Radio

Wat ik, sinds ik terug ben uit New York, als mediaconsument het meest mis, zijn twee fenomenen: The New York Times en Howard Stern.

Over The New York Times kan ik kort zijn, goede wijn behoeft geen krans. Het is de beste krant ter wereld, een soeverein slagschip dat de zwaarste stormen doorstaat door onverstoorbaar te blijven doen wat een goede krant moet doen: zo uitgebreid en indringend mogelijk over de wereld informeren.

Maar écht wakker worden en ontbijten deed ik in New York met Howard Stern, de bekendste radioprogrammamaker van Amerika. Zijn naam was tot dan toe voor mij alleen maar een vage klank. Hij had over zichzelf, onder de titel Private Parts, een boek geschreven en een film gemaakt, maar ik had daar niets van gelezen en gezien.

Op een morgen in New York zette ik de radio aan en hoorde ik een man met een andere man (Artie Lange) en een vrouw (Robin Quivers) enkele uren ongedwongen kletsen en lachen over alle mogelijke onderwerpen. Van seks tot politiek. Het gebeurde vooral op een ontheiligende manier, niets of niemand werd erg serieus genomen. Mensen werden weer mensen bij Stern, een hele verademing wanneer je als tv-kijker de hele dag bedolven wordt onder programma's waarin mensen alleen maar mensen lijken.

Wat me vooral beviel was de ontspannen manier waarop Stern zich openstelde voor verrassingen. Als luisteraar kun je hem opbellen en de huid volschelden: ,,Jij bent een prima donna.'' Gasten in de studio mogen luidkeels met hem discussiëren, terwijl Artie op de achtergrond grommend en gillend commentaar geeft. Robin Quivers, met wie Stern al sinds 1980 werkt, is een gematigde kracht in dit woelige veld, zij heeft de aanstekelijkste vrouwenlach ter wereld en geeft nuchter commentaar.

Gasten weten wat hun te wachten staat, ze lopen het gevaar de impertinentste opmerkingen naar het hoofd geslingerd te krijgen. ,,Die man van jou, ik bedoel het niet persoonlijk, die doet me qua uiterlijk altijd denken aan een dictator uit een Zuidamerikaans land – passen jullie eigenlijk wel bij elkaar?''

Stern is een man van een jaar of vijftig, een lange man met een kleine piemel, zoals hijzelf vaak gezegd heeft. Geen onbelangrijk detail, want zijn leven en werk lijken in het teken te staan van een permanente strijd tegen een reusachtig seksueel minderwaardigheidscomplex. Geen meisjes gehad toen hij jong was, dus er valt veel in te halen. Dat doet hij louter door in de studio over de intiemste zaken met ze te praten, want hij is een keurig getrouwd man (zegt hij zelf).

Zijn obsessie met seks heeft Stern tot op de dag van vandaag grote conflicten bezorgd met radiobazen en keuringsinstanties. Hij haat bovendien het religieuze presidentschap van Bush. Toen ik in New York was, maakte hij bekend dat hij van de publieke radio (K-Rock) overstapt naar satellietradio. Hij sloot een vijfjarig contract af dat hem miljardair maakt. Op satellietradio kan hij zeggen wat hij wil. ,,Ik wil de vrijheid die ik nooit heb gehad, ik ben de censuur zat'', zei hij in zijn programma.

Dat betekent dat hij alleen nog maar voor abonnees te beluisteren is, dus niet meer voor toevallige passanten als ik. Jammer.