Gidsstad Rotterdam

Het valt te prijzen dat juist Rotterdam, de stad van Fortuyn, wil experimenteren met desegregatie van witte en zwarte scholen. Het gemeentebestuur van Rotterdam, waar Leefbaar Rotterdam de grootste partij is, probeert constructieve oplossingen uit in plaats van zich af te zetten tegen de massale aanwezigheid van immigrantengezinnen uit arme landen. In die zin is Rotterdam gidsstad, niet alleen in de politieke omwenteling die zich in 2002 voordeed, maar ook in ontwikkelingen daarna.

In veel steden groeit het aantal scholen waar niet-westerse allochtonen in de meerderheid zijn. Bij meer dan de helft van de Rotterdamse scholen, honderd in totaal, komt 70 procent van de kinderen uit gezinnen van niet-westerse immigranten. Dat is een sociaal drama, want de immigrantenkinderen op zwarte scholen spreken vaak slecht Nederlands. Niet alleen houdt dat de lessen op, maar het vermindert de kansen van kinderen die daar worden opgeleid. Bovendien blijven immigranten en allochtonen zo op een grotere afstand van elkaar staan. CDA-wethouder Geluk voor onderwijs en integratie wil met aparte wachtlijsten voor autochtone en allochtone kinderen de vorming van zwarte scholen tegengaan, een quotastelsel dus. Het gaat om een beperkt aantal scholen, veertig in het totaal. Van die scholen wordt gevraagd dat zij in hun samenstelling een afspiegeling vormen van de wijk, niet van de hele stad waar 60 procent allochtoon is. De meeste zwarte scholen zijn er niet bij betrokken, want die zijn wel een afspiegeling van de allochtone wijk waar ze staan.

Het is een moedig initiatief. Etnische quotasystemen zijn ook elders ter wereld geprobeerd en stuiten meestal op grote politieke weerstand. In Nederland beperken dubbele wachtlijsten de keuzevrijheid van ouders en kinderen. Daar dreigt het op te stranden. Geluk geeft toe dat hij het initiatief moet opgeven als iemand het dubbele wachtlijstsysteem juridisch aanvecht. Onderscheid naar etnische afstamming is in strijd met de wet op gelijke behandeling. Sociale achterstand als criterium voor desegregatie is meer aanvaardbaar. Minister Van der Hoeven van Onderwijs hoeft geen advies te vragen van de Onderwijsraad om daar achter te komen. Overigens wordt in Amerika dat gelijkheidsbeginsel heel anders uitgelegd. Daar leidt het tot een ander quotasysteem: geen wachtlijsten per etnische groep maar verschillende testnormen voor toelating tot universiteiten.

Toch zijn quota geen oplossing als alleen Rotterdamse scholen moeten desegregeren en de omliggende gemeenten buiten schot blijven. Het is te gemakkelijk voor de nog overgebleven kansrijke Rotterdammers om te verhuizen. Om die reden ziet het gemeentebestuur van Amsterdam af van gedwongen desegregatie. Er wonen in de grote steden te veel achterstandsgezinnen om desegregatie mogelijk te maken en de gemeentebesturen moeten zuinig zijn op hun economisch geslaagde burgers. Eerst moet dus de samenstelling van de wijken veranderen, om te beginnen metandere woningbouw.

Als zijn desegregatieplan niet slaagt, wil wethouder Geluk praten over andere mogelijkheden en dat is een kans voor minister Van der Hoeven. Haar plan om nieuwe scholen met meer dan 80 procent achterstandsleerlingen onmogelijk te maken, reikt verder dan een enkele stad. Het innovatieve gemeentebestuur van Rotterdam kan best wat hulp uit Den Haag gebruiken.