We moeten elkaar vergiffenis schenken

Het is niet `wij' of `de anderen'. Er zijn geen scherpe grenzen meer te trekken tussen de Europese en de islamitische wereld. De transnationaliteit van de Europese moslims heft het onderscheid tussen vriend en vijand op, meent Ulrich Beck.

Hoe ziet de Europese wereld er voor moslims uit? Dat is belangrijker dan uit te zoeken waar die dodelijke haat bij hun vandaan komt. Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh, behoort net zomin als de inmiddels aangehouden andere leden van deze kring islamitische extremisten tot de verliezers van het immigratieproces. Net als de daders van de aanslag van 11 september zijn zij eerder toonbeelden van geslaagde integratie. Zij spreken perfect Nederlands, hebben Nederlandse paspoorten en schooldiploma's, zijn Marokkaanse Nederlanders van de derde generatie, die zomaar ineens moordenaars worden. Met een zekere ontsteltenis vraag je je af waarom uitgerekend de kinderen van de vrijheid en de verdraagzaamheid daarop aanslagen plegen. En niet in de laatste plaats dit beeld heeft Nederland diep geschokt: in het lichaam van de dode steekt nog het moordmes, waarmee de dader zijn slachtoffer een haatbrief van een paar kantjes met nog meer moorddreigementen in het lijf heeft geramd. Vanwaar die archaïsche beestachtigheid?

Alweer in beelden kunnen de sporen van een antwoord gevonden worden, namelijk de oorlogsbeelden van islamitische websites: verminkte kinderen, uiteengereten lichamen, waarmee men zeggen wil: dat is wat het Westen de moslims aandoet.

De conclusie dat het Nederland van de verdraagzaamheid in puin ligt, klopt duidelijk niet. Het is niet zo dat het Nederlandse integratiebeleid is mislukt, maar wel dat de mondialisering van de emoties, de mondialisering van de haat zich ontlaadt in het modelland van de verdraagzaamheid. Wij zien de realiteit van de moslims in Europa in `of-of-categorieën': wij of de anderen, moslims of Hollanders, landgenoten of buitenlanders. Maar dat `of-of' van de nationale blik miskent het `zowel-als' dat voor de moslims van Europa geldt. Zij zijn `transnationalen'. Transnationalen zijn inheems (buren), maar in bepaalde opzichten – soms vanuit hun eigen gezichtspunt, soms uit het vreemde gezichtspunt van de inheemsen – zijn zij dat ook weer niet. De categorie van de transnationaliteit staat tegenover, of haaks op, alle begrippen van de sociale orde, en daarin ligt haar politieke, maar ook haar analytische provocatie. De transnationaliteit van de Europese moslims heft het onderscheid tussen buitenlands en binnenlands, vriend en vijand, vreemd en inheems op. Het gaat noch om vreemden, noch om vijanden, noch om inheemsen, noch om buitenlanders, en tegelijkertijd gaat het om zowel inheemsen als vreemden, zowel buitenlanders als landgenoten.

Ook is het heel on-Europees om de moslims uitsluitend het stempel van de islam op te drukken. Niemand zal zeggen: deze persoon is katholiek en komt uit Beieren, dus is hij of zij geen democraat. Daarentegen is in de nationale zienswijze van vele Europeanen het feit dat iemand moslim is nog altijd een allesbepalende factor, die uitsluit dat zo iemand `werkelijk' democraat en Europeaan is. De idee dat het mogelijk zou zijn om scherpe grenzen te trekken tussen de Europese en de islamitische wereld is een hersenschim. Wie het christelijke avondland als afstammings- en daarmee uitsluitingsprincipe verkondigt, ontkent hoezeer Europa in wezen sinds lang kosmopolitisch geworden is. Zo iemand loochent de werkelijkheid van zo'n zeventien miljoen in de EU levende mensen, die – bijvoorbeeld omdat ze moslims zijn of een donkere huid hebben – op dat etnisch-culturele erfgoed van het `Europees-zijn' geen aanspraak kunnen maken, maar zich in culturele en politieke zin wel Europeanen voelen en daarnaar handelen. In de wereld van de eenentwintigste eeuw bestaat het afgesloten avondland waar romantische historici als Hans-Ulrich Werner van dromen, niet meer. Gezien de toenemende transnationale vervlechtingen en verplichtingen wordt Europa een open netwerk met vloeiende grenzen, waarin `buiten' altijd al `binnen' is.

Al zijn de moslims en de Europeanen dan ineens als partners in een slecht huwelijk uit hun onbegrepen gezamenlijke leven ontwaakt, een scheiding ligt voor hen niet in het verschiet. Wel doet de nationale zienswijze bedrieglijk voorkomen dat het mogelijk zou zijn de moslims uit te wijzen, te doen emigreren, van Europa `uit te sluiten'; of, zoals de Nederlandse vice-premier verkondigde, het terrorisme ,,de oorlog terug te verklaren'' en ,,radicale islamitische bewegingen uit Nederland te doen verdwijnen''.

Dat is een volslagen illusie, maar een gevaarlijke, militante, die precies het tegendeel teweegbrengt van wat zij zogenaamd beoogt, namelijk escalatie van angst en geweld.

Beleven wij het einde van het multiculturalisme – in Nederland of in Europa? Nee, maar wel het einde van het nationale multiculturalisme. Iemand heeft eens gezegd dat multiculturalisme neerkomt op de sprookjesachtige opvatting dat kat, muis en hond uit één bak eten. Inderdaad veronderstelt het multiculturalisme een uiteindelijk collectief-essentialistische identiteit en rivaliteit van de culturen binnen het nationale territorium.

En juist op die uitgangspunten loopt het stuk, omdat het als het ware het nationalisme naar binnen toe uitbreidt en dus een innerlijk tegenstrijdig, mononationalistisch multiculturalisme in de hand werkt. Dat is de paradox van het multiculturalisme: het verwekt juist wat het wil voorkomen – racisme en xenofobie. Hoe moeten wij omgaan met de stromen beelden van haat en medelijden die over alle landsgrenzen heen emoties ontketenen? Ook voor dát transnationale geweldpotentieel sluit de bergrede van het multiculturalisme de ogen.

Maar niet alleen de islam, ook het christendom reageert fundamentalistisch op het seculiere Europa. Waarom is Bush herkozen? Ik verklap twee geheimen: ten eerste heeft God op Bush gestemd. Gewoonlijk geldt God als neutraal, maar ditmaal heeft hij partij gekozen. Bush heeft niet alleen de meerderheid in beide huizen van het Congres behaald, hij beheerst nu ook tweederde van de hemel en beschikt over de macht om te bepalen wat `zondig' is. Uiteraard is homoseksualiteit zondig, maar niet aan Bush geloven ook.

In de tweede plaats heeft Al-Qaeda op Bush gestemd. Daar was natuurlijk niet gemakkelijk achter te komen, want de leden van Al-Qaeda geven gewoonlijk geen duidelijk adres op. Op de vraag waarom zij op Bush hebben gestemd antwoordden zij: doorslaggevend was zijn fundamentalisme in morele kwesties.

Maar ironie ter zijde: het is onjuist om de etnisch-religieuze conflicten van de eenentwintigste eeuw te interpreteren als een kwestie van `hier moderniteit, daar traditie'. Bij de militante islam gaat het juist niet om een herleving van de traditie, maar om een antimoderne ideologie, waarin Europese tradities uit de negentiende eeuw – anarchisme, marxisme, nationalisme – worden gelegeerd met bepaalde traditionele religieuze lijnen van de islam. Empirisch gezien gaat het bij de extremistische islam dus om een schoolvoorbeeld van kosmopolitisering van de ideologieën: in de gedaante van islamitische terroristische aanslagen is Europa ook met zijn eigen verleden geconfronteerd.

Wat nu in Nederland tot uitbarsting komt, zouden de voortekenen kunnen zijn van een wereldwijde strijd om erkenning van de waardigheid van de ander, die binnen en buiten de landsgrenzen ontbrand is. En het is niet uitgesloten dat deze `cultuurstrijd' aan het begin van de eenentwintigste eeuw net zo explosief zal blijken te zijn als de klassenconflicten van de negentiende en de vroege twintigste eeuw op nationaal-sociaal niveau.

Erkennen dat mensen met een andere cultuur hun waardigheid hebben is een pijnlijk en lastig proces, waartoe een mens het streven naar hegemonie moet overwinnen dat inherent is aan ieders zelfbegrip. Hoe kan een blanke Europeaan leren dat zijn blankheid een etnisch privilege is, dat zwarte en islamitische Europeanen tot niet-Europeanen maakt? Hoe kan een gelovige moslim leren zijn gezag over gemeenschap en gezin te laten varen, en gelijke rechten voor de vrouw in het gezin en in de hele wereld te aanvaarden? Hoe kan de cirkel van vergelding, van geweld en contrageweld, die nu naar Europa dreigt over te slaan, worden verbroken?

Nationalisme, zegt Isaiah Berlin, is ,,normaal gesproken het product van een wond die een natie aan de trots of het territorium van een andere natie heeft toegebracht''. De escalatie van geweld kan uiteindelijk waarschijnlijk alleen maar worden doorbroken door een volstrekt contra-intuïtief begrip, namelijk door vergiffenis. Vergiffenis betekent dat wij niet gedoemd zijn eindeloos de wonden uit de geschiedenis te herhalen en dieper te maken. Het is het vermogen om met het verleden te leven, zonder zijn gevangene te zijn. Het vermogen om vergiffenis te schenken is – zoals Hannah Arendt betoogt – een blijk, misschien zelfs hét blijk van de vrijheid. Niet alleen God moet vergeven, de mensen moeten de mensen vergeven, en wel publiekelijk! Alleen zo kan een toekomst gerealiseerd worden waarin niet liefde voor de vreemdeling heerst, maar de beschaafde onverschilligheid waarin de anderen gelijk en anders kunnen zijn.

Ulrich Beck is socioloog. Hij publiceerde met Edgar Grande `Das kosmopolitische Europa'.