IDFA-films zonder stempel van de makers

Verzet tegen multinationals en innemende hoofdpersonen doen het goed op het IDFA, maar veel films zijn voorspelbaar en ontberen een eigen stem.

De twintig films die tot gisteravond kans maakten op een Joris Ivens Award vormden een verbazingwekkende selectie – zo doorsnee waren ze soms, of zo duidelijk halfgeslaagd.

Neem The Veil of Berta van de Chileen Esteban Barrain, over een oude Indiaanse die zich verzet tegen de komst van een stuwdam. Verzet tegen multinationals doet het op het IDFA altijd goed, net als een innemende hoofdpersoon (de giebelende dertienjarige Somalische asielzoekster Nima uit de gelijknamige jeugdfilm van Annelies Kruk voert al dagen de lijst publieksfavorieten aan). Maar Barrains film sprankelt niet en verloopt volkomen voorspelbaar.

Of neem Another Road Home, een van de Spoorloos-achtige films op het festival, waarin de Israëlische filmmaakster Danae Elon haar voormalige Palestijnse oppas opzoekt. Emotionele herenigingen te over, maar Elons geforceerde pogingen haar jeugd met terugwerkende kracht te politiseren irriteert zowel haar ouders als deze toeschouwer.

Tegen zo'n achtergrond springen de drie voor de Ivens Award genomineerden er inderdaad uit. In Rehearsals komen er bijvoorbeeld wél konijnen uit hoeden, zij het eerder als verdienste van hoofdpersoon Lars Norén dan van regisseurs Gunnar Källström en Michal Leszczylowksy. De film volgt Norén terwijl hij met gevangenen aan een toneelstuk werkt dat is gebaseerd op gesprekken met diezelfde gevangenen, met een dramaturgische draaikolk als gevolg. De film ontstijgt de Scandinavische stijloefening pas als blijkt dat de gevangenen nationaal-socialistische overtuigingen koesteren; een cadeau voor Norén en de filmmakers. Pal na de slotvoorstelling breekt een van de `acteurs' uit en pleegt twee moorden. Het project zal niet hebben bijgedragen aan Noréns toch al weinig rooskleurige mensbeeld.

The Swenkas van Jeppe Ronde is van de drie genomineerde films het gewoonst. De film gaat over Zulu-mannen die hun morele erecode vertalen in feestelijke pakken, woest gedessineerde sokken en glinsterende dasspelden, om er 's zaterdags als sympathieke hanen mee te pronken. Nostalgische ball-room muziek werkt nog extra vertederend.

Stand van de Maan van Retel Helmrich verhaalt van de Indonesische familie Sjamsuddin. Grootmoeder en kleindochter zijn christelijk, zoon Bakti bekeert zich uit opportunisme (hij wil trouwen) tot de islam. Zo krijgen we op een ongezochte manier de tijdgeest mee, de opukkende salafistische islam in het ooit religieus diverse Indonesië. De beweeglijke camera maakt deel uit van het gezin; de kijker heeft het gevoel zelf in de kampong te wonen. Stand van de Maan is liefdevol en doordacht, maar een erg uitgesproken film is het niet.

Dat kan wel gezegd worden van The three rooms of Melancholia van Pirjo Honkasalo, voorzitster van de Ivens-jury, dat buiten competitie viel. Dit meditatieve drieluik over Russische en Tsjetsjeense kinderen is niet genomineerd vanwege zijn vorm, maar vanwege zijn inhoud; hij maakt kans op de Amnesty International-Doen Award voor de film die een gebrek aan mensenrechten het best belicht. Te zwaar leunt Honkasalo op close-ups van kindergezichten, op dramatisch zwart-wit voor het kapotgeschoten Grozny. Maar haar film draagt wel onontkoombaar het stempel van de maakster.

Zie www.idfa.nl