Hegemonie te koop

Read my lips: geen nieuwe belastingen. George Bush senior kwam deze belofte in de campagne voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen in 1998 duur te staan. Een economische recessie tijdens zijn presidentschap maakte het opschroeven van de overheidsinkomsten noodzakelijk. Lastenverzwaring was onontkoombaar. De Democraat Bill Clinton zou in de campagne van vier jaar later genadeloos gebruikmaken van Bush' gebroken belofte. Zestien jaar later heeft Bush junior het ogenschijnlijk beter voor elkaar. Wat in 2001 een recessie dreigde te worden na het instorten van de aandelenkoersen op Wall Street is met alle mogelijke middelen bestreden. Een ultralage rente van 1 procent. Een begrotingssaldo dat omsloeg van 2 procent positief naar 4 procent in het rood. Forse belastingverlagingen en, na de aanslagen op de Twin Towers, een oproep aan de bevolking om te blijven consumeren voor het heil van het vaderland.

Het vermijden van een recessie is gelukt: officieel heeft Amerika er geen gehad, en de economische groei ligt nu al twee jaar op een jaloersmakend peil van tegen de 4 procent. Maar dat alles heeft een prijs. Amerikanen zijn gestopt met sparen en leven goeddeels op de pof. Dat geldt gezien het begrotingstekort ook voor de overheid zelf. Het geld moet ergens vandaan komen. Dit betekent dat de rest van de wereld per werkdag nu zo'n 2 miljard dollar overmaakt naar de Verenigde Staten. Zo'n tekort op de Amerikaanse betalingsbalans is ongekend groot, en er is weinig dat een verdere toename in de weg staat. De VS hebben inmiddels al een buitenlandse schuld opgebouwd van 30 procent van het bruto binnenlands product.

De grens lijkt nu bereikt. Om nieuwe Amerikaanse schulden aantrekkelijk te houden voor buitenlandse kopers, zal of de prijs daarvan moeten dalen of de opbrengst hoger worden. Vrij vertaald betekent dat een dalende dollar of een hogere rente in de VS. Het is begrijpelijk dat de Amerikanen nu kiezen voor het afprijzen van de dollar. Op die manier betaalt het buitenland de rekening van het beleid van Bush. Via de weg der geleidelijkheid is deze strategie te verwezenlijken. Maar zo makkelijk gaat dat niet. Nu de valutahandel een Amerikaanse `verwaarlozing' van de dollarkoers ruikt, loopt zij daar logischerwijs alvast op vooruit en daalt de dollar veel te snel. Bovendien groeit de onvrede tegen de Amerikaanse strategie. Deze week zei de tweede man van de Chinese centrale bank, Li Ruongu, in ongewoon harde bewoordingen dat China zijn munt niet zal opwaarderen tegenover de dollar. Dat Bush destijds geen recessie wilde was best, aldus Li, maar laat hem dan de resulterende problemen niet afwentelen op het buitenland.

Rusland maakte dinsdag bekend zijn deviezenreserves meer in euro's dan in dollars te willen aanhouden. Europa maakt zich zorgen over de steeds sterkere euro. En wereldwijd wordt een daling van de dollar vertaald in stijgende prijzen van in dollars luidende grondstoffen als olie en goud. Een te snelle val van de dollar zal de Amerikaanse rente hoger dan wenselijk opstuwen. Voor een economie die op de pof leeft, is dat levensgevaarlijk. Ook in de VS wordt nu aangedrongen op een oplossing en niet door de minsten: onder meer centrale bankier Alan Greenspan en de Wall Street Journal, doorgaans Bush' felste verdedigers in het internationaal-economische discours. Ook zij bijten overigens liever hun tong af dan de werkelijk oplossing onder ogen te zien. Amerika moet meer gaan sparen en dat geldt niet alleen voor de burgers. Ook voor de overheid. Zal Bush junior, die nog steeds van plan is de lasten verder te verlagen, dan toch niet kunnen ontkomen aan een belastingverhoging? Niet voordat de zaak eerst op de spits wordt gedreven.

Zo ontstaat op dit moment een gevaarlijke situatie in de wereldeconomie, die als het misloopt kan uitmonden in een internationaal conflict met alle kenmerken van dien: handelsfricties en confrontaties aan het valutafront. Dat vraagt om een brede internationale oplossing, met ook Amerikaanse binnenlandse concessies. Lippendiensten zijn niet langer afdoende.