China en Japan boze buren in Azië

China en Japan zijn de twee grootmachten in Oost-Azië, en misschien juist daarom hebben ze het moeilijk met elkaar. Economisch worden de banden steeds hechter, politiek zitten ze elkaar voortdurend dwars.

Japan is opgeschrikt door het Chinese gevaar. `China is een reële dreiging geworden' schreef de grootste krant van Japan, de conservatieve Yomiuri Shinbun, op 11 november nadat in de Zuid-Japanse wateren een Chinese onderzeeboot was ontdekt.

Het maritieme incident, dat in Japan grote consternatie heeft veroorzaakt, illustreert andermaal het ambivalente karakter van de relatie tussen de twee belangrijkste landen in Oost-Azië: die is tegelijkertijd goed en slecht.

In economische zin groeien Japan (128 miljoen inwoners) en China (1,3 miljard) steeds dichter naar elkaar toe, maar op politiek vlak is de kloof de afgelopen jaren dieper geworden. Sinds het aantreden in 2001 van de Japanse premier Junichiro Koizumi maken de twee landen openlijk ruzie over diens bezoeken aan de Yasukuni Tempel waar Japan zijn oorlogsleiders vereert. Op de achtergrond, maar niet minder belangrijk, spelen geopolitieke belangen een rol, die leiden tot gewijzigde militaire strategieën van beide landen.

Typerend voor de gespannen relatie tussen Koizumi en de Chinese president Hu Jintao was hun ontmoeting afgelopen weekeinde in de Chileense hoofdstad Santiago. ,,Volgend jaar is een gevoelig jaar wegens de 60-jarige herdenking van de antifascistische oorlog'', liet Hu weten. ,,De toekomstige relatie tussen Japan en China moet zijn gebaseerd op reflectie op de geschiedenis. De huidige politieke schade aan de Japans-Chinese relatie is volledig te wijten aan de Japanse leider die eerbied bewijst aan de Yasukuni Tempel. Wij willen een passende oplossing.''

Premier Koizumi gaf niet het gewenste antwoord, maar hij stelde wel een tegeneis. ,,Het is vooral belangrijk [dat China] herhaling voorkomt'', zei hij over het recente incident met de onderzeeboot.

De ontmoeting tussen Hu en Koizumi had plaats na afloop van de APEC-conferentie, het forum van landen rond de Stille Oceaan, in Chileense hoofdstad Santiago. Alleen op dit soort internationale podia hebben de leiders van China en Japan soms direct contact, want Hu weigert Koizumi thuis te ontvangen of in Japan te bezoeken. De vorig jaar aangetreden Chinese president reist wel de rest van de wereld af: zo heeft bijvoorbeeld het Afrikaanse Gabon hem al op bezoek gehad, en ook de leiders van landen als Suriname en Mozambique mochten bij Hu hun opwachting komen maken.

Dat is des te opvallender omdat Japan inmiddels is uitgegroeid tot China's grootste handelspartner. China is de economische reus geworden die de Japanse economie drijvend houdt. Recentelijk nog wees voorzitter Hiroshi Okuda van de Japanse werkgeversorganisatie op de afkoeling van de Chinese economie als belangrijke factor in de daling van de Japanse groei. De afgelopen vijf jaar is de handel tussen Japan en China (exclusief Hongkong) verdubbeld tot 114 miljard euro. Japanse directe investeringen in China zijn in dezelfde periode verviervoudigd tot 2,6 miljard euro.

Geen wonder dat het Japanse zakenleven de huidige politieke verwijdering daarom met lede ogen aanziet. Het bedrijfsleven is bang nieuwe orders mis te lopen. Met name in die kringen gaan dan ook stemmen stemmen op dat Koizumi zijn omstreden bezoeken aan de oorlogstempel moet staken.

Ook het Chinese zakenleven neemt een pragmatische houding aan. China wil graag de beschikking krijgen over de vaak superieure Japanse technologie, en het land heeft er geen enkele moeite mee als Japanse bedrijven die technologie aan China willen overdragen. China voelt zich ook niet meer inferieur aan Japan. De economie van het `kleine' Japan mag dan bijna vier keer zo groot zijn als de Chinese, China heeft er het volste vertrouwen in dat het land vroeg of laat Japan als economische grootmacht in de regio achter zich zal laten.

Peking complementeert zijn economische expansie met een nieuwe politieke assertiviteit. Waar China zich vroeger niet direct inliet met regionale vraagstukken door vrijwel alles als `binnenlandse aangelegenheid' te bestempelen, trekt het land nu steeds explicieter een leidende rol naar zich toe in Oost- en Zuidoost-Azië.

Het meest opvallend is de manier waarop China zijn nek uitsteekt in het nucleaire conflict rond Noord-Korea. China is gastheer voor de besprekingen tussen de zes bij het nucleaire vraagstuk betrokken landen (behalve China zelf en de beide Korea's zijn dat de Verenigde Staten, Rusland én Japan). In dat overleg stelt Peking zich redelijk, matigend en bemiddelend op. Zo wil China laten zien dat het inmiddels een verstandig lid van de wereldgemeenschap is geworden, misschien wel verstandiger dan het door sommige landen in de regio als al te oorlogszuchtig ervaren Amerika en het al te passieve Japan.

Ook in militair opzicht profileert China zich steeds scherper. Er is een groeiend aantal incidenten in de Oost-Chinese Zee, waar geen overeenstemming is over de grens tussen beide landen. Japan trekt een lijn halverwege de kusten van beide landen. China claimt het hele continentale plat en trekt een lijn die vlak langs de Ryukyu Archipel scheert. En passant pikt het daarbij de onbewoonde Senkaku Archipel (Diaoyutai in het Chinees) voor zichzelf in.

De krant de Yomiuri legde eerder deze maand een verband tussen het incident met de Chinese onderzeeboot en de belangstelling van China voor het zeegebied rond het Japanse eiland Okinawa, halverwege tussen Japan en Taiwan. China, aldus de krant, wil zijn onderzeeërs hier laten patrouilleren om vanuit de Stille Oceaan opstomende Amerikaanse vliegdekschepen te kunnen opvangen, mocht het ooit tot een gewapend conflict komen over Taiwan. Peking beschouwt deze de facto onafhankelijke eilandstaat nog steeds als een onderdeel van China.

Robert Karniol, een journalist die zich voor Jane's Defense Weekly al zo'n twintig jaar met defensiezaken in Azië bezighoudt, gelooft evenwel dat China's militaire ambities veel verder reiken dan Taiwan alleen. China's recente militaire opbouw en vernieuwing worden gedreven door de wens om over vijftig jaar de belangrijkste militaire macht in de regio, en over honderd jaar een militaire macht in de orde van grootte van de Verenigde Staten te zijn, denkt Karniol. De kwestie-Taiwan heeft daarbij vooral invloed op het tempo en de prioriteiten die het Chinese leger zich stelt, maar de strategie is veelomvattender.

Dat Japan zich bedreigd voelt, wordt daarmee begrijpelijk, zeker omdat de VS hebben besloten tot vermindering van het aantal troepen in Zuid-Korea. Daarmee wordt het belang van Japan alleen maar groter bij het ,,versterken van de capaciteiten'' in de regio.

Al met al lijkt de kans daarmee groot dat China en Japan in de toekomst eerder elkaars concurrenten dan elkaars partners worden. Rusland heeft de nieuwe Japans-Chinese concurrentie al aan den lijve ondervonden: zowel Japan als China probeert Rusland te overreden een leiding aan te leggen die olie vanuit Siberië naar het oosten moet voeren. Of met dat oosten vooral China of vooral Japan bedoeld zal worden, moet nog blijken.