspraken ontlokte. Journalisten moeten volgens Weisglas hun verantwoordelijkheden kennen en dit in hun vraagstelling uiten. Knevel vroeg of Van de Ven ,,misschien ook wel wil dat Geert Wilders doodgaat'', waarop Van de Ven antwoordde: ,,Ja, hij gaat ooit dood.'' Daarop liet de bekeerde moslim weten een moord op Wilders niet goed te keuren, waarop Knevel vroeg of Wilders dan ,,liever'' aan kanker zou moeten overlijden. ,,Liever bijvoorbeeld, ja'', was de reactie van Van de Ven.