Staatsgreep

Nederland wordt rijp voor een staatsgreep. Zoals al aan de opkomst van Fortuyn was te zien, woonden hier toen al veel mensen die een diepe weerzin tot grondige haat koesterden tegen de toestand van het natie. Nadat hij was vermoord, bleken het er 1,6 miljoen te zijn. Door de ongeneselijke chaos die zijn erfgenamen in eigen huis hebben veroorzaakt, leek deze aanhang te zijn opgelost. De kabinetten Balkenende I en II gingen over tot de orde van de nieuwe dag.

Ze hebben zich vergist. Ze vergissen zich nog steeds. Er is geen nieuwe dag. De verhoudingen, of de wanverhoudingen waaronder deze aanloop tot een revolutiepoging mogelijk werd, bestaan nog steeds. In twee jaar zijn ze scherper geworden. Dat heeft deze nieuwe moord aangetoond. Voor het eerst een moord die politiek én godsdienstig gemotiveerd is.

Wat zijn de voorwaarden tot een staatsgreep? Een steeds groter deel van het volk, het hoeft niet de meerderheid te zijn, moet de overtuiging hebben dat het in een impasse terecht is gekomen. De tegenstellingen worden openlijker en feller, zonder dat er een redelijke hoop is op verbetering. Eerder gebeurt het tegendeel. De regering doet wat ze kan, en dan blijkt meer dan eens dat ze het verkeerde heeft gedaan. Het publiek ziet dit verkeerde in een reusachtig formaat, dat de rest onzichtbaar maakt.

Dan verliezen de nationale leiders hun zekerheid. In normale tijden zijn ze voor geen kleintje vervaard. Nu kun je de radeloosheid van hun gezicht scheppen. Dit dagelijks geprolongeerde drama doet de verwildering toenemen. Elkaar met de dood bedreigen hoort langzamerhand tot het normale maatschappelijke verkeer. Het machtsvacuüm verplaatst zich van de vergaderzalen naar de straat. Intussen heeft zich in de coulissen een nieuw leiderschap georganiseerd. Onafwendbaar nadert het breekpunt. Op straat wordt grootschalig gevochten. Of een gek vermoordt een minister. Dat is het ogenblik van de staatsgreep, of de revolutie. En als die slaagt, komt de afrekening met de krachten van het verleden.

Actuele beelden van het nationale front. Een interview met Afshin Ellian, rechtsgeleerde en columnist en gezworen vijand van het moslim-extrimisme, in de Volkskrant van gisteren. Hij vraagt zich af, wat hij moet doen. Onder een schuilnaam gaan schrijven? Onderduiken? Nee. Hij weigert ,,zich erbij neer te leggen dat openheid met geweld wordt beperkt''. Hij begint langzamerhand te begrijpen dat de nazi's niet meer dan vijf dagen nodig hadden om het land te veroveren. Nederlanders zijn te snel bereid tot capituleren. 'sAvonds op de opiniepagina's van deze krant een artikel van oud-onderwijzer Hans Lukkien over zijn ervaringen met moslimkinderen die ,,al ver voor 11 september 2001 haat tegen Nederland koesterden'', met citaten die er niet om liegen. Linkse lafheid wil er niet van horen.

Daarnaast staat een artikel van Mohammed Benzakour waarin hij zich verzet tegen het massale `moslim-bashing', een `totaalproject', uitgevoerd door politici, media (columnisten, radio en televisie), cultuur (toneel, romans, films) en economie (arbeidsmarkt, huisvesting, onderwijs). Zie het ook in de internationale context van Irak en Palestina, de volken waarmee de Nederlandse moslims zich emotioneel verbonden voelen. Het is geen wonder als die zich ,,heftig geagiteerd voelen''; en ,,de stap naar geweld is dan niet groot meer''.

Onderaan de column van Elsbeth Etty die een requisitoir houdt tegen het hele kabinet. Ook dit ziet er overuigend uit. 'sAvonds bij Barend, Van Dorp en Mulder minister Rita Verdonk en een judoleraar. Men verdiept zich in een exegese over de weigering van een immam om de minister een hand te geven. Het leek me dat de judoleraar het meest gelijk had, hoewel de anderen geen ongelijk hadden. Vanmorgen in de Volkskrant: Geert Wilders zou volgens de peilingen nu 26 zetels krijgen. Peter Langendam, nog bekend van de LPF, voorziet bij de werving van de Kamerleden één probleem: ,,Wie durft zich aan te sluiten bij een politicus die in een gepantserde auto moet rijden, 24 uur per dag door lijfwachten omringd? Dat wordt dus moeilijk. Veel Nederlanders zijn nou eenmaal lafbekken.''

Tot zover deze greep uit de actualiteit van gisteren en vandaag. Eind vorige maand is het rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) verschenen, over wat het volk van de komende vijftien jaar verwacht. Nederland wordt beheerst door angst. Ruw gezegd verwachten we dat we in 2020 zullen leven in een land waar we harder en langer moeten werken, waar minder groen is om tot rust te komen, en waar meer particulieren en overheidsdiensten met de modernste middelen over de veiligheid zullen waken.

Al jaren geleden, telkens weer, zijn de onderzoekers tot de conclusie gekomen, dat meer Nederlanders het in eigen land ,,niet leuk meer vinden''. Paul Schnabel, directeur van het SCP, vatte het dit jaar zo samen: ,,Je kunt de mensen eigenlijk geen leuke dingen meer beloven.'' Daarvan zijn ze diep doordrongen.

Er is nog een omstandigheid die een staatsgreep kan bevorderen. Nederlanders zijn onder bepaalde voorwaarden snel bereid, de straat op te gaan. Het eerst is dat gebleken bij de televisiecampagne Open het Dorp, toen Mies Bouwman duizenden ertoe bewoog om, ten behoeve van gehandicapten, met een bankbiljet in een lucifersdoosje naar de RAI te gaan. Er bestaat hier een grote bereidheid om en masse naar de aangewezen plaats te gaan, voor het vieren van een zege, voor een rouwdienst, een goed doel. Dan maakt zich van de massa een uitzinnigheid meester. Wij horen tot de minst televisiebestendige volken. Voor partijpolitiek lopen we allang niet meer te hoop. Maar voor een politicus die de nationale redding in het vooruitzicht stelt?

Theoretisch is aan alle voorwaarden tot een staatsgreep voldaan: een massale, peilloze ontevredenheid; grote, onoplosbaar lijkende vraagstukken met de kans op de volgende rampzalige uitbarsting; een zwak gezag; en uit de coulissen tevoorschijn komende kandidaten die, net als de vorige kandidaat, verzekeren dat de redding om de hoek ligt. Daarbij de nauwelijks verborgen alzijdige bereidheid tot geweld, de lust tot afrekening.

Rusland heeft Den Haag laten weten dat ze zich in Moskou ongerust maken. Lach er niet om. Daar hebben ze verstand van staatsgrepen.