D66 zou juist meer lef moeten tonen

Egbert Kalse suggereert in zijn artikel over het afgelopen D66-congres (NRC Handelsblad, 22 november) dat de Jonge Democraten zich aansluiten bij de kritiek van een deel van de D66-leden op de deelname van D66 aan dit kabinet. Ten onrechte, want de Jonge Democraten vinden dat D66 er goed aan heeft gedaan deel te nemen aan dit kabinet. Het kabinet-Balkenende II voert een sociaal-economisch beleid dat gericht is op de lange termijn, en dat is hard nodig. Het huidige sociale stelsel zal op de lange termijn onbetaalbaar worden, met als gevolg dat de komende generatie zal moeten opdraaien voor de kosten maar in de toekomst zelf niet zal kunnen profiteren van de gulle regelingen.

De Jonge Democraten hebben wél kritiek op de inhoud van het sociaal akkoord en de besluitvorming rond de hervormingen in het sociale stelsel. Het kabinet heeft te veel concessies gedaan aan de vakbonden, waarbij problemen niet worden opgelost maar alleen worden afgeschoven op een volgende generatie. Daarnaast wordt de toekomst van de WW en WAO ook nog eens uitbesteed aan de Sociaal-Economische Raad, een ondemocratische club van babyboomers. Over de toekomst van onze samenleving laat men feitelijk beslissen door vertegenwoordigers van één generatie, die nota bene zelf de gevolgen van die beslissingen niet hoeft te dragen! Daarom hebben we tijdens het D66-con- gres, afgelopen weekend in Arnhem, via een motie de D66-fractie in de Kamer opgeroepen het sociaal akkoord af te wijzen. Dat de motie door de D66-leden werd verworpen is betreurenswaardig, maar dat dit met slechts een minieme meerderheid van 220 tegen 202 gebeurde geeft aan dat ook veel D66'ers meer aandacht voor de lange termijn willen.