Lichtgeraakte moslims zijn zo gek nog niet

Sedert de vermaledijde suggestie van minister Donner om het blasfemieartikel op te poetsen, horen we het vaker: moslims moeten maar wennen aan onze meningvrijheid, en als dat smaad betekent – het zij zo. Neem eens voorbeeld aan onze kerkratten! En dus worden Reve en Hermans nog maar eens opgevist: Lodewijk die heftig uitraast tegen de als konijnen wippende katholieken plus het langdurig gepenetreerde Goddelijk ezeltje. Maar ook op tv en radio gonst het alom: het moet maar afgelopen zijn met dat moslimse slachtofferisme. Religiespot is de prijs voor het leven in een vrije, democratische samenleving, en christenen betalen die prijs allang.

Wat betreft het slachtofferisme heb ik eerder betoogd dat in vergelijk met het joodse slachtofferisme het moslimse wel meevalt. Maroc.nl heeft eens, na onbeantwoorde klachten over anti-islamisme, van een paar krantenartikelen de woorden `moslim', `hoofddoek' etc, vervangen door `jood', `keppeltje' etc. en die opnieuw geplaatst; joodse organisaties schreeuwden moord en brand en op de deurmat viel prompt de tenlastelegging van racisme.

Enfin. Als enige Reviaan van Marokkaanse origine sta ik de vrolijke Godspotters geheel ter zijde (God is voor mij geen `Here' maar een Schone Vrouw die druiven plukt bij ochtenddauw), maar vandaag stel ik deze vraag: hoe gedateerd de moslimse lichtgeprikkeldheid ook klinkt, maakt haar dat onbegrijpelijk? Me dunkt van niet, en dat is te staven langs drie lijnen: binnenland, buitenland en theologie.

Zie allereerst het abominabele machtsverschil. Zowel in cultureel, intellectueel, economisch als politiek opzicht is de positie van de binnenlandse moslimgemeenschap een lachertje vergeleken bij die van het christelijke volksdeel – in de Reviaanse hoogtijdagen maar ook vandaag. Trouw en het Reformatorisch Dagblad zijn kranten van formaat en kunnen nog altijd bogen op zeer veel abonnees.

Ofschoon ideologisch ietwat uitgehold, kent Nederland solide omroepverenigingen als de KRO, NCRV en EO waar de evangelisten onbekommerd een blasfemievrij avondje kunnen genieten; het protestants gezinde Oranjehuis is bepaald niet invloedarm; we beschikken over succesvolle katholieke universiteiten en: alle kabinetten van 1946 tot en met 1986 – van Beel en De Quay tot Biesheuvel en Lubbers – waren diep doordrongen van de KVP, ARP en CHU (later opgegaan in het CDA). En wat te denken van de nog steeds sterk op confessionele leest geschoeide civil society, zoals sportverenigingen, scoutingsclubs, verpleeghuizen etc?

Dit alles beschut door een hemeldak dat is lekgeprikt door een baaierd van schallende kerktorens, zodat in mijn woonplaats op zondag de Dood nog altijd rondwaart in een zwart gewaad.

Maar waar moeten de moslims het mee doen? Met een ruziënde koepelorganisatie die al bij aantreden desintegreerde? Een moskeeorganisatie waarvan de leiding in geen dertig jaar is ververst? De doorgaans bouwvallige thee- en bidhuisjes? Het handjevol ongekozen en achterbanloze `woordvoerders' die mijlenver afstaat van de grieven van de moslimjeugd? Moet de moslimgemeenschap het hebben van het gestoethaspel van die paar moslimse Kamerleden die geïncorporeerd zijn door óf het christelijke CDA óf de islamonvriendelijke VVD óf de van oudsher weinig religieminnende PvdA en SP? Of moet de verlossing komen van dat ene columnistje of van de omroep (NMO) die in zijn handjes mag knijpen met dat uurtje (voorheen half uurtje) op een dag dat de ene helft van Nederland ter communie gaat en de andere zijn roes ligt uit te slapen?

Neen, indrukkwekkend is het allemaal niet. Bovendien was en is `het christusje pesten' doorgaans beperkt tot voornamelijk artistieke kringen, terwijl de hedendaagse ketterijen en discriminatie jegens moslims een totaalproject zijn: de pijlen komen zowel uit de politiek (Wilders, Hirsi Ali, wijlen Fortuyn, Herben, Van Aartsen, etc.), als de media (krantenredacteuren, columnisten, radio- en tv-programma's), de economie (arbeidsmarkt, huisvesting, onderwijs) de culturele hoek (toneel, romans, films). Een dergelijke uitdijende holistische moslim bashing maakt murw en is op den duur explosief. Permanente blootstelling eraan kan een (psychische) toestand in de hand werken waardoor de stap naar heftige geagiteerdheid of zelfs geweld niet groot meer is.

De moslimse lichtgeprikkeldheid wordt extra gevoed door de internationale context. Door de invloed van massamedia, schotelantennes en internet zijn we dagelijks getuigen van de wreedheden en brandhaarden elders. Denk aan de bloedige bezetting van de Palestijnen, Tsjetsjenen, Sebrenica, de ruïnering van Afghanistan en Libanon, en natuurlijk: de onwettige afbraak van Irak. Allemaal volkeren met wie de inheemse moslimpopulatie zich emotioneel verbonden voelt. De pijn is langdurig. Wetenschappers hebben vastgesteld dat de tientallen tonnen verarmd uranium die over Irak zijn uitgestort het land tot op het bot zal verwoesten: generaties lang zullen kinderen worden verwekt met leukemie, botkanker en één oog. Met dank ook aan Nederland.

En dan de koran. Anders dan de bijbel wordt dit document door honderden miljoenen moslims beschouwd als het letterlijke woord Gods. De inhoud, geopenbaard aan de profeet Mohammed, is `eeuwig, onveranderlijk en ongeschapen'.

Moslims nemen dit boekwerk uit de kast niet dan nadat hand en lichaam grondig zijn gereinigd. Het kalligraferen van zulk een sacrale tekst op een tiet (Submission) roept de vraag op hoe de moslimse vrouwenemancipatie hiermee gediend is.

Tot slot: in de Volkskrant herinnerde de socioloog Ruud Koopmans aan het pauselijk bezoek in 1985. De goedheilige man is door antipapen uitgemaakt voor alles wat lelijk is. Ziet, zei de socioloog, zo gaat dat in Nederland en dat willen we graag zo houden. Mooi, maar dan zeg ik: de paus mocht tenminste het land in.

Toen eerder dit jaar de leider van de grootste Pakistaanse moslimpartij, Qazi Hussain Ahmad (die de hele wereld rondtoert en zitting neemt in discussiepanels naast onder anderen Bill Clinton), door een Nederlandse moslimorganisatie voor een lezing werd uitgenodigd, werd hem, op instigatie van het CIDI, het visum geweigerd.

De heilig verklaarde meningvrijheid moest toen wijken voor `gevaar voor de openbare orde'. Dát is het verschil.

Zodat, alles overziende, de toorn over Donners voorstel en de moslimse `lage tolerantiegrens' hoofdzakelijk lijkt ingegeven door een zorgelijk gebrek aan empathie en realiteitszin.

Mohammed Benzakour is publicist en auteur van het boek: `Abou Jahjah, nieuwlichter of oplichter? De demonisering van een politiek rebel.'