Geen onderzoek meer, nu eens gewoon aan de slag

De Tweede Kamer voelt niets voor de oproep om een parlementair onderzoek te beginnen naar de jeugdzorg. Er komt een nieuwe wet en die moet eerst een kans krijgen.

,,Alsjeblieft, geen parlementair onderzoek naar de jeugdzorg'', reageert Kamerlid Ella Kalsbeek (PvdA). ,,Dat kost alleen maar veel tijd. En in die tijd gebeurt er niets.'' Haar collega's van CDA en VVD zijn het met haar eens. Kamerlid Coskun Çörüz (CDA): ,,De problemen zijn dringend. We moeten ze aanpakken.''

De parlementariërs reageren op een vandaag aan de leden van de Tweede Kamer gepresenteerd manifest van een groep kinderartsen, kinderrechters, hoogleraren en hulpverleners uit de jeugdzorg. Zij willen dat er een parlementair onderzoek komt naar de jeugdzorg in Nederland.

De situatie is volgens de jeugdhulpverleners heel ernstig. Per jaar worden 80.000 kinderen mishandeld. Vijftig kinderen sterven jaarlijks door mishandeling door de ouders. Acht procent van de zestienjarige meisjes is misbruikt door een familielid. Op de wachtlijsten staan 1.160 gezinnen die snel hulp nodig hebben.

De ondertekenaars van het manifest geven zelf een aanzet voor verbetering: een landelijk in te voeren verplichte meldcode voor alle beroepsgroepen die met kinderen te maken hebben. Daarnaast wil de initiatiefgroep dat de overheid voorwaarden schept voor een verantwoord ouderschap. ,,Opvoedingsondersteuning en opvoedhulp moeten voor alle ouders vanzelfsprekend en mogelijk worden'', zo staat in het manifest.

De opstellers van het manifest hebben zeker een punt, vinden de Kamerleden. Maar een parlementair onderzoek is vooral bedoeld om achteraf te kijken wat er fout is, zegt Çörüz. ,,Of als er informatie is achtergehouden. Dat is in de jeugdzorg niet het geval.''

De struikelblokken in de jeugdzorg zijn bekend: een kind of een gezin met problemen krijgt te maken met steeds verschillende hulpverleners, de hulpverleners werken onvoldoende samen en de hulpverlening komt vaak te laat op gang. De bureaucratie en de verkokering van de jeugdzorg, die bij vijf ministeries is ondergebracht, is enorm. Ella Kalsbeek merkte het op een van haar werkbezoeken aan een probleemgezin. ,,Eerst sprak ik met het gezin, daarna met familieleden en daarna met de mensen erom heen: de wijkagent, de leraar op school, de leerplichtambtenaar, de gezinsvoogd. Tot slot hadden we een gesprek met iedereen samen en wat bleek? De meesten zagen elkaar voor het eerst.''

De Kamerleden wijzen op de nieuwe Wet op de jeugdzorg, die komend jaar in werking treedt. Die wet voorziet in één loket (bureau Jeugdzorg) waardoor kinderen en jongeren sneller op de juiste plek terechtkomen. Critici zeggen dat het slechts een extra loket betreft. Zij wijzen erop dat verschillende hulpverlenersinstanties zich buiten bureau Jeugdzorg hebben weten te manouevreren. Maar de Kamerleden vinden dat de wet een kans moet krijgen. ,,We hebben dertien jaar over die wet gepraat en eraan gesleuteld, we moeten nu binnen die wet proberen het beste te bereiken'', zegt Çörüz.

Kalsbeek is het met hem eens, al vindt ze best wat op de wet ,,af te dingen''. Zij vindt maximaal vijf tot zeven gesprekken voor ouders die vrijwillig opvoedingsondersteuning zoeken te weinig. ,,Als je een relatief klein probleem hebt, is het prima'', zegt zij. ,,Maar een multi problem-gezin is daar natuurlijk niet mee geholpen.''

Fadime Örgü (VVD) is vooral ontevreden over de financiering. Achter het loket van Bureau Jeugdzorg gaan verschillende instellingen schuil, zoals de jeugdgezondheidszorg, het RIAGG en het advies- en meldpuntkindermishandeling. Die instellingen hebben allemaal een eigen pot met geld, zegt Örgü. ,,De VVD had graag gezien dat het één financieringsstroom zou zijn, als stimulans voor een betere samenwerking.''

Toch, vinden de politici, moet de wet een reëele kans krijgen. Kalsbeek: ,,Die wet is een kader, die wet staat ons niet in de weg om multi-problemgezinnen en tienermoeders op het consultatiebureau eruit te pikken en er een hulpverlener op te zetten die toezicht houdt. En die hulpverlener moet er bovenop zitten, ze blijven steunen. Als het goed gaat is het fijn. Als het fout gaat, kan er meteen worden ingegrepen.''

De verbetering van het jeugdbeleid is ook in handen van Steven Van Eijck, ex-staatssecretaris van Financiën voor de LPF en nu commissaris jeugd- en jongerenbeleid. Hij doet dat namens vijf ministeries en zes bewindspersonen (Gezondheid, Onderwijs en Sociale Zaken, Justitie, Binnenlandse Zaken en Vreemdelingenzaken). Gisteren presenteerde hij zijn plannen die door het kabinet zijn aangenomen. Ook hij pleit ervoor dat kinderen en jongeren met problemen eerder worden opgemerkt, dat ze sneller hulp krijgen en dat de hulp beter op elkaar wordt afgestemd. ,,Zijn ideeën zijn niet nieuw'', zegt Örgü. ,,Maar we zijn blij dat hij er is.''