Warmte tussen Cuba en China

,,Viva China'', riep de Cubaanse president Fidel Castro toen hij zijn Chinese ambtgenoot Hu Jintao gisteren in de Cubaanse hoofdstad Havana ontving. Ook Hu deed enthousiast. Hij prees het enige communistische land op het westelijk halfrond voor de prestaties die het had geleverd op het gebied van de ,,socialistische opbouw'', en raadde de Cubanen aan verder te gaan op de ingeslagen weg.

Dat klinkt allemaal mooi en broederlijk, maar China is Cuba niet. In China heerst allang een soort `socialisme' dat in de economische praktijk verdacht veel trekken heeft van de door Cuba zo vermaledijde Verenigde Staten. China's economische hervormingen hebben geleid tot een hoge economische groei, en daarmee tot een onstilbare honger naar grondstoffen.

Cuba heeft als vijfde producent ter wereld van nikkel wel grondstoffen, maar nauwelijks de middelen om die grondstoffen ook te exploiteren. Vooral dat maakt Cuba en China tot ideale handelspartners. China steekt geld in de Camarioca-nikkelfabriek, een project dat niet meer werd voltooid toen de Russische geldstroom naar Cuba opdroogde na de val van de Sovjet-Unie. Ook wil China investeren in een joint venture om andere, nog onontgonnen nikkelvoorraden te exploiteren.

China gaat Cuba ook één miljoen televisies verkopen, geen onhandige zet als je bedenkt dat veel televisieproducenten in China zelf hun televisies aan de straatstenen niet meer kwijt kunnen door overproductie.

Zo trekken China en Cuba allebei voordeel van de nieuwe warme banden tussen beide socialistische broederlanden. Grote verliezer zijn de vlak om de hoek gelegen Verenigde Staten, zeker als de geruchten waar zijn dat China en Cuba ook hun militaire banden nauwer gaan aanhalen.