De klap dreunt nog na in de gemeenteraad

De gemeenteraad van Amsterdam worstelt met vragen over extremisme, na de moord op Theo van Gogh. De coalitie wil een harde aanpak.

Het was gisteren de eerste keer sinds de moord op Theo van Gogh dat de Amsterdamse gemeenteraad weer in een reguliere vergadering bijeenkwam. Maar van reguliere algemene beschouwingen was nauwelijks sprake.

De moord op de cineast beheerst de politiek. ,,De klap dreunt nog na'', zei burgemeester Cohen, ,,ook omdat de terroristische dreiging nog niet voorbij lijkt.'' Amsterdam worstelt met vragen: wat te doen en hoe nu verder?

Extremisme moet aangepakt worden, en hard. Daar zijn bijna alle partijen het over eens. De voedingsbodem voor radicalisering van jongeren moet weggenomen worden. Instemming alom. En de groep van `Wij Amsterdammers' – alle Amsterdammers die geweld afwijzen en de basisregels van onze samenleving accepteren – moet volgens eenieder uitdijen. En `zij' – de mensen die de democratische rechtsstaat willen vernietigen – moeten met ,,alle mogelijke middelen bestreden worden''.

Begin van de week stuurde het college al het actieplan `Wij Amsterdammers' naar de gemeenteraad. De kern: terreur bestrijden, radicalisering tegengaan, polarisatie voorkomen en positieve krachten in de samenleving mobiliseren. Bovendien moet het extremisme bestreden worden langs twee lijnen, als het aan het college ligt. ,,De ontvankelijkheid ervoor verminderen en de beschikbaarheid van propaganda tegengaan.''

Onophoudelijk trokken met name wethouder Aboutaleb en burgemeester Cohen de afgelopen weken al met deze boodschap de stad in, zodat langzamerhand bijna iedereen in Amsterdam met deze begrippen vertrouwd is geraakt. Maar hoe nu inhoud te geven aan deze begrippen in een stad die, in de woorden van de burgemeester, in ,,verontwaardiging en verwarring'' verkeert?

De drie coalitiepartijen (VVD, PvdA en CDA) deden gisteren vooral een dringend beroep op het college om extremisme en terreur ,,hard'' en ,,snel'' aan te pakken.

Wat dat voor de VVD praktisch inhoudt? ,,Geen gescheiden schoolzwemmen meer, sluit moskeeën waar intolerantie wordt gepredikt, pik het niet dat Nederlandse docenten geen les kunnen geven over de holocaust en treed hard op tegen discriminatie bij discotheken en op de arbeidsmarkt'', verwoordde VVD-fractievoorzitter Eric van der Burg de harde lijn. ,,We willen een Job Giuliani in Amsterdam'', zei hij – verwijzend naar de voormalige burgemeester van New York, Rudolph Giuliani, die in zijn stad een beleid van zero tolerance invoerde om criminaliteit en verloedering tegen te gaan.

Het CDA wil dat het college moskeeën in Amsterdam vraagt om hun preken voortaan in het Nederlands te houden. PvdA-fractievoorzitter Lodewijk Asscher repte van een Amsterdam als een soap city voor de moord, waar het gemeentebestuur niet altijd zijn verantwoordelijkheid nam, en een Amsterdam als film noir na de moord. ,,Een sombere stad in de ban van dreiging en geweld.'' En daarom moet er ,,een schepje bovenop''. De PvdA wil dat de gemeente een kenniscentrum over extremisme opricht en dat er een loket en een telefoonnummer komen waar iedereen die stuit op extremisme, zijn verhaal kwijt kan.

Maar de harde aanpak blijft, als het aan de coalitiepartijen ligt, niet beperkt tot terrorisme. In het kielzog van de terreurbestrijding wordt de strijd aangebonden met normloosheid, hufterigheid en overlast in het algemeen. De VVD haalde daarbij de 17de-eeuwse filosoof John Locke aan, want wat de stad volgens de partij nodig heeft is ,,een nieuw sociaal contract tussen de overheid en haar burgers''. De stad moet teruggegeven worden aan de burgers. En dat begint volgens de partij met het bestrijden van de ,,hufterigheid'', want wanneer je dat gedoogt, kweek je criminelen.

Ook het CDA heeft zo zijn gedachten over het aanpakken van overlast. De christen-democraten denken aan een avondklok voor jongeren die stelselmatig overlast veroorzaken, of op zijn minst een samenscholingsverbod.

Het was gisteren Maarten van Poelgeest van GroenLinks die zich als een van de weinigen waagde aan de achterliggende vragen, die veelal ondersneeuwen in de roep om repressie en actie. Ja, politici staan met lege handen als verwacht wordt dat zij nu ,,een dozijn aan praktische oplossingen en maatregelen uit de mouw schudden'', stelde hij. Maatregelen stapelen zich op, maar nog voor de problemen geanalyseerd en begrepen zijn. ,,Hijgend proberen we elkaar af te troeven met weer een volgend plannetje, ontdaan van elke ideologische lading.''

Waar het volgens hem mee begint, is het fenomeen van extremistische terreur ,,te ontleden en te begrijpen''. En daarbij riep hij nog maar eens in herinnering dat het bij Mohammed B. gaat om extremisme van Nederlandse makelij. ,,Mohammed B. is hier geboren, hier opgegroeid en hier geradicaliseerd. Hoe heeft het zo ver kunnen komen? Hoe kan het dat in onze samenleving mensen verleid worden tot extremistisch geweld?'' Vragen waar ook het college van ,,Job Giuliani'' nog geen antwoord op heeft.