Integratie en dogmatisch vastklampen aan normen

Minister Verdonk van Vreemdelingenzaken heeft verontwaardigd gereageerd op het niet aannemen van haar uitgestoken hand door imam Ahmad Salam. Kamerlid Visser (VVD) beoordeelt het gedrag van de imam als `schandalig' (NRC Handelsblad 22 november). Op het eerste gezicht hebben ze gelijk. Stel je voor dat mevrouw Verdonk míjn uitgestoken hand niet zou aannemen. Ik zou dat als een grove belediging opvatten. Inderdaad schandalig.

Maar in het geval van de imam? Is zijn gedrag een uiting van disrespect? Komt het voort uit de idee dat vrouwen `minder' zijn dan mannen? Van een minister van Integratie mag worden verwacht dat ze verder kijkt dan haar neus lang is. Zou het niet kunnen zijn dat het gedrag van de imam juist een uiting is van respect? Dat (on)gelijkheid tussen man en vrouw hier niets mee te maken heeft? Maar nee hoor, degene die ons moet voorgaan in het bijeenbrengen van culturen trekt onvervaard, niet gehinderd door enige kennis van zaken, als een blind paard ten strijde. Visser laat zich helemaal meevoeren door de mode om ,,te zeggen wat je wilt''; nadenken schijnt niet meer nodig te zijn.

Respect voor de ander is een belangrijke waarde in onze samenleving. Naarmate de culturele normen steeds meer gaan verschillen, wordt een bezinning op de achterliggende waarden belangrijker.

Die bezinning zou kunnen leiden tot de conclusie dat respect vooral kan blijken uit de bereidheid de eigen norm te relativeren: dus dan maar geen hand.

Te hopen valt dat de imam door dat goede voorbeeld tot hetzelfde inzicht komt: dan maar wel een hand. Integratie is niet gebaat bij dogmatisch vastklampen aan normen!