Goebbels geestig en melancholisch

Eraritjaritjaka: het is een naam waar je over struikelt. Ken je eenmaal de betekenis, dan breng je er meer sympathie voor op. In het Aranda, een Australische Aborigine-taal, wil het woord zoveel zeggen als: het verlangen naar het verlorene. De Duitse theatermaker Heiner Goebbels vond de uitdrukking bij schrijver en Nobelprijswinnaar Elias Canetti.

Diens aantekeningen dienden als basis voor een markant muziektheaterstuk. Acteur André Wilms brengt Canetti's aforismen als de monoloog van een eenzame oudere man, een man als Canetti zelf, met mantel en hoed en de broze bewegingen van een ouderwetse heer. Dwaze wijsheden spreekt hij voor zich uit, bevindingen die te particulier zijn om voor filosofisch, en te algemeen om voor literair door te gaan. Ze handelen (in het Frans, met Nederlandse boventiteling) over dieren, dirigenten, gedroomde maatschappijvormen en gedroomde mensen. Op een merkwaardige manier zijn ze geestig. ,,Steeds als je een dier goed bekijkt krijg je het gevoel dat er een mens in zit die ons uitlacht'', zegt Wilms terwijl hij malle sprongetjes maakt rond een vreemdsoortig beest. Hij zegt ook: ,,Zouden beesten minder bang zijn omdat ze zonder woorden leven?''

De macht en de onmacht van woorden, daar peinst de Canetti-achtige heer op het podium dikwijls over, en jaloers kijkt hij naar het métier van die andere kunstenaars, die woordloze tovenaars, de componisten en musici. Zij zijn zijn tegen- en medespelers; nadrukkelijk vervullen de leden van het Mondriaan Kwartet de rol van uitdagers. Maar ook van smaakmakers en melancholie-versterkers.

Componist Goebbels beperkte zich deze keer tot het compileren van kwartetklassiekers, gematigd-modern werk dat soms wordt vervormd tot een elektronische dreun. Het sombere, aan de slachtoffers van het fascisme gewijde Achtste strijkkwartet van Sjostakovitsj geeft al direct aan het begin de historische achtergrond weer: ook de Europese jood Canetti leed onder het fascisme en de grillige humor in zijn aforismen is daar deels een antwoord op. Verder horen we een anti-oorlogsstuk van George Crumb, een meer verzoenend kwartet van Maurice Ravel en een woest fragment uit Die Kunst der Fuge van Bach – betekenisvolle keuzes die niet topzwaar worden door de ironie van de regie.

Halverwege de avond stapt André Wilms ineens op. Hij verlaat het theater, wij volgen hem op een videoscherm, hij houdt een taxi aan en rijdt door nachtelijk Den Haag naar zijn appartement. Daar hakt hij op Ravels ritmen uien voor in zijn omelet en intussen blijft hij zinnen van Canetti prevelen, waarbij hij ook even in diens personage Professor Kien verandert. En net zo plots als hij verdween is hij weer op de bühne. De hele escapade blijkt een truc: het appartement ligt opeens niet meer ver weg in de stad, maar in een bordkartonnen toneelhuis.

Dat soort grapjes geeft het verlangen naar het verlorene een lichtheid die meteen een hommage is. Aan Canetti en aan alle dwaze, dappere, eenzame kunstenaars bij elkaar.

Voorstelling: Eraritjaritjaka, door Théâtre Vidy-Lausanne/ Mondriaan Kwartet. Concept en regie: Heiner Goebbels. Gezien: 23/11 Koninklijke Schouwburg, Den Haag. Aldaar t/m 24/11. Inl: 0900-3456789 of www.koninklijkeschouwburg.nl.