Beeldreligie en gebarentaal

,,Worden we bespot, dan zegenen we; worden we vervolgd, dan verdragen we het; worden we beledigd, dan antwoorden we vriendelijk.'' Ik lees het in de Nieuwe Bijbelvertaling, wat toch een fraai stuk werk is, en wel in de Eerste brief aan de Korintiërs van de apostel Paulus.

Nu lijkt het me geen juiste manier van praten om gelovigen, van welke richting ook, te manen zich aan de letterlijke tekst van hun boek te houden. Dat leidt maar tot ernstig onheil. Iedereen, zelfs ongelovigen zoals ik, smijt alsof het niets is met teksten uit de bijbel of de koran om anderen de maat te nemen. Je moet moderne christenen niet vragen zich naar de letter van de bijbel te richten, je mag niet doorsnee moslims om de oren slaan met oorlogszuchtige koranteksten, je kunt SGP'ers niet vragen vriendelijk te antwoorden op misbruik van Gods naam.

Dat bleek maar weer eens uit het huiverige commentaar op de voorpagina van het orthodoxe Reformatorisch Dagblad van 17 november: ,,Dat Mohammed een valse profeet is, de paapse mis een vervloekte afgoderij en dat homoseksueel gedrag verwerpelijk is, dat mag, ja dat moet gezegd worden.''

Zo is het toevallig ook nog eens een keer!

Ach, was dat niet de titel van het VARA-cabaret waar in 1964 half Nederland gekwetst tegen te hoop liep, omdat de beeldcultuur als nieuwe religie werd voorgesteld? ,,In den beginne was het beeld''... Die rel is blijkbaar alweer weggezakt uit het collectieve geheugen. Enfin, dat het bij een breed televisiepubliek aan historisch bewustzijn mankeert, weten we nu wel. Maar ook in de parlementaire discussie over `smalende godslastering' heeft het pijnlijk ontbroken aan enig besef van de geschiedenis.

Niemand vroeg zich bijvoorbeeld af waarom de inmiddels genoegzaam beruchte strafbepaling (waar de Kamer omheentrippelde als ware het hondenpoep op de stoep) indertijd is gerangschikt onder de misdrijven tegen de openbare orde zoals opruiing. Dat was omdat de maatregel moest dienen ter bescherming van het openbaar gezag in de crisistijd van de jaren '30, toen het communistische dagblad De Tribune het christendom van het kabinet-Colijn als huichelachtig hekelde. Het was de tijd van het Jordaanoproer, waarbij de regering het vuur liet openen op werkloze betogers tegen de verlaging van de werklozensteun, met talrijke dodelijke slachtoffers als gevolg.

Overigens stemden behalve de communisten en de orthodoxe gereformeerden (om antipaapse redenen) vanzelfsprekend ook alle sociaal-democraten, alle rechts-liberalen en alle vrijzinnig-liberalen tegen de repressieve en reactionaire ordemaatregel van grootvader Donner.

Kamerleden die nu uit tactische overwegingen bang zijn voor een `verkeerd signaal' aan de moslims in Nederland als zij vragen om de afschaffing van dit Donner-ding, moet het haast wel ontbreken aan kennis van deze historische context. Toch zouden zij er beter aan doen moslims, christenen en ongelovigen nu eens krachtig te wijzen op de betekenis van de bepalingen tegen discriminatie en belediging van bevolkingsgroepen wegens hun ras, hun godsdienst, hun levensovertuiging, hun geslacht of hun hetero- of homoseksuele geaardheid. Deze relatief moderne wetsartikelen stammen uit 1971 als uitvloeisel van het Internationaal Verdrag van New York van 1966 ter uitbanning van elke vorm van rassendiscriminatie (waar trouwens ook islamitische landen bij zijn aangesloten). Kan iemand dit ook aan de PvdA en GroenLinks uitleggen? Leefde Hein Roethof nog maar. Dat PvdA-Kamerlid was én socialist én liberaal. Die had wel raad met Donner geweten.

Intussen lijkt het erop dat Nederland alleen nog maar kan praten in termen van `signalen'. Signaal zus, signaal zo. Vertrouwenwekkend signaal, verkeerd signaal. Iedereen wordt geacht Nederlands te praten, maar de meeste politici wensen zich alleen nog maar te bedienen van gebarentaal. Niet de gebarentaal waar slechthorenden noodgedwongen op zijn aangewezen, maar de onbeholpen symboliek van ministers die niet tot normale communicatie in staat zijn.

Wij hebben een minister van Justitie die oproept tot ,,rust in de discussie'' na eerst zichzelf te hebben geprofileerd als een twistzieke geestdrijver. Donner verwijlt geestelijk in de jaren '30. Zijn door een gereformeerd superioriteitsgevoel gevoede, koppige antimodernisme maakt hem ongeschikt voor de taak anderen – op hun manier gelovigen in een goddelijke voorbeschikking – te helpen in het Nederland van de 21ste eeuw een vreedzaam bestaan op te bouwen.

Dan hebben wij een minister van Vreemdelingenzaken en Integratiebeleid die een gehele bevolkingsgroep, een miljoen moslims, schoffeert wegens een te laag `incasseringsvermogen' en die cameraploegen laat aanrukken om te demonstreren hoe dapper zij de een of andere dwaze imam de oren wast.

Beeldreligie!

Vervolgens hebben wij een minister van Binnenlandse Zaken die meent dat hij ,,pal voor de AIVD'' moet gaan staan en zich pontificaal als spreekbuis of ledenpop van zijn ambtelijke dienst manifesteert. Maar `pal staan' is niet hetzelfde als `aansturen'.

Ten slotte is er de minister-president die bête bleef lachen tegen een islamitische mevrouw die hem op hoge toon vroeg het Kamerlid Hirsi Ali ,,uit de regering te verwijderen'', zonder de guts te hebben om deze mevrouw zelfs maar van repliek te dienen, of haar rustig uit te leggen dat zij woont in een land met een parlementaire democratie. In zo'n land komt de premier je, terecht, troosten als er een school in brand is gestoken. Maar daar hoort de premier niet schaapachtig te zwijgen, als een gelovige een haar onwelgevallig Kamerlid in de ban wil laten doen.

Signalen, signalen. Het is alsof de ministers leven in een virtuele werkelijkheid. Erger, het politieke en maatschappelijke debat als geheel lijkt uitsluitend virtueel gevoerd te worden sinds de politiek zich heeft teruggetrokken uit de haarvaten van de samenleving. Er trad zaterdag zelfs op de tv een virtueel nationaal kabinet op. Schijnbaar bestaat alleen wat op een beeldscherm wordt vertoond.

Ook daarom is het zo erg dat Hirsi Ali nog steeds `uit beeld' is.

Zo heet dat: uit beeld. Er is dus nog geen begin van normalisering in de toestand. Iemand vermoordde Van Gogh om haar te treffen. Twee keer raak. Hier past beslist niet het antwoord van de apostel Paulus.