`Burgers bij ramp niet direct achter rood-wit lint'

Gemeenten, brandweer, politie en geneeskundige diensten ,,miskennen'' de hulpverlenende rol van burgers bij een ramp of een aanslag. Ze beschouwen omstanders te veel als hulpeloze, door angst verlamde slachtoffers die in paniek raken, in plaats van als medestanders die in de eerste uren van de ramp juist veel mensenlevens redden.

Dat staat in een onderzoek van het COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement en de Amsterdamse brandweer, dat morgen wordt gepresenteerd aan bestuurders en rampenbestrijders. Volgens het rapport `Zelfredzaamheid van burgers bij rampen en zware ongevallen' moeten omstanders bij een ramp actief worden ingeschakeld zolang de hulpdiensten nog niet volledig inzetbaar zijn.

Op basis van binnenlandse en buitenlandse praktijkervaringen schrijven de onderzoekers dat bestuurders en hulpverleners bij rampen ,,moeten afrekenen met de mythen van paniek, hulpeloosheid en plunderingen'' onder de burgerbevolking. ,,Het is feitelijk een nogal paternalistisch beeld van de hulpverleners en overheid om te denken dat slachtoffers bij een ramp de overheid nodig hebben om beslissingen te nemen.'' Zo is het ,,uiterst zeldzaam dat burgers in paniek raken bij een ramp''.

Ook organiseren burgers ,,nog voordat de hulpdiensten daartoe in staat zijn, hun eigen hulp'', zoals bij de nieuwjaarsbrand in Volendam, waar omwonenden slachtoffers met brandwonden onder de douche zetten of in het Japanse Kobe, waar omstanders na de aardbeving in 1995 het leeuwendeel van de reddingswerkzaamheden verrichtten. Bovendien berusten de altijd roulerende geruchten over plunderingen ,,uiterst zelden op de waarheid''.

Een belangrijk voorbeeld noemen de onderzoekers de reactie van de Madrileense bevolking op de terreuraanslagen op 11 maart van dit jaar – volgens hen typerend voor de reactie van burgers in de hele westerse wereld. ,,Taxi's vervoeren familieleden gratis naar het centrum waar slachtoffers worden geïdentificeerd, hoteleigenaren stellen gratis kamers beschikbaar voor verwanten en duizenden mensen zijn bereid bloed te doneren.''

De reflex van veel hulpverleners om burgers zo snel mogelijk achter een rood-wit lint te dirigeren moet rampbestrijders worden afgeleerd, adviseren de onderzoekers. In plaats daarvan moeten ze omstanders die hulp aanbieden, inschakelen, zeker als het toevallig aanwezige artsen, EHBO'ers, bedrijfshulpverleners en verpleegkundigen betreft. Verder moet er een regeling komen voor aansprakelijkheidsstelling in het geval een reddende burger gewond raakt of overlijdt, adviseren de onderzoekers.

Wel is het noodzakelijk onderscheid te maken tussen zogeheten flitsrampen zoals aardbevingen, ingestorte gebouwen, gasexplosies of terroristische aanslagen en `onzichtbare' rampen zoals een gaslek of een pokkenuitbraak. In het eerste geval zullen mensen zichzelf en zo mogelijk anderen in veiligheid brengen en worden overheidsinstructies in de regel opgevolgd. In het tweede geval staat de dreiging voor de omstanders niet zonder meer vast en zal overheidsadvies niet meteen als betrouwbaar worden ingeschat.