Confrontatie met Moskou levert weinig op

Het Westen ziet Rusland nog altijd vooral als de machteloze opvolger van de Sovjet-Unie. Juist die `zwakte' maakt Moskou zo onberekenbaar, zelfs gevaarlijk, meent André W.M. Gerrits.

Vladimir Poetin richt de aandacht op een van de meest brisante internationale kwesties in Europa: de relaties tussen Rusland en de overige voormalige sovjetrepublieken in het algemeen en die tussen Rusland en Oekraïne in het bijzonder. Het gaat hier niet alleen om een probleem van Moskou en zijn buurstaten. De verhoudingen tussen de voormalige sovjetrepublieken zullen eenvan de belangrijkste twistpunten worden in de relaties tussen Rusland en het Westen.

Oekraïne, Wit-Rusland, Georgië en de overige staten in de Kaukasus worden in de politieke discussie in Rusland steevast het `Nabije Buitenland' genoemd. Dit zijn de landen, de voormalige republieken van de Sovjet-Unie minus de drie Baltische Staten, waarop Moskou een eigen Monroe-doctrine van toepassing heeft verklaard. Zoals de Amerikaanse president James Monroe in 1823 verordonneerde dat de Europese koloniale mogendheden niets in Latijns-Amerika hadden te zoeken, zo verklaarden de Russische machthebbers na 1991 dat het gebied van de voormalige Sovjet-Unie tot de vanzelfsprekende invloedssfeer van Rusland behoorde.

Het `Nabije Buitenland' is van grote strategische betekenis. In Europa vormt het een grijze veiligheidszone, ingeklemd tussen de uitgebreide NAVO en Europese Unie enerzijds en de Russische Federatie anderzijds. In het zuiden gaat het om de Kaukasus, de olierijke en hoogst instabiele verbinding tussen Europa en het Midden-Oosten. En in het oosten betreft het de Centraal-Aziatische republieken, pionnen in de oorlog tegen het terrorisme, tehuis van megalomane dictators en een groeiende radicale, gefrustreerde islam. De internationale relaties in dit deel van de wereld zijn nauwelijks geïnstitutionaliseerd.

Weliswaar zijn al deze landen toegetreden tot het zogenoemde Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS), maar Rusland geeft de voorkeur aan bilaterale betrekkingen. Het voert een ondoorzichtige maar openlijke machtspolitiek, waarin Amerika en de Europese Unie in steeds verdergaande mate betrokken raken – of het nu gaat om de olie in de Kaspische Zee (binnenkort wordt de eerste oliepijpleiding van Azerbeidjan naar Turkije geopend die niet over Russisch of Iraans grondgebied loopt), om militaire bases in Centraal-Azië of om presidentsverkiezingen in Oekraïne en Wit-Rusland: Rusland en het Westen staan steeds vaker tegenover elkaar.

De essentie is simpel: Rusland wil de internationale verhoudingen veranderen en, zoveel mogelijk, in eigen voordeel ombuigen. Het Westen beschouwt de Russische Federatie nog altijd vooral als de machteloze opvolger van de superstaat Sovjet-Unie. Maar juist die `zwakte' maakt Rusland zo onberekenbaar, zelfs gevaarlijk. Binnen de grenzen van de Russische Federatie gaat het om de enorme voorraden goeddeels overbodige massavernietigingswapens en het risico van proliferatie (waarvan de Amerikanen zich meer bewust lijken dan de buren van Rusland, de Europeanen); buiten Rusland betreft het vooral de betrekkingen met het `Nabije Buitenland'. Rusland beschouwt deze republieken als zijn invloedssfeer, als een voorwaarde voor zijn status als grote mogendheid.

Voor de zwartkijker zijn in de relatie tussen Oekraïne en Rusland alle ingrediënten aanwezig die ooit de Serviërs en Kroaten in een wrede burgeroorlog stortten: een gewonde, getergde, dominante bevolkingsgroep, onenigheid over het verloop van grenzen, ruzie over de imperiale boedelscheiding, aanzienlijke aantallen minderheden, religieuze tegenstellingen en pijnlijke herinneringen uit een nog niet vervlogen verleden.

Er zijn ook belangrijke verschillen: de Oekraïeners en de Russen hebben een veel minder grote hekel aan elkaar dan de Serviërs en Kroaten meenden te hebben en, het belangrijkste onderscheid, de Russische en Oekraïense leiders hebben het afgelopen decennium een aanzienlijk grotere mate van terughoudendheid aan de dag gelegd dan die van de twee voormalige Joegoslavische deelrepublieken. Dit is echter een wankele basis voor stabiele, vriendschappelijke betrekkingen in de toekomst. En een verkiezingsoverwinning van de hervormingsgezinde presidentskandidaat Viktor Joesjtsjenko zal de relaties tussen Rusland en Oekraïne onder hoogspanning zetten.

Europa heeft uitgesproken veiligheidsbelangen in het `Nabije Buitenland', maar beschikt niet over de machtsmiddelen om de ontwikkelingen in de regio naar zijn hand te zetten. Soft power wordt niet bijster serieus genomen. De Russische Federatie is dan ook maar matig geïnteresseerd in nauwe banden met de Europese Unie. De Unie is meer afhankelijk van Rusland (vanwege de import van energie) dan andersom. Rusland overtuigen van het feit dat het `Nabije Buitenland' geen proeftuin van zijn imperiale ambities is, klinkt sympathiek maar is vrij zinloos. Als het om de Russische Federatie gaat, was en blijft Amerika de doorslaggevende factor. Europa kan zijn strategie dus beter richten op de kleinere landen in de regio. Oekraïne en de meeste andere landen in de regio hinken op twee gedachten: goede relaties met Rusland en met de Europese Unie. Ze kunnen niet anders. Janoekovitsj of Joesjtsjenko – het idee dat de één voor Europa zou kiezen en de ander voor Rusland, is onzinnig. Maar juist omdat de speelruimte zo beperkt is, is symboolpolitiek zo belangrijk. Het moet voor de Russische noch voor de Oekraïense machthebbers buitengewoon moeilijk zijn om de verhoudingen op de spits te drijven. En dat geldt ook voor Europa. Het zoeken van de confrontatie met Moskou levert weinig op. Alleen een zelfbewuste, actieve maar niet-offensieve strategie ten aanzien van de kleinere staten in de regio, de Oekraïne voorop, beperkt mogelijk de ongewenste dominantie van Rusland. Dat is in ons belang, en in het belang van de meeste voormalige sovjetrepublieken.

Samenwerking met de Europese Unie moet uitdrukkelijk worden gescheiden van toetreding tot de Unie. Toetreding staat niet op de agenda, en moet er voorlopig ook niet op komen. Europa zal al voor genoeg onaangename keuzes en onverwachte teleurstellingen worden geplaatst in de voormalige Sovjet-Unie: politieke stabiliteit, democratie, mensenrechten, olie, gas, nationale soevereiniteit en eenrimpelloze relatie met Rusland gaan niet altijd samen.

André W.M. Gerrits doceert (Oost-)Europese Studies aan de Universiteit van Amsterdam.