Witte scholen, ondanks de wet

Net als Rotterdam worden andere gemeenten steeds assertiever in hun aanpak van zwarte en witte scholen. Van de wet mag weinig, maar ze doen het gewoon.

De Wet gelijke behandeling overtreden om juist gelijke kansen te bieden. Dit is de kern van het plan van de gemeente Rotterdam om de segregatie in het basisonderwijs tegen te gaan. Het is een dilemma waar vrijwel iedere grote gemeente mee worstelt. Steeds verder gaat de scheiding tussen zwarte en witte scholen, terwijl de wet vrijwel geen instrument biedt om die scheiding tegen te gaan.

Het aantal zwarte basisscholen is inmiddels gestegen tot meer dan 580. Vaak is daar weinig aan te doen. In de grote steden is 60 procent van de kinderen tot twaalf jaar van allochtone afkomst. Daar komt nog bij dat scholen waar Turkse, Marokkaanse of Antilliaanse leerlingen in de meerderheid raken, snel leeglopen. Nederlandse, `witte' ouders houden het dan voor gezien en sturen hun kind naar een school die vrijwel volledig wit is.

Bovendien zijn autochtone ouders over het algemeen vroeger in de keuze van een school. Zij kiezen voor de populaire witte scholen, waardoor die met lange wachtlijsten te kampen hebben. Allochtone ouders lopen achter de feiten aan en hebben in augustus geen andere keuze dan de zwarte school.

Ook zijn er nog enkele bijzondere scholen, zoals reformatorische of islamitische, die leerlingen op basis van hun geloof toelaten. En zo wordt de scheiding tussen beide groepen ieder jaar groter.

Tot een paar jaar geleden gebruikten gemeenten een softe aanpak: ambtenaren over de vloer, foldertjes, en een enkele vrijwillige spreiding. Veel succes bleek het niet te hebben.

Maar de Rotterdamse wethouder L. Geluk gaat verder. Hij wil segregatie bestrijden door dubbele wachtlijsten in te voeren een voor allochtone kinderen en een voor de autochtone. De bedoeling van het plan is dat niet langer alleen de ouders, maar ook de openbare scholen invloed uitoefenen op de samenstelling van de leerlingen.

Probleem is alleen dat de wet vrijwel geen bemoeienis met segregatie toestaat. Immers, de Wet gelijke behandeling staat niet toe dat onderscheid wordt gemaakt op basis van etniciteit. En dat is precies wat Geluk in Rotterdam wil doen. Als een ouder naar de rechter wil stappen om dit aan te vechten, dan ziet Geluk dat later wel weer.

Deze aanpak is tekenend voor de assertieve aanpak die gemeenten de laatste jaren ontwikkelen. De wet timmert ieder initiatief dicht, vinden zij, dus laten we maar wat proberen en kijken waar het schip strandt. Zo lanceerde Leiden deze zomer nog het plan om een leerlingenstop in te voeren op populaire, openbare basisscholen. Deze scholen moeten keer op keer uitbreiden, terwijl de zwarte, bijzondere scholen steeds leger worden. Ook dat ligt juridisch lastig, omdat ouders hierdoor de weg naar de algemeen toegankelijke openbare school wordt afgesneden. Maar, zei wethouder Hessing (D66), we moeten íéts proberen. De Haagse wethouder Heijnen (PvdA) suggereerde vorig jaar om scholen te verplichten een quotum in te stellen voor leerlingen van één culturele minderheid. En zo verder.

Minister Van der Hoeven (CDA, Onderwijs) moet hiervan weinig hebben. Zij vindt dat gemeenten en scholen best afspraken mogen maken om leerlingen ,,evenwichtig te verdelen''. In april kwam zij met een voorstel hiertoe. Maar zij blijft bij het verbod op onderscheid op basis van etniciteit.