Plan van oud-staatssecretaris: kinderen van nul tot 23 jaar volgen

Consultatiebureaus, scholen en regionale meld- en coördinatiecentra voor schooluitvallers moeten de kinderen en jongeren van nul tot 23 jaar gaan volgen. Zij moeten problemen signaleren en doorgeven aan instanties als politie, jeugdzorg en andere hulpverleners.

Dat staat in het door het kabinet aangenomen plan van aanpak dat commissaris jeugd- en jongerenbeleid onder leiding van oud-staatssecretaris Steven van Eijck gisteren in Den Haag heeft gepresenteerd. Van Eijck moeten namens vijf ministeries het jeugd- en jongerenbeleid op verschillende fronten verbeteren.

Van Eijck adviseert verder dat instanties meer gegevens moeten uitwisselen zodat kinderen, ouders en jongeren niet telkens opnieuw hetzelfde verhaal hoeven te vertellen

In praktijk moet bijvoorbeeld een docent die merkt dat een leerling veel spijbelt, dit kunnen melden bij het zorgadviesteam van de school. Dat team moet in een computer kunnen zien of de leerling ook andere problemen heeft, bijvoorbeeld met zijn of haar gezondheid, ruzie tussen de ouders, of met de politie. Op die manier kan beter bekeken worden welke instantie de jongere het beste kan helpen.

Volgens staatssecretaris Clemence Ross-van Dorp (Volksgezondheid) is hiermee de privacy niet in het gevaar. ,,Maar we zullen wel de grenzen van de privacywetgeving opzoeken'', zei ze. ,,Het belang van het kind weegt zwaarder dan de privacy van de ouders.''

Om de verantwoordelijkheden vast te leggen, wil de staatssecretaris de komende drie maanden een proef beginnen in tien tot vijftien gemeenten en provincies. Daarnaast wil ze dat minimaal honderd gemeenten in 2007 zogenoemde `dagarrangementen' aanbieden. Dit zijn geen uitstapjes, maar programma's waarin jongeren school, overblijfbegeleiding en culturele, sportieve en leerzame activiteiten krijgen aangeboden om ze van de straat te houden.