Oude klachten

Verzuchtingen. Ze gaan door het land, door een land in beweging, een land dat emotioneel voortdurend strak staat en waarin iedereen iedere ander in het oog en zonodig ook nog onder schot houdt. Waarin iedereen achter de emoties van de dag overigens gewoon zijn gang gaat, want ook het hypewezen krijgt bij een geregelde frequentie routineuze trekken. De media rukken massaal uit voor hun ook financieel gewichtige gevecht om de aandacht, velerlei deskundigen zeggen elkaar desgevraagd de waarheid, achterbannen raken geëngageerd, de regering doet te weinig of doet het verkeerd, de publieke ijzervijlsels liggen dan klaar voor de zakelijke slotfase, de belangstelling verflauwt. Helpers weg, bel voor de laatste ronde, tijd voor de volgende voorstelling.

De vorige maand stond vooral in het teken van het sociale gevecht voor de poort van de hel, dat uiteindelijk geruisloos eindigde in een najaarsakkoord. Deze maand staat, sinds we de presidentsverkiezingen in de VS verloren, vooral in het teken van de moord op Theo van Gogh en wat daarmee aan het integratiefront samen zou kunnen hangen en wat daarop is gevolgd of nog kan volgen.

In deze wisselende emotionele reidansen van beperkte duur komt het grote EU-kandidaatlid Turkije vermoedelijk volgende maand als blikvanger aan de beurt. Op 17 december beslist de Europese Raad immers over het begin van de toetredingsonderhandelingen met dat land. En hoewel sinds een paar jaar al nagenoeg vaststaat wat die beslissing wordt (snel beginnen met onderhandelen), zal zij de nationale emotiemachine over een kleine maand opnieuw flink op toeren brengen. Misschien krijgt de uit de VVD-fractie gestapte parlementaire zelfstandige Wilders, die als tegenstander van Turkse toetreding in peilingen nu al goed is voor circa 25 zetels, dan wel 50 zetels van Maurice de Hond.

Niet alle verzuchtingen zijn gelijkgericht, maar het zijn er vele en ze worden doorgaans door een grote bezorgdheid of verongelijktheid verbonden. Van `de politiek', hoewel die het in de grote publieke sociëteit al een paar jaar niet best meer doet (,,besluiteloze zakkenvullers'' zijn het volgens gangbare talkshow-definities immers, daar in Den Haag), wordt in zulke situaties veel verwacht. En liefst zo rap mogelijk. Zoals: het kabinet moet origineel zijn, maar wél steeds met één mond spreken, de minister-president moet veel beter leiding geven, al mag hij natuurlijk ook niet te veel de baas willen spelen. En hij moet zijn publieke optreden verbeteren, snel zijn conventionele manier van spreken moderniseren en ,,naar buiten toe'' graag meer ,,uitstraling'' vertonen, wat dat dan ook moge zijn.

Terug van een paar warme weken vakantie in Egypte las ik in een zaterdagse Volkskrant van even geleden een voorpaginastuk waarin allerlei opwekkingen van dit type stonden. Wonderlijk genoeg kwamen ze bijna allemaal van deskundigen die de afgelopen jaren zelf lelijk gestruikeld zijn in de politiek. Wat bij het doornemen van dergelijk bewaard drukwerk trouwens ook opvalt, is dat de kliekjes inzake het gebrek aan leiding en uitstraling van de onderneming-Balkenende de afgelopen weken tamelijk vaak opgewarmd zijn. Dat moet kunnen, daar niet van, we hebben een vrije pers. Tom Poes, verzin een list, placht Bommel in zulke nijpende gevallen te verzuchten.

Leiding? Uitstraling? Hebben premiers als Schermerhorn, Beel, Drees, De Quay, Marijnen, Cals, Zijlstra, De Jong, Biesheuvel, Den Uyl, Van Agt, Lubbers en Kok zich daardoor dan de afgelopen zestig jaar zo onderscheiden? Welnee, op zijn best kun je zeggen dat Drees en Lubbers zich pas gaandeweg groot gezag verwierven, dat Zijlstra gewaardeerd werd als homo economicus, en Biesheuvel als homo politicus die te snel sneefde. Over Den Uyl en Van Agt kun je zeggen dat hun uitstraling voor de ene helft van de bevolking positief was en voor de andere helft negatief. De eenheid van het regeringsbeleid als groot goed? Nu, daarmee ging het ook niet altijd zo best. Van het kabinet-Den Uyl (19731977) werd al vaak, en met recht, gezegd dat zijn ministers ,,vechtend over straat rolden''. Kortom, je hoort nu oude klachten, veel nieuws is er wat dat betreft niet onder de Haagse zon.

Er kunnen trouwens uiteenlopende redenen zijn waarom ministers er moeite mee hebben om althans voor het oog van de buitenwacht in één gelid te opereren. De eerste is dat ministers het op politieke gronden met elkaar oneens zijn, zoals in het kabinet-Den Uyl, en dat ook willen weten, zoals ten tijde van dat kabinet. Een tweede reden kan zijn dat een minister zich zó sterk met de belangen van zijn ministerie en zijn ambtelijke top vereenzelvigt dat hij het (te) moeilijk vindt in het kabinet teamspeler te zijn. Een derde reden kan zijn dat een kabinet slecht wordt geleid, ook in zijn vergaderingen, zodat zijn leden op vrijdagen geregeld in ergernis het weekeinde ingaan. Maar ook wanneer een kabinet te straf wordt geleid, als bijvoorbeeld de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) ten koste van andere ministeries te zwaar het stempel van de premier op de presentatie en coördinatie van het regeringsbeleid wil drukken, zoals de afgelopen tijd het geval lijkt, kan het makkelijk misgaan. Want dan gaan andere departementale organisaties, vooral hun directies voorlichting, zich gaandeweg steeds meer verzetten tegen zulke pogingen tot `gelijkschakeling'. Wie de lekkages in de media van de afgelopen weken in dat licht bekijkt, moet haast wel vermoeden dat de departementale stammenstrijd over dit vraagstuk achter de schermen allang begonnen is. Ooit, ten tijde van het eerste kabinet-Van Agt, ontstond het plan een CDA-politicus (R. Peijnenburg) staatssecretaris op Algemene Zaken te maken voor de coördinatie en (centrale) presentatie van het regeringsbeleid. Meteen klommen toen de secretarissen-generaal van de andere ministeries woedend in de gordijnen om bezwaar te maken tegen dat plan, dat dan ook nooit is uitgevoerd. Die sentimenten bestaan nog steeds, dat heeft de media de afgelopen weken aan aardige anti-Algemene Zaken-lekkages geholpen. Wie een dominantere rol van de premier (en de RVD) vraagt, een rol die niet past bij onze ministeriële gelijkwaardigheid en die trouwens evenmin past bij de persoon van deze premier, neemt het risico dat hij meer problemen veroorzaakt dan oplost. Nee, Balkenende moet eenvoudig hopen dat de economie straks, in 2006, weer aantrekt, dat helpt veel beter.