KCO proeft de bubbelwijn

Bij het Koninklijk Concertgebouworkest werkt honorair gastdirigent Harnoncourt in alle rust aan een omvangrijk Schumann-project. Dit voorjaar leidde Harnoncourt het orkest al in de Eerste symfonie. Deze week is de beurt aan de Derde symfonie (`Rheinische'), in een goede combinatie met de te weinig gehoorde Biblische Lieder van Dvorák.

Voor Nikolaus Harnoncourt, die dit jaar 75 wordt, is het bepleiten van Schumanns oeuvre een belangrijk punt – juist omdat de symfonieën door veel dirigenten worden afgedaan als `opgeblazen pianomuziek'.

Om het tegendeel te bewijzen nam Harnoncourt voor aanvang van de Derde de moeite het publiek met fijne aristocratische humor mondeling in te voeren in het programma van Schumanns muziek: van het Rijnland en zijn ,,levendige'' inwoners (,,Die zult U goed aanvoelen – het is hier vlakbij''), hun voorkeur voor fonkelwijn bij het ontbijt (Scherzo), de baltsdans van twee jonge gelieven (Moderato) tot de renaissancistische polyfonie (Maestoso) die voorafgaat aan een vrolijke zondagse wandeling (Vivace).

Die inleiding deed Schumanns muziek veel goed, want inderdaad deed het Concertgebouworkest de rijnwijn attractief bubbelen, waaraan ook de savourerende mondmimiek van Harnoncourt veel bijdroeg. Maar afgezien van de sterke beeldende kracht die Harnoncourt de Derde meegaf, was zijn blik op Schumann ook streng, klassiek en helder, in een kleinere bezetting dan gebruikelijk.

Na een uitvoering van Beethovens Ouverture Coriolan met veel retoriek, spannende stiltes en markante akkoorden, klonken ook Dvoráks Biblische Lieder intiemer dan anders. Het aantal orkestmusici was hier zelfs tot kamerorkestformatie teruggebracht.

Die kamermuzikale aanpak sloot wonderwel aan bij het elegante timbre van de zingende arts Christian Gerhaher; een bariton in opkomst, wiens fluwelige stem geen enkel weerbarstig of rauw kantje heeft.

Veel van de Biblische Lieder klonken door de combinatie van Gerhahers soepele, ronde stem en het kleine orkest ontstellend mooi van samenspel en balans, met Hospodin jest muj pastyr (,,De Heer is mijn herder'') als hoogtepunt. Maar ook een miniem detail als kleine, aanrollende golfjes (,,Aan de stromen van Babylon'') klonken niet eerder zo opvallend en beeldend.

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. N. Harnoncourt m.m.v. Christian Gerhaher (bariton). Programma met werken van Schumann, Beethoven en Dvorák. Gehoord: 24/11 Concertgebouw, Amsterdam. Herh.: 25, 26 en 28/11, aldaar.