Wagner-opera mixt Kniertje met Popeye

Voor Opera Zuid is dit een overgangsjaar. Sopraan Miranda van Kralingen is sinds deze zomer actief als artistiek directeur, maar het gezelschap opende zaterdagavond het seizoen met een productie van Wagners Der fliegende Holländer onder regie van de scheidend artistiek leider Mike Ashman. Ashman was bij de Reisopera eerder verantwoordelijk voor producties waarop de reacties op zijn best lauw waren. Der fliegende Holländer is daarop geen uitzondering, zodat de Hollandse Van Kralingen in elk geval een vliegende start kan maken.

Wagner voelde zich sterk aangetrokken door de van suggesties doortrokken volkslegende over de dolende Holländer. Als schipper bekoopt hij een godslasterend woord met het lot eeuwig zwervend over de zeeën te moeten zeilen, totdat een trouwe vrouw hem verlost. Voor regisseur Ashman is de mythe van Der fliegende Holländer echter geen symbolische vertelling van onrust, verlangen en trouw, maar een platte mix van Kniertje en Popeye – half realisme, half stripverhaal. Het knallende decor vol losse verwijzingen naar de nautische navigatiekunst werkt daaraan kleurrijk mee.

Met zijn duur van ruim twee uur vormt Der fliegende Holländer een bescheiden opmaat tot Wagners latere muziekdrama's. De nu eens van hoop, dan weer van doodsverlangen doortrokken monologen van de ahasverische Holländer wijzen vooruit naar de Wagner van Tristan und Isolde en Der Ring des Nibelungen. Maar de koorscènes zijn veelal van een onomwonden volkse ongekunsteldheid.

Aan dat aspect klampen Ashman en kostuumontwerpster Ana Jebens zich vast. De matrozen swingen arm in arm en laten de spierballen rollen, en waar Holländer en zijn verloster Senta in het libretto verstrengeld ten hemel varen, worden hier een Jan Klaassen en Katrijn opgetakeld. Die karikaturalisering doet de handeling geen recht en oogst op den duur vooral verveling. Veel sterker is de simpele vormgeving van de tweede akte, met het spinnend dameskoor in crinoline en de onopgesmukte liefdesscène tussen Holländer en kapiteinsdochter Senta, onzeker om elkaar heen draaiend bij een tuttig theetafeltje.

Gelukkig is Der fliegende Holländer muzikaal gezien wél een geslaagde productie, met een ijzersterke rol van de Nederlandse bas Geert Smits als Holländer als doorslaggevende factor. Met zijn toch boomlange gestalte en de kleuren van zijn stem voorziet Smits de Holländer van een laag die de tweedimensionale regie verre ontstijgt. Zelfs de meest bizarre momenten wuivend ten onder gaan in een gat in de grond, bij voorbeeld – kunnen niet verhelpen dat de Holländer van Smits een geloofwaardig personage is; een ongelukkige man van vlees en bloed, met wie je meevoelt, hoopt en droomt. Braver en minder reliëfrijk zijn de betrouwbare rollen van Adrian Thompson als de bedrogen jagersman Erik en Mark Beesley als kapitein Daland.

Als Holländers geliefde Senta blijkt de in Nederland wonende sopraan Dorothy Grandia een ontdekking. Haar stem is door het wat eenvormige vibrato misschien niet zo veelzijdig als die van Smits, maar in kracht, hoogte en techniek is zij zonder meer een Senta van formaat. Ook in de bak doen de soms erg gespierde prestaties van het Limburgs Symphonie Orkest onder leiding van Ivan Anguélov de gelaagdheid van Wagner in sfeer en zeggingskracht oneindig veel meer eer aan dan Ashman en zijn team.

Voorstelling: Der fliegende Holländer van R. Wagner door Opera Zuid/Limburgs Symphonie Orkest o.l.v. Ivan Anguélov. Regie: Mike Ashman. Decors: Conor Murphy. Gezien: 20/11 Theater aan het Vrijthof, Maastricht. Herh.: 23/11 Kerkrade; 25/11 Venlo; 27/11 Groningen; 30/11 Utrecht; 2/12 Den Haag; 4/12 Tilburg; 7/12 Eindhoven; 9/12 Den Bosch; 11/12 Rotterdam. Inl.www.operazuid.nl