De Blauwe Olifant van Barcelona

Joan Laporta is het brein achter de wederopbouw van FC Barcelona. In juni 2003 won de advocaat, amper veertig, de voorzittersverkiezingen bij de roemrijke voetbalclub uit Catalonië.

Camp Nou beleefde vorig jaar juni van een uniek moment. Het was immers nog maar zelden voorgekomen in de moderne voetbalgeschiedenis dat de woordvoerder van een oppositionele supportersbeweging tot clubpresident werd verkozen. Joan Laporta, tot dan toe roerganger binnen de pressiegroep L'Elefant Blau (De Blauwe Olifant), loodste de roemrijke voetbalclub uit Catalonië sindsdien door stormachtige tijden.

De advocaat kan niet onbelangrijk rekenen op steun en advies van clubboegbeeld Johan Cruijff. Hij kreeg binnen het jaar het dolende instituut opnieuw op de rails. De socio's hunkeren naar financieel evenwicht, een herkenbare frivole en succesvolle voetbalstijl en het herstel van de sociale Catalaanse tradities. En eren de gedachte aan Josep Sunyol, door generaal Franco vermoord in 1936.

L'Elefant Blau werd opgericht in 1987 door intellectuelen, bankiers, advocaten, acteurs en schrijvers. Heimwee naar Cruijff schraagde het initiatief. De oppostiegroep stak met zijn naam de draak met de mislukte fascistische coup in het Spaanse parlement in 1981. Het altijd onbekend gebleven brein achter de schietpartij van kolonel Tejero noemde zich `Witte Olifant'. L'Elefant Blau (ruim 15.000 leden) hekelde voorzitter Josep Lluís Núñez en diens ondemocratische bestuur, diens verwaarlozing van de jeugdopleiding en diens plannen om FC Barcelona naar de beurs te brengen. Dan zouden aandeelhouders de club in handen hebben en dat staat haaks op de grondbeginselen: socio's bepalen de koers van Barça en niemand anders. Volgens het recept van seny & rauxa.

`Het zijn de twee levensaders van Catalonië', schreef Robert Hughes in zijn boek Het Epos van Barcelona. `Seny' is gemeenschapszin, werkzucht én ironie. De mens staat centraal in het denkbeeld. `Rauxa' staat voor ongeremde emotie, de irrationale uitbarsting. Catalanen verheerlijken hun persoonlijke vrijheid. Barcelona geniet van oudsher bekendheid om zijn open geest, tolerantie en traditie van opstandigheid, en voelt zich meer verbonden met het mondaine Parijs dan met het puriteinse Madrid.

Laporta beleefde de drie breukmomenten uit de historie van het stadion Camp Nou van nabij:

1977. Josep Tarradellas was de laatste eerste minister van Catalonië vóór de Franco-dictatuur (19391975). Hij keert na bijna veertig jaar terug uit ballingschap en schreeuwt: `Burgers van Catalonië: hier ben ik weer! Met de vrijheid! Met dank aan Barça!'

1992. Aanvoerder Pep Guardiola parafraseert Tarradellas na winst van de Europa Cup I: `Burgers van Catalonië: hier ben ik weer! Met de Europa Cup! Met dank aan Barça!'

1999. Volkszanger Juan Manuel Serrat zorgt voor het emotioneelste moment van het eeuwfeest als hij zijn populairste song inzet. Een ode aan de opposanten tegen Franco en aan iedereen die het goed met Catalonië voor heeft: `Barça! Barça! Barça!'

Laporta dacht toen terug aan Josep Sunyol, één van zijn grote voorbeelden. Zeer tegen de zin van Núñez werd zijn idealistische voorganger uit de jaren dertig op verzoek van L'Elefant Blau bij het eeuwfeest bejubeld.

In Saluut aan Catalonië vertelt schrijver George Orwell hoe in 1936 een impulsieve mensenmassa de Ramblas, de lange lanen aan de befaamde Plaça de Catalunya, overweldigde. Uit protest tegen onder meer de moord op de geliefde Sunyol. Franco's brigades hadden de voorman van FC Barcelona, zonder vorm van proces, geëxecuteerd.

Sunyol was een razend populaire volksvertegenwoordiger van Accio Catalana, een vooruitstrevende beweging die het Catalaanse nationalisme en sociaal-democratie op dezelfde lijn zette. Hij beschouwde zijn lidmaatschap van FC Barcelona in 1925 als zijn eerste politieke daad. Na een staatsgreep van generaal Primo de Rivera verbood de Madrileense junta de Catalaanse vlag in het stadion.

Barça was onder Sunyol een symbool van verzet tegen de autoritaire hoofdstad. Hij ontwikkelde de samenhang tussen voetbal, democratie, spiritualiteit en cultuur. Hij werd voorzitter van Barça, president van de Catalaanse voetbalafdeling, en schreef columns over de relatie tussen sport en samenleving in het dagblad La Rambla, een oppositiekrant tegen de Rivera's regime.

Hét rolmodel was vanzelfsprekend Barça. Sunyol lanceerde de slogan die de wat elitaire krant een populair karakter gaf: `Voor sport & burgerschap!' Sunyol zag de club als een instrument om de samenleving te democratiseren: een club van en voor de mensen, tot vermaak van het volk en pal achter de rechten van de Catalanen. In 1931 werd hij verkozen als parlementslid; hij domineerde gedurende vijf jaar het politieke debat.

Op 6 augustus 1936 viel hij tijdens een vluchtpoging in een hinderlaag, en kreeg hij het nekschot van Franco's falangisten.

Laporta dacht regelmatig terug aan Sunyol, toen hij zag hoe Núñez de democratische signatuur van FC Barcelona verkwanselde. De Britse journalist Jimmy Burns beschrijft het proces in zijn boek Barça, A People's Passion: `Núñez was een man zonder gevoelens, zonder politieke visie. Hij hing op een scrupuleuze wijze Nieuw Rechts aan in de jaren tachtig: winst maken zonder ethiek. Corruptie, fraude en intimidatie vormden de ijkpunten van zijn beleid'.

De malafide bouwondernemer stond ook oogluikend de opbouw toe van een gewelddadige stoottroep: de Boíxes Noís (Onze Jongens). Voor het eerst in zijn bestaan diende Barcelona af te rekenen met rechts-radicale hooligans. Ze zorgden voor een verharding van de zeden en gooiden de beruchte varkenskop naar Figo bij zijn terugkeer met Real Madrid (herfst 2002).

President Juan Laporta stelde de agressie van de Boíxes Noís meteen vlijmscherp aan de kaak. Die reageerden met doodsbedreigingen op de muren van zijn huis.

Laporta week en wijkt niet voor extreem-rechts. Hij heeft een bijzondere opdracht: het epos van Barcelona moet nog een eeuwigheid mee.