IDFA-debutanten tarten alle documentaire-regels

Wie halverwege de balans opmaakt van het zeventiende International Documentary Filmfestival Amsterdam (IDFA), kan zich niet anders voelen dan een verzamelaar. Ongeveer zoals Lomax the Songhunter, in de gelijknamige eerste documentaire van Nederlander Rogier Kappers. Alan Lomax reisde zijn hele leven Amerika en later Europa rond om volksliedjes vast te leggen, die, zo blijkt, anders zouden verdwijnen in gladgestreken, identieke deuntjes.

Kritiek op de non-identiteit van het globalisme is een van de rode draden die de films op IDFA te zien geven. De debutanten die meedingen naar de First Appearance Award reisden daarvoor niet naar Argentinië, Afrika of andere locaties waar de gevolgen van wereldwijde economie en politiek in al hun extremen zichtbaar worden. Ze scheepten zich in voor een mentale tocht, die in het kleine, het specifieke en het particuliere naar oorzaken zoekt.

Alan Lomax en zijn vader ontdekten hoe al vanaf de Amerikaanse crisis in de jaren dertig het verdwijnen van bepaalde soorten arbeid ook het einde van muzikale tradities inhield. De Engelse vrouwen die tijdens het uitslaan van lappen wol eindeloos improviseerden op ijle zangtonen, de Amerikaanse steenhouwers die ritmisch zingzeggend het tempo erin hielden, het zijn melancholische getuigenissen van een verloren tijd. Hoe geavanceerder de productiemethoden, hoe meer de arbeiders vervreemd raakten van hun werk en hun wortels. Dat laat ook Caroline Martel zien in de Canadese productie The Phantom of the Operator, een mysterieuze, bijna sciencefictionachtige compilatie van bedrijfsfilms van telecommunicatiemaatschappijen als het Amerikaanse Bell. Het management daar drilde zijn telefonistes om hun werk ,,met een lied in je hart en een lach in je stem'' te doen. Martel sleept de toeschouwer mee in de dans van de industrialisatie.

Vrolijk word je er niet van, eerder weemoedig. Net zoals van Floating Dust, waarin jonge, ontheemde Chinezen in Yaoyang in de uitzendingen van de Teletubbies verborgen boodschappen lezen om de loterij te winnen. Of van Some Distant Day, het kleine essay waarmee Schot Vincent Hunter uiting geeft aan de existentiële verwarring waar geschiedenis en vooruitgang hem mee confronteren.

In het geestige 24 Hours on Craigs

list laat de Amerikaan Michael Ferris Gibson de zonzijde van al deze verwarrende ontwikkelingen zien. De website Craigslist is een alternatieve marktplaats, waar dansers, muzikanten, verkopers van bric à brac hun eigen tegencultuur en alternatieve economie vormgeven.

De debutanten doen alles wat de god van de documentaire verboden heeft. Niks direct cinema, of vlieg op de muur. Ze associëren vrijelijk, hun films worden verteld in de eerste persoon (zoals Cameron Pearson die in het ongemakkelijke Crazy Like They Are de aftakeling van zijn grootmoeder filmt). Ze experimenteren met voice-overs, in scène gezette taferelen, authentiek documentaire observaties, found footage en onbesuisde montages. Het maakt de First Appearance-competitie tot de interessantste op het huidige IDFA.

Zie www.idfa.nl