Even weg uit je `comfort zone'

Het heet een nieuwe trend te zijn: managers die een derdewereldland bezoeken in het kader van management development of als onderdeel van een programma `maatschappelijk verantwoord ondernemen'. ,,Opeens begreep ik hoe betrekkelijk onze Westerse normen en waarden zijn.''

Wat kan een product strategy manager van KLM leren van een bezoek aan een derdewereldland? ,,Veel'', zegt Franc Vink (33). Samen met zeven andere managers reisde hij in mei van dit jaar voor twee weken naar Gambia om te helpen bij het opzetten van een vakschool voor voortijdige schoolverlaters en een crèche voor kinderen van ouders die moeite hebben om in de eerste levensbehoeften te voorzien. ,,Ik werd van het ene op het andere moment uit mijn comfort zone getrokken'', zegt Vink. ,,Ik moest praktische obstakels overwinnen, leerde mijn zwakke én mijn sterke kanten beter kennen en realiseerde mij dat velen in Nederland aan bewustzijnsvernauwing lijden. Deze reis heeft mij voorgoed veranderd.''

Ook Bruno Klawer (32) heeft ,,ongelooflijk veel geleerd'' tijdens zijn reis door India, in februari vorig jaar. Als new business development manager bij een grote leverancier van voedselingrediënten wilde Klawer wel eens zien hoe ze oesterzwammen telen aan het andere eind van de wereld. In Delhi bezocht hij een aantal scholen en een krottenwijk en sprak hij met vertegenwoordigers van multinationals als Pepsi en Unilever. Daarnaast hielp hij een lokale ontwikkelingsorganisatie met het uitwerken van een businessplan. Klawer: ,,Dankzij die reis leerde ik de Indiase voedselindustrie van binnenuit kennen. Maar ik werd ook geconfronteerd met mijn eigen vooroordelen ten aanzien van de Derde Wereld en ging inzien hoe betrekkelijk onze Westerse normen en waarden zijn. In Nederland wordt kinderarbeid bijvoorbeeld rigoureus veroordeeld. Maar wat als je er dáár als moeder het leven van je kind mee kunt redden? We hebben hier soms wel erg gemakkelijk praten.''

Vink en Klawer zijn twee van naar schatting enkele duizenden Nederlandse managers die jaarlijks een derdewereldland bezoeken – in het kader van management development of als onderdeel van een programma maatschappelijk verantwoord ondernemen. Een nieuwe trend? ,,Ja'', zeggen Dave Jongeneelen en Marije Adriaansens, die na een vakantie in Gambia, in 2001, besloten om een bedrijf op te richten dat ,,duurzame initiatieven'' in landen als Gambia, Zambia, Kameroen en Sierra Leone ondersteunt. Jongeneelen, ex-consultant bij Hay Group: ,,Onze programma's hebben twee pijlers: de persoonlijke ontwikkeling van managers en professionals stimuleren en de Afrikanen helpen bij het ontplooien van hun eigen kwaliteiten. De bedoeling is dat beide groepen van elkaar leren door middel van wat wij teaching and telling noemen. Het opgeheven vingertje laten wij graag thuis.'' Zo'n twintig bedrijven en organisaties hebben zich sinds de oprichting van Better Future, begin 2003, aangemeld voor een van de vele leiderschapsprogramma's – van banken en energiebedrijven tot universiteiten en overheidsinstanties. ,,En het einde is nog niet in zicht'', aldus Adriaansens.

Tijdens de reizen van Better Future worden deelnemers niet gestimuleerd om hun expertise in te zetten, zegt Jongeneelen ,,want dan gaan ze simpelweg hun stokpaardjes berijden en wordt hun inlevingsvermogen nauwelijks op de proef gesteld''. Daar denken ze bij Esteam/Work in Maastricht anders over. Het vorig jaar opgerichte bedrijf dat professionals ,,traint, inspireert en motiveert'' door ze voor enkele weken naar `kennisprojecten' in ontwikkelingslanden te sturen, moedigt managers juist aan hun kennis over te dragen op de lokale bevolking. Zo reisden vorige week negen medewerkers van het ICT-bedrijf Ordina naar de Tanzaniaanse stad Moshi om een analyse te maken van de IT-infrastructuur van een grote koffieproducent. Machiel van Dooren, oprichter van Esteam/Work: ,,Het personeel van die producent kent de mogelijkheden van Word, Excel en e-mail, maar weet die kennis niet goed te benutten. De medewerkers van Ordina zullen meedenken over optimaal gebruik van de pc's en de programmatuur voor opkoop van koffie.''

Paul Hoebink, hoogleraar ontwikkelingssamenwerking aan de Universiteit van Nijmegen, is nogal sceptisch over wat hij ,,de zogenaamd nieuwste vorm van ontwikkelingssamenwerking'' noemt. Hoebink: ,,Bedrijven die het lerende vermogen van hun leidinggevenden testen in een ontwikkelingsland hebben wellicht een streepje voor op bedrijven die datzelfde vermogen testen tijdens een survivaltocht in de Ardennen. Maar laten we er alsjeblíeft niet te gewichtig over doen.'' Gemeenten en universiteiten lenen zich volgens hem beter voor duurzame samenwerkingsverbanden met ,,counterparts'' in de Derde Wereld dan individuele experts van bedrijven. ,,Ondernemingen laten na zo'n bezoek zelden materiële zaken achter. En de contacten na afloop verstommen al snel. Het eerste oogmerk is management development. Prima, maar noem het dan geen ontwikkelingssamenwerking.''

Dave Jongeneelen en Marije Adriaansens van Better Future zijn het met Hoebink eens ,,dat je niet in twee weken de wereld kunt veranderen''. En dat is ook niet waar ze op uit zijn. ,,We hopen simpelweg dat beide groepen tijdens zo'n reis iets van elkaar kunnen leren.'' Toch zijn er ook organisaties, zoals Exchange Young Executives (EYE), die wel degelijk vinden dat de bedrijfsreizen onder het kopje `ontwikkelingssamenwerking' moeten worden geschaard. Het samenwerkingsverband tussen managementcentrum De Baak, de jongerentak van VNO-NCW Jong Managment en de Interkerkelijke organisatie voor ontwikkelingssamenwerking (ICCO) wil ,,de relaties tussen het Nederlandse bedrijfsleven en bedrijven in de Derde Wereld bestendigen'' zegt bestuurslid Robert van den Heuvel. Hoe? ,,Door ontwikkelingsorganisaties uit die landen in Nederland uit te nodigen. En door Nederlandse bedrijven aan te moedigen na zo'n reis handelsbetrekkingen met ontwikkelingslanden aan te gaan.'' Vanaf volgend najaar wil EYE ook bedrijfsreizen van drie maanden gaan aanbieden. ,,Opdat deelnemers meer tijd krijgen om de markt te verkennen.''

Voor Ordina zijn er drie redenen om haar medewerkers naar Tanzania te sturen, zegt Frank van der Tang, programmamanager Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen bij het IT-bedrijf. ,,Ordina is een bedrijf dat het vervullen van maatschappelijke taken als onderdeel van zijn strategie ziet.'' Een tweede reden is volgens hem dat dit soort projecten door het merendeel van de werknemers als motiverend wordt ervaren. ,,Hun incasseringsvermogen en flexibiliteit wordt enorm getest. Want hoe leg je de werking van een computer uit aan iemand die zeer gebrekkig Engels spreekt? Dat alleen al is een hele opgave. Je zult je moeten verplaatsen in mensen met een andere taal en cultuur. Niet iedereen gaat dat even gemakkelijk af. Maar de wil is er zeer zeker.'' Wat volgens Van der Tang ook meespeelt, is dat steeds meer werknemers voor een bedrijf willen werken dat verder kijkt dan het bedrijfsresultaat. ,,Ze willen ook trots kunnen zijn op hun werkgever en die trots leidt weer tot loyaliteit en motivatie.''

Net als Jongeneelen en Adriaansens van Better Future vindt Van der Tang dat de bedrijfsreizen niet tot een nieuwe vorm van ontwikkelingssamenwerking mogen worden gebombardeerd. ,,Dat zou geen recht doen aan de traditionele vormen van ontwikkelingssamenwerking.'' Toch beschouwt Ordina het project wel degelijk als een aparte en serieuze zaak, verzekert hij. ,,Het is geen kwestie van: hier heb je een pot geld en succes ermee. Integendeel. Wij blijven onze kennis inzetten; ook als wij weer terug zijn in Nederland kunnen de Tanzanianen altijd per e-mail een beroep op ons doen.''

Franc Vink van KLM zegt tijdens zijn reis met Better Future meer van de Gambianen te hebben geleerd dan hij ooit tijdens een survivaltocht in de Ardennen had kunnen opsteken. ,,Deze mensen kunnen met weinig middelen veel bereiken. Ze nemen snel besluiten, zijn direct in de omgang, simpelweg omdat ze niet over het geld en de tijd beschikken om achterover te kunnen leunen.'' Tijdens vergaderingen denkt Vink regelmatig bij zichzelf: wat zijn wij toch passief en wat zwélgen wij in onze luxe. ,,Dat besef geeft mij net dat zetje om me uit te spreken.''