Verdwijnt God uit Nederland...

Zonder godsdienst bestaat geen wezenlijk gezag en zonder gezag geen wezenlijke vrijheid, meent B.J. van der Vlies.

Is Nederland een christelijk land, zoals de premier onlangs beweerde? In ieder geval is Nederland een christelijk land geweest. Ons land is ontstaan vanuit een strijd om God in vrijheid te kunnen dienen. Een eeuw geleden was bijna iedere Nederlander nog gedoopt. Ook toonaangevende liberalen als Thorbecke, bekeerden zich tot het christendom.

Nederland had in het verleden veel gemeenschappelijks dat voortvloeide uit die breed gedeelde christelijke identiteit. Dit uitte zich in het overheidsbestuur, in de literatuur en cultuur, maar ook in de wijze van omgaan met elkaar. Er bestond relatief grote consensus over het gewenste normen- en waardenpatroon.

Acht jaar geleden schreef Geert Mak een boek: Hoe God verdween uit Jorwerd. Nederland kan nauwelijks nog een christelijk land worden genoemd. Maar er is nog wel veel wat herinnert aan het christelijk verleden. Onze tijd en onze samenleving (parasi)teert nog steeds op de godsdienstige en burgerlijke moraal die in het christelijk verleden is gevormd. Maar dit loopt wel ten einde. De toenemende verloedering in het publieke domein illustreert dit. Niet voor niets is onze `neutrale' overheid krampachtig in de weer om een nieuw fundament voor gewenste waarden en normen te creëren. De teloorgang van de christelijke traditie uit zich op tal van punten in politiek en samenleving. Denk aan de veranderende inzichten over het huwelijk, de bescherming van het leven, de positie van de zondag of de prostitutie. Maar het heeft ook consequenties voor de omgang met elkaar. De leidende gedachte is dat men geen beperkingen accepteert op het eigen gewenste gedrag, maar dat men kan zeggen en doen wat men wil. Daardoor wordt het er niet leefbaarder op in ons land.

Op dit moment is er in Nederland een geest losgemaakt die alles wat herinnert aan het christelijk verleden wil verbannen. Tekenend is in dit verband dat zelfs een verwijzing naar het christelijke verleden (in de Europese Grondwet) niet meer wordt getolereerd. Tekenend is ook de kruistocht tegen het verbod op smalende godslastering. Het fanatisme waarmee wordt gepoogd een zogenaamde dode letter in de wet af te schaffen, beangstigt. Men kan dergelijke verboden simpelweg niet meer verdragen. Voor de gevoeligheid van godsdienstige gevoelens is geen antenne meer. Degenen die vanuit hun levensovertuiging wél blijven staan in de christelijke traditie en hun geloof politiek willen `vertalen', zitten in het verdachtenbankje. Onder het mom van de scheiding van kerk en staat worden christelijke opvattingen verdreven naar het privédomein, en dus contrabande in het publieke debat. Wie het Kamergebouw binnenstapt, moet zijn bijbeltje als het ware afgeven bij de verscherpte beveiliging!

Hoe nu samen verder? Daar is veel over te zeggen, maar laat ik beginnen met een pleidooi voor een koel hoofd. Het is opvallend en bevreemdend dat ook zij die beter zouden moeten weten, nu opeens politieke bommetjes leggen bij de in onze Grondwet vastgelegde vrijheden. De een beweert met veel bravoure dat de vrijheid van onderwijs wel bij het oud vuil kan, een ander zet de aanval in op de vrijheid van godsdienst, ,,omdat we de vrijheid van meningsuiting al hebben''. Dat is oppervlakkig, onhistorisch en onverstandig. De Nederlandse Grondwet bevat, om het samenleven van verschillende minderheden in ons land mogelijk te maken, een uitgebalanceerd en beproefd samenstel van grondrechten, vrijheden en plichten. Het is niet wijs dat zorgvuldige evenwicht nu ineens overhoop te gooien. Als één steen eruit wordt getrokken, gaat uiteindelijk het hele gebouw wankelen.

Mijn partij vertegenwoordigde tot voor kort, wat Abraham Kuyper uitdagend noemde, `de calvinistische grondtoon van ons volkskarakter'. Al is daar anno domini 2004 veel op af te dingen, nu velen menen dat God inderdaad uit Nederland verdwenen is, houd ik staande dat in onze plurale samenleving een christelijke politiek goede diensten kan bewijzen.

Ir. B.J. van der Vlies is voorzitter van de SGP-fractie in de Tweede Kamer.

Bovenstaande teksten zijn ingekorte inleidingen die vanmiddag zijn uitgesproken op het nieuwscollege `Om het geloof', dat NRC Handelsblad en de Leidse Universiteit Campus Den Haag hebben georganiseerd.