De Gruyter vernieuwde Groninger Museum

Toen bekend werd dat W. Jos de Gruyter in 1955 directeur zou worden van het Groninger Museum, schreef de Telegraaf dat hij ,,de Sandberg van het Noorden'' zou worden. De Gruyter was toen al jaren een gezaghebbend criticus met veel belangstelling voor moderne kunst. Hij was sinds 1930 verbonden aan de deftige Haagse krant Het Vaderland. In 1938 was zijn grote boek over de Europese schilderkunst na 1850 verschenen – `na 1850' was in 1938 modern.

De benoeming in Groningen nam De Gruyter (1899-1979) gretig aan. Hij had genoeg van het kritieken schrijven. Hij wilde nu wel eens iets doen. Actief werd hij zeker. Hij schrijft in zijn herinneringen – nu gepubliceerd onder de wat vreemde titel Zelfportret als zeepaardje – dat hij iedere maand minstens één expositie op touw zette.

De Gruyter heeft het Groninger Museum inderdaad de nieuwe tijd in getild, zoals Willem Sandberg dat deed met het Stedelijk in Amsterdam. Hij vond dat een museum niet alleen moest conserveren, maar ook stimuleren. Hij richtte zich om te beginnen op de hedendaagse kunst die dicht bij huis, in Groningen zelf, was ontstaan. Hij beschouwde het expressionistische werk uit de jaren 1920 van de kunstenaars van De Ploeg als het uitgangspunt voor de moderne collectie. Hij maakte ook het kader van die kunst zichtbaar door werken aan te kopen van Duitse en andere expressionisten zoals Kirchner en Paula Moderssohn-Becker. Aan de laatste, die hij zag als een onderschatte sleutelfiguur, wijdde hij in 1958 een expositie.

Heel toepasselijk tegelijk met de aandacht die nu in Amsterdam aan oud-directeur Sandberg wordt besteed, is in Groningen een overzicht te zien van de aanwinsten van De Gruyter in zijn directeursperiode daar die tot 1963 duurde. Het is een interessant tijdsbeeld. Vooral het eerste van de twee aan De Ploeg gewijde zaaltjes springt eruit met levendige kunst van hoog niveau. Zoals het portret van Jan Wiegers door Johan Dijkstra, waarop de geportretteerde, een enorme pijp in de linkerhand en zelfbewust naar de beschouwer gedraaid, zelf aan het werk is aan een kleurrijk schilderij met vrouwenfiguren.

Hetzelfde hoge niveau was duidelijk moeilijker te halen in aankopen uit vroegere perioden, zoals bij een Breitner en een Verster – al is de kleine strandscène van Isaac Israëls die De Gruyter in 1959 kocht, weer opvallend goed. Zijn aankopen bestrijken een breed terrein, van een Salomo en de koningin van Sheba toegeschreven aan de 16de-eeuwer Jan Swart van Groningen tot tekeningen van George Grosz en lyrisch-expressionistisch werk van Piet Ouborg. Maar heeft afwisseling een tentoonstelling ooit kwaad gedaan?

Afwisselend zijn ook de verhalen en herinneringen van Jos de Gruyter zelf, opgetekend in de memoires. De Gruyter had een Engelse moeder en bracht zijn kinderjaren deels in Nederlands-Indië, deels in Engeland door. Hij zou eerst graficus worden (hij kon mooi tekenen) en had veel aanleg voor muziek. De vriendschap met de criticus-kunstenaar Just Havelaar, die hij in 1930 bij Het Vaderland opvolgde, was van grote betekenis in zijn leven. In een brief uit 1927 schrijft Havelaar: ,,Wacht maar, Willem [De Gruyter werd pas later Jos, IM]: jij wordt onze eerste kritikus voor beeldende kunst. En als je maar oppast dat je geen gekkigheden doet als ik, dan zal je als zoodanig erkend worden óók.''

De Gruyters benoeming tot museumdirecteur was zeker een vorm van erkenning. Dat hij na acht jaar, na moeilijkheden met het behoudende museumbestuur, vertrok doet daar niet zo veel af (hij werd hoofdconservator moderne kunst aan het Haags Gemeentemuseum).

Wonderlijk is wel dat hij 25 jaar na zijn dood alweer bijna lijkt te zijn vergeten. Zijn teksten zijn nog steeds prettig leesbaar. In Zelfportret als zeepaardje, dat zorgvuldig is uitgegeven door het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, schrijft hij niet alleen over de kunst, maar ook over zijn leven. Het boek is behalve een aardige invoering in de twintigste-eeuwse Nederlandse kunstwereld, ook een kennismaking met een begaafde, gevoelige schrijver-criticus: een mooie posthume comeback.

Tentoonstelling: Keerpunt. Keuze uit het aankoopbeleid van Jos de Gruyter. Groninger Museum, t/m 13/3. Di-zo 10-17 uur. Inl: 050-366 6555. Boek: `Zelfportret als zeepaardje'. Memoires van W. Jos. de Gruyter. Uitg. Thoth, 488 blz., isbn 90 6868 3691, prijs €39,90