Graven

Een studente geneeskunde doet onder pseudoniem verslag van haar stage in het ziekenhuis. Vandaag over de liesbreuk van meneer Swart.

,,Hiërarchische hel!'' ,,Eind van je sociale leven.'' ,,En vooral níéts persoonlijk nemen. Ze zeiken je standaard af, dus zie elke minuut dat ze hun mond houden als een compliment.'' Al weken word ik door mijn omgeving bang gemaakt met dit soort ongevraagde adviezen. Op mijn hoede begeef ik me dus op mijn eerste ochtend chirurgie naar de ochtendbespreking. Maar eenmaal binnen staar ik verbaasd rond: chirurgen en co's hangen uitgezakt in hun stoelen. Er lijken niet eens vaste plaatsen te zijn. De kroegverhalen gaan over tafel en de sfeer is ongedwongen amicaal. Dit is nog eens wat anders dan bij die encyclopedische internisten, constateer ik opgelucht. Daar was elke lunch een openlijke kenniscompetitie: citaten uit wetenschappelijke artikelen werden achteloos over tafel gesmeten. Quasi-wijs staarde ik dan naar mijn broodje, vervloekte mijn kortetermijngeheugen en dook 's avonds gefrustreerd in de boeken.

Dan de chirurgie! Wetenschap is hier taboe. Kennis is voor nerds. Alles draait om actie: snijden, spalken, hechten. Ik kijk mijn ogen uit op de eerste hulp en in de operatiekamer. En als mijn eerste cynische grap goed valt, weet ik het zeker: ik voldoe aan alle criteria om chirurg te worden: actiegeilheid, cynische humor en te dom voor internist!

Maar het meest geweldige hier is dat ik een taak heb: iedere patiënt wordt de dag voor zijn operatie opgenomen, zodat ik hem kan onderzoeken. 's Avonds presenteer ik dan mijn bevindingen aan de chirurgen, zodat ze weten wat voor iemand ze de volgende dag op hun operatietafel krijgen.

Mijn eerste slachtoffer is meneer Swart: autoverkoper van 68 jaar met een liesbreuk rechts. Gelukkig heb ik me op dat onderwerp goed ingelezen. Er zijn drie soorten liesbreuk, de Latijnse namen heb ik paraat. Door een secuur onderzoek van lies en balzak kun je deze varianten onderscheiden. Ik stamp nog eenmaal alle stappen van dat onderzoek in mijn hoofd en begeef me naar de afdeling. Na een korte check-up van hart en longen, blijf ik verdacht lang bij zijn buik hangen. Theorie is prima, maar de praktijk is een stuk gênanter. Moet ik nou echt in een oude man zijn lies en ballen gaan zitten poeren? Ik weet niet eens hoe ik dat aanpak. En stel dat hij een erectie krijgt?

Streng zet ik dit schrikbeeld meteen uit mijn hoofd: `Stel je niet aan, Anne, chirurgje in spe. Doe gewoon wat je geleerd hebt, zodat je vanavond een overtuigende presentatie neerzet!' Ik leg meneer Swart de procedure uit en doe of ik zijn fronsende blik niet zie. Geconcentreerd tast ik zijn ballen af of daar de liesbreuk in doorloopt. Vervolgens duw ik de breuk terug de buik in en druk ik met mijn vinger het lieskanaal dicht. Inmiddels heb ik daarbij mijn vinger de benodigde vier centimeter zijn lies in geboord. Vanuit mijn ooghoek zie ik meneer Swart zijn ogen pijnlijk samenknijpen. Ik twijfel een seconde, maar zet door, want ik moet en zal ze vanavond exact vertellen wat voor breuk dit is. En trouwens: liever een beetje pijn, dan een beetje erectie.

Eenmaal de kamer uit, kan ik niet wachten tot het avond is. Trots sluit ik mijn presentatie dan ook af met de woorden: ,,En patiënt blijkt bij onderzoek een mediale hernia inguinalis te hebben.'' Het is even stil, verwachtingsvol kijk ik de zaal rond. Dan schiet de hele club in de lach. En Dr. Scholten vraagt: ,,Maar was het nou een dikke vent of niet?'' Ik zwijg beduusd. ,,Kijk, schatje: wat voor breuk, dat interesseert me niets. De behandeling is hetzelfde. Ik wil gewoon weten hoe diep ik moet graven morgen!''