Wars van duiding

In maart 2001 kwamen enkele honderden mensen bijeen in een hotel in Delhi. Wetenschappers, kunstenaars, religieuze leiders en politici zouden met elkaar spreken over de vernietiging van de gigantische, eeuwenoude boeddha-beelden door de Talibaan in Afghanistan. De bijeenkomst moest uitmonden in een resolutie die zou worden aangeboden aan de Indiase minister van Buitenlandse Zaken, waardoor hij gepaste actie kon ondernemen.

Tot dan toe was India tamelijk onverschillig geweest tegenover de Talibaan, men had er alleen op aangedrongen de vijfhonderd hindoefamilies die in Kabul woonden met rust te laten. Dat beloofde de Talibaan, om later te bepalen dat alle hindoes een geel lintje moesten dragen als ze met rust wilden worden gelaten. Typisch Talibaan.

De bijeenkomst begon met de vraag waarom de Talibaan de beelden had vernietigd. Religieuze intolerantie was volgens een Talibaan-kenner in de zaal, een historicus op de universiteit van Delhi, een te eenvoudige verklaring. De Talibaan verzette zich tegen elke vorm van idolatrie. De Talibaan verzette zich zelfs tegen elke vorm van beeldspraak. Schilderijen, tekeningen, afbeeldingen in het algemeen; als ze meer werden dan versieringen, als ze ergens voor stonden, als ze tekens waren met een achterliggende betekenis, waren ze verboden. De meest extreme vorm van de islam neemt alles letterlijk, alleen letters zijn toegestaan, geen plaatjes. Plaatjes leiden af.

Ik had deze stelling ook elders gehoord. V.S. Naipaul had er al op gewezen dat de bekering tot de islam inhield dat men de tijd voor de bekering moest wissen. Vanaf de bekering is er geen verleden en is er geen weg van oorzaak naar gevolg. Maar dan is er ook geen weg terug van gevolg naar oorzaak. De verschijnselen hebben geen achterliggende verklaring en interpreteren heeft dan ook geen enkele zin.

De reden waarom ik iemand een roos geef, kan zijn dat ik die persoon lief heb. Liefde is de betekenis, de roos is het teken. De betekenis is de oorzaak, het teken is het gevolg. Als die weg wordt afgesneden is het teken, in ons geval de roos, vrij nutteloos. Het is veel praktischer als ik gewoon zeg (of schrijf) dat ik de persoon lief heb. Bovendien is de kans op misverstand veel kleiner. Zodra je moet interpreteren, neem je het risico dat je het verkeerd hebt. De islam wil dat de mensen het niet verkeerd hebben en is daarom wars van duiding. De dingen zijn zoals ze zijn en zo heeft Allah het gewild, ga daar geen vragen over stellen.

In die zin is de islam, althans in zijn extreme vorm, buitengewoon mathematisch en praktisch. De boeddha-beelden in Afghanistan stonden symbool voor een leer. De Talibaan heeft het symbool vernietigd, omdat het symbool nutteloos is. En eigenlijk heeft de Talibaan gelijk: door de boeddha-beelden op te blazen, is het boeddhisme niet verdwenen.

Maar als je mensen eeuwenlang het interpreteren hebt afgeleerd, als je elke vorm van duiding systematisch afstraft, krijg je een gemeenschap van robotjes, mechanische wezens die de werkelijkheid heel anders ervaren dan anderen. Een omgangsvorm bijvoorbeeld is niet alleen maar een toevallige afspraak waar je je ook niet aan hoeft te houden, maar een harde wet die geen overtreding duldt. Als je bij een extreem in de leer zijnde moslim binnengaat en je je schoenen niet uitdoet, gaat die moslim niet staan beredeneren dat jij misschien andere omgangsvormen voorstaat; hij is meteen diep beledigd. Het met de schoenen betreden van het huiselijke tapijt is geen teken dat je andere betekenissen respecteert, die andere betekenissen bestaan niet!

Na de opkomst van Pim Fortuyn in Nederland en zijn beroemde uitspraak dat de islam een achterlijke cultuur is, heb ik de historicus van de universiteit van Delhi weer opgezocht. O ja, ik vergat bijna te vermelden dat de resolutie in dat zaaltje van het hotel in Delhi in maart 2001 niet veel voorstelde: de minister van Buitenlandse Zaken van India moest onmiddellijk de ambassadeur van Afghanistan ontbieden en zijn diepe zorgen uitspreken over het opblazen van boeddha-beelden. En ik moet ook niet vergeten te melden dat de historicus, de Talibaan-kenner die ik later opzocht, zelf een belijdend moslim is.

Ik vertelde hem hoe in Nederland over moslims werd gesproken en hij hoorde het met stijgende verbazing aan. ,,Weten die Nederlanders dan helemaal niets van de Islam?'', vroeg hij. ,,Nee'', antwoordde ik, ,,en dat willen ze graag zo houden.''

De historicus voorzag grote moeilijkheden in Nederland en hij heeft gelijk gekregen. Godlasteraars worden vermoord of bedreigd. Er bestaat nu eenmaal een kleine minderheid van moslims die de dingen letterlijk neemt. Ze kunnen wel tegen een stootje, maar als die stootjes bij voortduring worden uitgedeeld, gaan ze tenslotte door het lint.

De les die de historicus van Delhi mij meegaf was de volgende: extremistische moslims, pas bekeerde moslims of herboren moslims kunnen of willen of mogen niet interpreteren. Een belediging zullen ze niet zien als een grapje of slechts als een wijze van zeggen. Ze reageren mechanisch op wat ze waarnemen, zoals een broodrooster mechanisch begint te gloeien als de knop omlaag wordt gedrukt.

Hoe een moderne maatschappij daarmee moet omgaan, vroeg ik aan de historicus. Praktisch, antwoordde hij. Het is domweg niet praktisch mensen te beledigen en te kwetsen. Zelfs de herboren moslim wil simpele dingen als een baan en een huis. Maar als je hem sart en plaagt, vat hij het letterlijk op, met gevolgen die niet zijn te overzien.

Het is een simpele, heldere benadering van de werkelijkheid die je in Nederland weinig tegenkomt. Ik kwam deze benadering tot nu toe alleen tegen bij J.A.A. van Doorn, die afgelopen zaterdag ongeveer hetzelfde schreef in zijn column in Trouw: wat nodig is, is een goed doordacht integratieprogramma waarbij de overheid ook de gevoeligheden van de allochtonen incalculeert. ,,Dit standpunt is niet ingegeven door sentimentaliteit of multicultureel idealisme'', schrijft van Doorn. ,,Het is veeleer machiavellistisch gedacht.'' Als je van Nederland een leefbaar land wil maken, zegt van Doorn, is het doelmatiger om elkaar niet nodeloos te kwetsen. Helaas zijn er momenteel veel Nederlanders die niets om leefbaarheid geven. Ze willen haat en geweld, en beide zijn even onpraktisch.

ramdas@nrc.nl