`Sportieve fraude' achtervolgt Juventus

Voetbalclub Juventus, morgenavond tegenstander van Ajax in de Champions League, is in Italië verwikkeld in een grootschalige dopingaffaire. De dit jaar verwachte uitspraak van de rechter in Turijn kan gevolgen hebben voor de uitslag van de finale van het Europa Cup 1-toernooi in 1996.

In dat jaar won Juventus de beker na strafschoppen tegen Ajax. Overmars beklaagde zich over de fysieke gesteldheid van zijn tegenstanders. ,,Telkens als je een Italiaan voorbij was, stond hij even later weer voor je neus'', zei de linksbuiten.

Vanmorgen, vlak voor vertrek naar Turijn, zei Ajax-directeur Arie van Eijden: ,,Als doping bewezen wordt, hebben wij in principe recht op de beker.'' De Europese voetbalbond UEFA wil daar nog niet op vooruitlopen.

De dopingaffaire bij Juventus gaat over de periode 1994-1998, toen de Italiaanse ploeg drie keer in de finale van de Champions League stond. De officier van justitie eiste deze zomer twee jaar celstraf tegen een gedelegeerd bestuurslid en de medisch directeur. Zij worden verdacht van `sportieve fraude' en verantwoordelijk gehouden voor dopegebruik en onverantwoord medicijngebruik.

De zaak kwam aan het rollen in 1998, toen coach Zeman van AS Roma in een interview openlijk zijn vraagtekens zette bij de enorme groei van de spiermassa's van de spelers van Juventus. Sterspeler Vialli noemde Zeman destijds ,,een terrorist''. In 2001 begon de rechtszaak, waarin Vialli veelvuldig gebruik van spierversterkers en antidepressiva bekende.

Volgens het openbaar ministerie was bij Juventus sprake van grootschalig dopegebruik. In de zomer van 2002 werden in het stadion van de club 281 medicijnen gevonden.

Juventus: pagina 15