God in de politiek

De antithese tussen confessionele en niet-confessionele partijen in de Nederlandse politiek is de afgelopen week verscherpt aan het licht gekomen. Het debat over het schrappen van artikel 147 in het Wetboek van Strafrecht dat `smalende godslastering' strafbaar stelt, begon vorige week dinsdag in het wekelijkse vragenuur in de Tweede Kamer en dreigde razendsnel te escaleren. Gisteren werd een motie van Kamerlid Van der Laan (D66) die aandrong op `heroverweging' van het wetsartikel verworpen en daarmee was dit explosieve onderwerp gedemonteerd.

Het gaat hier echter om een zeer voorlopige demarcatiezone, aangezien de niet-confessionele oppositiepartijen in stemverklaringen aangaven in principe voorstander te zijn van het schrappen van het onderhavige artikel. God moest al uit de Troonrede, uit de Europese Grondwet en nu dus uit de strafwet. Maar in het licht van de spanningen in de samenleving sinds de moord op cineast Van Gogh tussen moslims en niet-moslims vonden deze partijen het niet opportuun om op dit moment een Kameruitspraak te doen over dit onderwerp. GroenLinks-aanvoerder Halsema had op zichzelf gelijk met haar standpunt dat steun verlenen aan de motie neerkomt op ,,symboolpolitiek''. Want zoals minister Donner (Justitie, CDA) eerder al had gezegd: wetten schaf je niet per motie af. Hij had de kwestie wel zelf op de agenda geplaatst door de toepassing van het wetsartikel tegen godslastering te noemen in de reeks van maatregelen die nu worden voorbereid naar aanleiding van de moord op Van Gogh. Maar nu hebben de twee liberale regeringspartijen vóór de motie gestemd. Daarmee is de ideologische spanning binnen de coalitie tussen liberalen en christen-democraten blootgelegd en heeft Donner het omgekeerde bereikt van wat hij wilde.

CDA-fractievoorzitter Verhagen merkte vorige week terecht op dat de kwestie van het bijzondere wetsartikel tegen godslastering geen goed onderwerp is om tijdens een vluchtig vragenuur af te handelen. Hetzelfde geldt overigens voor behandeling tijdens de nazit van de bespreking van de begroting van het ministerie van Justitie, zoals ook gebeurde. Het debat had misschien mede door deze procedurele weeffout een naar binnen gericht karakter en was vooral een gesprek tussen zeer autochtone volksvertegenwoordigers, zoals de Leidse bestuurskundige De Vries gisteren signaleerde. De discussie ging voornamelijk over de God van Nederland, om met Nescio te spreken, terwijl Diens terugkeer in de nationale vergaderzaal nu vooral is veroorzaakt door de spanningen die samenhangen met de God van de moslims.

Het debat over de godlastering draait in wezen om vragen over de Nederlandse identiteit – en over de kennelijke crisis waarin die zich bevindt. Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen kondigde VVD-fractievoorzitter Van Aartsen aan dat hij een debat wenst met premier Balkenende over zijn uitspraak dat Nederland een christelijke natie blijft. Dit is een kwestie die bij uitstek onderwerp van gesprek moet zijn in het parlement. Juist op dit moment.