`Ik moest van u toch vrouwen aannemen?'

Minister Verdonk bracht vanmorgen een bliksembezoek aan allochtone ondernemers. Een lange stoet trok door de Haagse Schilderswijk. ,,Een lening krijg ik niet van de bank.''

Daar loopt de minister. Met achter haar een dame die het protocol bewaakt, een werknemer van het ministerie van Justitie, de Haagse wethouder Economische Zaken, twee mensen van werkgeversorganisatie VNO-NCW, de voorlichter van de minister, iemand van de business club voor de Schilderswijk, twee lange mannen die spiedend om zich heen kijken, twee politieagenten die het verkeer telkens afzetten als de minister een straat wil oversteken, een redactrice van een tijdschrift over justitie en vier fotografen.

Minister Rita Verdonk (Integratie) trok vanochtend de Haagse Schilderswijk in voor een bezoek aan allochtone ondernemers. Het is voor het eerst dat ze dit doet, maar echt diepgaand wordt de discussie niet. In een uur trekt Verdonk van de Turkse bank naar de Hindoestaanse opticien, van het Marokkaanse reisbureau naar de Turkse juwelier. En daarna schudt ze ook nog handen, op eigen verzoek, bij de Nederlandse gordijnenwinkel Metz en bloemenzaak Meijer.

Dat juist zij vanochtend op bezoek gaat, en niet de minister van Economische Zaken, vindt ze niet meer dan logisch. ,,Ík heb toch integratie in mijn portefeuille? Nu wil ik graag luisteren. Vragen wat beter kan.''

De gang van zaken is telkens hetzelfde. Verdonk loopt het bedrijf binnen – de eigenaar weet ervan – maakt kennis en trapt af: ,,Vertelt u eens wat over uw onderneming.''

Zafer Yildiz, eigenaar van juwelierszaak Het Paleis: ,,Dat is een mooie menigte die u hier meeneemt. Als iedereen nu goud koopt, gaat het wel goed.'' Ook al heeft Yildiz een Nederlandse naam gekozen, Nederlanders ziet hij niet in zijn met groen marmer beklede winkel.

Verdonk: ,,Hoe gaat dat met Turkse vrouwen? Komen die zelf kopen?''

Yildiz: ,,Nee, dat doen de mannen.''

Verdonk: ,,Dat is in Nederland toch anders. En ik zie dat er ook geen prijsjes aan de sieraden hangen.''

Yildiz: ,,Zo kan je nog wat onderhandelen. Anders wordt het saai.''

Verdonk: ,,Ah, een beetje dealen.''

Yildiz geeft de minister een Turkse gouden munt (winkelwaarde 180 euro). Als dank voor het bezoek. Ze is ,,vereerd''.

Ook bij opticien Renni krijgt Verdonk een cadeautje, een flesje brillenspray. De van oorsprong Surinaamse Shuniel Gayadin vertelt hoe moeilijk het was een winkelpand te vinden. Gelukkig stond de gemeente erop dat er een opticien in de buurt kwam, en niet de islamitische slager. ,,Ondanks dat: ik stond in de rij'', zegt Gayadin. Ook het loskrijgen van de juiste vergunningen en leningen bij een bank was een ,,heel lang proces''.

Terwijl Verdonk daarna naar het Marokkaanse reisbureau loopt, praat wethouder Pieter van Woensel haar bij over de subsidies die allochtone starters in deze wijk krijgen. Geld uit Brussel. Maar het is niet alleen zonneschijn voor de ondernemers hier. Huisjesmelkers, hun ,,slaappanden'' en armlastige bewoners zijn slecht voor de wijk, voor het economische klimaat. Verdonk: ,,Dus het is nu zaak dat al die Nederlanders ook hierheen komen.''

Werkgeversorganisatie VNO-NCW benadert de zaak liever positief. Natuurlijk, allochtone ondernemers gaan vaker failliet dan autochtone starters, zijn overwegend lager opgeleid en slechter op de hoogte van wet- en regelgeving, concludeerde voorman van VNO-NCW Jacques Schraven (vandaag niet mee) een paar weken geleden al. Maar een van de organisatoren van het bliksembezoek, Merdan Yagmur van VNO-NCW (wel mee), benadrukt liever dat ze ook zo ontzettend hard kunnen werken en de ondernemers van de toekomst zijn. Als zíj in achterstandswijken succesvol zijn, betoogt hij, dan komen ook klanten van buiten de wijk. Is ook goed voor de wijk.

Hicham Bouzidi van reisbureau Meditours zegt dat het ook andersom kan. Hij heeft een Nederlandse vrouw in dienst genomen die Arabisch spreekt. Verdonk: ,,U heeft drie vrouwen in dienst?''

Bouzidi: ,,Ja. Ik moest van u toch vrouwen aannemen?'' Verdonk: ,,En waarheen gaat het?'' Bouzidi: ,,Overal, maar met name Marokko. De voertaal hier is Nederlands, we willen klanten in hun eigen taal helpen. Maar we krijgen ook Marokkanen die we hun eigen land laten leren kennen. We hebben speciale reizen voor de tweede en derde generatie allochtonen.'' Verdonk: ,,Waarom?''

Bouzidi: ,,Ze hebben vaak een vertekend beeld van hun eigen land. Kennen alleen het Marokko van hun ouders: een klein dorpje in de bergen. Ik wil u trouwens uitnodigen voor een bezoekje. Dat zou goed zijn voor u en heel Nederland.''

Verdonk: ,,Ik ben goed op de hoogte hoor. Maar het staat op het programma.''

Bouzidi is het toonbeeld van een succesvol allochtoon ondernemer. Eigen zaak, multicultureel personeel. Maar ook: ,,Een lening kreeg ik niet. De eerste jaren waren dus erg moeilijk. Dé bank nam me gewoon niet serieus, twijfelde aan mijn vakbekwaamheid.'' Dat merkt hij ook bij organisaties als VNO-NCW, de Kamer van Koophandel en MKB Nederland, vertelt hij op weg naar een besloten kort gesprek met Verdonk. Allochtone ondernemers sluiten zich in de regel nauwelijks bij belangenorganisaties aan. ,,Als ik daar kom, moet ik eerst een half uur praten over mijn afkomst. Terwijl ik gewoon wil leren netwerken.''