Haat

Hoe schuldiger Andries Knevel gisteravond zijn grote EO-ogen liet rollen, hoe duidelijker het werd dat hij overweldigende blijdschap moet hebben gevoeld, toen moslimbroeder Abdul-Jabbar van de Ven hem bekende ,,met iets van blijdschap'' van de moord op Van Gogh te hebben kennisgenomen.

Het aangename van het, al of niet christelijk gevormde, geweten is dat je er doorgaans pas achteraf last van krijgt.

Toch gun ik Knevel zijn uitgelokte primeur. Hij mocht dan Van de Ven de woorden bijna in de mond leggen, er is wel een zieke geest voor nodig om ze voort te brengen. Van de Ven is bovendien niet zomaar een Nederlandse moslim, hij is iemand met veel invloed op moslimjongeren, onder wie zelfs Jason W., een van de gearresteerde leden van de `Hofstadgroep'.

We weten nu wie Van de Ven is en voor welke denkbeelden hij staat – wat dat betreft heeft Knevel gewoon zijn journalistieke plicht gedaan.

Ook in literair opzicht kon de dialoog Knevel-Van de Ven me wel bekoren. Ik ken slechtere toneelschrijvers.

Van de Ven: ,,Ik zou er blij om zijn dat Geert Wilders doodgaat, ja. Maar ik hoop niet dat het een moslim is die hem vermoordt.''

Knevel: ,,Liever kanker?''

Van de Ven: ,,Liever.., bijvoorbeeld, ja.''

Haat, dit is uw gezicht, dit is uw taal, het is nuttig om er af en toe ook buiten de schouwburg kennis van te nemen.

Bij het woord `kanker' moest ik onmiddellijk aan Theo van Gogh denken, nog zo'n prediker van de haat, van wie ik in deze rubriek op 13 oktober het volgende citaat opnam: ,,Als iemand kanker verdient, is het Paul Rosenmöller, de hopman van politiek correct Nederland. Mogen de cellen in zijn hoofd zich tot een juichende tumor vormen en laat ons dan beluisteren of er enig verschil is in meneers gekwebbel, vergeleken met wat er uit kwam voor die Blije Boodschap. Laat ons pissen op zijn graf. Oplichter.''

Mijn stukje ging toen over Paul Cliteur die Van Goghs boek Allah weet het beter, waaruit dit citaat afkomstig is, `voortreffelijk en vermakelijk' had genoemd.

Het onderhavige citaat begint nu ook in Haagse dreven eindelijk een eigen leven te leiden. Jozias van Aartsen, gisteravond op de tv ermee geconfronteerd door Frits Barend, beweerde het niet te kennen, evenals Boris Dittrich die er vanmorgen in de Volkskrant vergoelijkend over zegt: ,,En er is ook een groot verschil tussen een column op internet van Van Gogh en de honderdduizenden mensen die de boodschap van Van de Ven rauw op televisie krijgen voorgeschoteld.''

Alsof het er bij zulke haatzaaiende beledigingen toedoet via welk medium ze verspreid worden. Een beetje meer burgermoed had Boris destijds gesierd, maar hij en zijn collega's keken liever de andere kant op. Vice-premier Zalm liet zich fêteren met een rolletje in een film van Van Gogh, minister Verdonk kwam bij Van Gogh op de thee en de PvdA deed net of ze niets hoorde toen Van Gogh over Job Cohen schreef: `Een miezerige oplichter' en `vooral een NSB'er van nature'.

Zo verdient elk volk zijn eigen helden van het vrije woord.