U bent aan zet, zegt de macht in Kiev

De kozakken wachten op marsorders. En de meisjes van Cabaret Belvet gapen plotseling werkeloos. Kiev in de greep van de `kastanjerevolutie'.

`Gesloten' staat op de deur van het restaurant met uitzicht op het tentenkamp, waar we elke avond eten. ,,We zijn bang voor de kozakken'', zegt de portier schouderophalend. ,,We hebben gehoord dat ze alles kort en klein komen slaan.''

De kozakken komen naar de hoofdstad Kiev. Ze hebben al een ring rond het parlement gelegd, zo wordt 's nachts gefluisterd in het centrum. Overdag is de menigte betogers voor de pro-westerse presidentskandidaat Viktor Joesjtsjenko aangezwollen tot tweehonderdduizend. Het centrum is één oranjegele zee, konvooien toeterende auto's met vlaggen zwermen door de straten. Maar de nacht is voor de kozakken, huivert men.

Gezien de overmacht maken de barbaren uit de steppe nog even pas op de plaats. Ze lijden kou in tien bussen op een parkeerterrein naast de rivier de Dnjepr, met uitzicht op het enorme achterwerk van het standbeeld `moeder Oekraïne'. Ze zijn met een paar honderd man, die mopperen, zich warm wrijven, schaduwboksen, met blauwwitte vlaggen zwaaien en voetballen met plastic flessen. Naast kozakken zijn er jongens in leren jassen uit de oostelijke industriecentra Donetsk, Loegansk en Charkov. ,,We wachten op onze marsorders'', zeggen ze.

De kozakken zijn herkenbaar aan hun schilderachtige uniformen en rijbroeken, hun snorren, kale hoofden en papacha bontmutsen. Ze zijn het symbool van Oekraïense onafhankelijkheid, maar paradoxaal genoeg ook zeer pro-Russisch. Zondag stapten zij in hun stad Zaporozjets op de bus. Daar, op een eiland in de Dnjepr, werd in het midden van de 16e eeuw een houten fort gebouwd, van waaruit de kozakken de Tartaren, de Polen en soms ook de Russen terroriseerden. Maar Zaporozjets is nu een industriestad aan een stuwdam, en anno 2004 steunen de kozakken de pro-Russische kolenbaas Viktor Janoekovitsj, volgens de officiële telling winnaar van de presidentsverkiezingen.

Hun spionnen hebben al in Kiev rondgekeken. ,,De mensen ontvangen ons niet met open armen'', sombert Vladimir Sergejev. ,,Het zijn er te veel. Ik hoor dat scholieren door leraren worden gedwongen te betogen. Supporters van Dynamo Kiev dagen ons uit te vechten, maar we beheersen onze emoties.'' Sergejev wijst op twee sterren in de voorruit: bierflessen die naar zijn bus werden gekogeld toen ze wilden betogen. ,,De mensen in Kiev zijn vergiftigd door westerse propaganda. Ze noemen ons terroristen en bandieten, maar kijkt u zelf! We zijn bezorgde burgers die de democratie verdedigen.''

Kiev is voorlopig stevig in handen van de `kastanjerevolutie', die gisteren opnieuw in kracht toenam. De regering voert een handige tactiek: ze negeert de betogingen. De oproerpolitie bewaakt de regeringsgebouwen, de staatstelevisie doet alsof er niets aan de hand is. U bent aan zet, zegt de macht.

Dinsdagmiddag rond twee uur trekt de mensenzee naar de Verchovna Rada, het parlement. Daar dagen slechts 191 parlementariërs op, te weinig om moties aan te nemen. Voorzitter Litvin denkt de sessie koeltjes af te hameren, maar kandidaat Joesjtsjenko verrast hem met een tegengambiet: hij laat zich met een hand op de bijbel als president inzweren. De voorzitter heeft dan al haastig de camera in de zaal uitgeschakeld.

Daarmee stelt de oppositie een gebaar dat zittend president Koetsjma moeilijk kan negeren: hij roept 's avonds op tot rust en onderhandelingen. Zijn dauphin Janoekovitsj volhardt in zijn zwijgen. Zijn met Mercedessen en terreinwagens omringde hoofdkwartier in de Moskoustraat meldt ons dat ,,we helemaal niets te zeggen hebben''.

Rond half negen 's avonds zet de radicale politicus Joelia Timosjenko een volgende stap op de escalatieladder. Terwijl de sneeuw de heuvels van Kiev in skipistes verandert, leidt zij een menigte naar het presidentieel paleis. Daar stuit ze op de oproerpolitie, die zich in falanx voor de ingang heeft geposteerd. Timosjenko, die op het plein de menigte nog had opgehitst met de slogan `of ze geven vrijwillig de macht op, of we grijpen hem!', kiest eieren voor haar geld. Ze vertelt de politie dat het geen bestorming wordt, en dan verdwijnt ze in het paleis.

Opnieuw manifesteert zich de geoliede organisatie van de oppostie. In het kader van `crowd control' marcheert een groep hoekige kerels van de ordedienst naar het front om een buffer te leggen tussen politie en betogers. Daarna rijden drie vrachtwagens met zand de straat in voor een extra buffer. Mannen in oranje voeren kettingen en touwen aan om in het midden van de straat een corridor open te houden.

En wie is een van de leiders van de ordedienst? Niemand anders dan Vadim, een specialist in de vechtsport sambo en baas van stripclub `Cabaret Belvet'. We ontmoeten hem zondagavond als we een cognacje drinken, alleen zijn club is op dat late uur open in ons hotel Oekraïne. Politiek kan Vadim dan nog niet zo boeien. ,,Politici en hoeren: ze hebben allemaal hun prijs'', zegt hij schouderophalend. ,,Geef mij Janoekovitsj maar. Grote kerel, stevige pens, helemaal mijn type'', grapt Irina, een van zijn animeerdames.

Maandagmiddag is de stemming omgeslagen. Terwijl op het podium jonge meisjes les krijgen in paaldansen, kijkt een tiental bomen van kerels aan de bar gebiologeerd naar Kanaal 5. ,,Ik heb mijn vrienden bijeengeroepen, we gaan iets doen'', zegt Vadim. Dinsdag staat op zijn bar plots een mengpaneel waarop een student een videoproductie monteert. Aan tafeltjes zitten politici met oranje strikjes papieren door te nemen. De meisjes van Cabaret Belvet gapen verveeld. ,,Ik heb informatie dat om acht uur vanavond de stroom in de stad uitvalt'', fluistert Vadim. ,,Dan vallen Russische speciale troepen onze stad binnen, geholpen door kozakken.''

's Ochtends blijken de kozakken inderdaad de aanval te hebben geopend: ze hebben een twintigtal blauwwitte tenten opgezet op een open plek in het Marinskipark, tegenover het kantoor van premier Janoekovitsj. Daar hebben ze zich de hele nacht warm gehouden rond vuurtjes terwijl het tussen de bomen `Joesj-tsjen-ko, Joesj-tsjen-ko' loeide . Rond twaalf uur 's middags zijn ze vertrokken, op hun tenten staan nu oranje vlaggen.

Konstantin uit Donetsk staat nerveus met een oranje shawl om zijn nek. ,,Ik steun Janoekovitsj'', zegt hij nerveus. ,,Maar nu even Joesjtsjenko.'' Slechts één 40-jarige mijnwerker blijft fier overeind met zijn blauwwitte shawl, het middelpunt van een kring discussiërende zware jongens. ,,Maar Janoekovitsj heeft de pensioenen verdubbeld, dat valt niet te ontkennen!'' Elders houdt een tweede tentenkamp bij boulevard Kresjtsjatik, op honderd meter van de studenten van Pora, tot één uur 'stand. Dan druipt de laatste bus met Janoekovitsj-aanhangers af en worden ook daar oranje wimpels op de tenten gezet. De bussen uit het oosten trekken zich terug naar het stadion van Dynamo Kiev, waar een enorme discussiërende menigte ontstaat. Vadim is niet onder de indruk van deze eerste kozakkenstorm. ,,Ach, het zijn gewone jongens. We moeten maar een biertje met elkaar drinken.''