Sponsorbord

Even voor alle duidelijkheid: ik ben niet tegen commercie, niet tegen vrije handel, niet tegen kunstgras, niet tegen de vierde man, niet tegen vip-terrassen, niet tegen ontploffende ballen.

Wie van voetbal houdt, slikt veel.

Ik kan alleen niet tegen sponsorborden. In het nieuwe plan van de eredivisiebazen moeten voetballers na een wedstrijd voor een glimmend reclamewandje hun zegje doen. Toen ik dat hoorde, brak er iets. De miljoenendans rond de rechten laat me even koud. Het zijn de kleine dingen die het doen. Die borden zitten me hoog. Dirk Kuijt, de laatste der Nederlandse voetballers, moet met zijn blos en blonde krullen voor sponsorstickers gaan staan. Achter het hoofd van Kuijt hoort een randje gras in beeld, een cornervlag, de visafslag van Katwijk desnoods, maar niet de toekomstige sponsors van de eredivisie.

Zo'n bord is veel te schoon voor het vieze spel dat voetbal is geworden. Ellebogen rammen op koppende hoofden, onschuldige geiten krijgen zonder condoom de volle laag, scheidsrechters lopen als hoerenlopers over het veld en wij zien een smetteloos sponsorbord achter een vermoeide voetballer. Dat bord laat niets zien, het verbergt juist iets voor de kijker.

Het allerdomste is dat de sponsors diep in de buidel tasten voor een stickertje en denken dat de voetballiefhebber na het zien van de uitzending een nieuwe verzekering neemt, een ander merk telefoon bestelt. Natuurlijk niet. Ik neig zelfs naar boycot van die aangeboden producten. Waarom een biertje van Amstel kopen? Het is al pis voor je het in je mond hebt.

Eerlijk is eerlijk, ik heb vorig jaar een keer zo'n bord laten filmen voor een televisie-uitzending. Ik moest twee Oranjespelers interviewen. De borden stonden klaar in Huis ter Duin. Die gesprekjes gebeuren altijd staand. Bij wijze van stil protest pakte ik twee stoelen en zette die voor het bord neer. Paniek. Een meisje van de KNVB zei dat het echt niet kon. Je moest stáán voor die borden. Dat stond nergens in de reglementen, we bleven lekker zitten. In allerijl begonnen twee werkmannen te sleutelen aan het bord om het lager te hangen, zodat de sponsornamen alsnog in beeld kwamen. De wereld verging bijna.

Er zal niemand wakker liggen van mijn fobie voor sponsorborden. Chris Woerts is de uitbater van de voetbalrechten voor de eredivisie. Ik heb hem wel eens ontmoet in voetbaltenue. Chris, jongen, ik heb nog eens tegen je gevoetbald, je kon er geen ruk van, ouwe zakkenwasser! Maar dit terzijde. Chris is zakelijk zeer goed en slim. Hij baatte `het product Ono' uit voor Feyenoord. Dat leverde een mooie voetballer en handel met Japan op. Uitstekende zet, niets op aan te merken.

Diezelfde Chris Woerts kreeg als commerciële man bij Feyenoord van een omroep het verzoek twee fragmenten te leveren: een vrije trap van Pierre van Hooijdonk en een overtreding van Paul Bosvelt. Hij gaf alleen uitzendtoestemming voor het eerste. De overtreding mocht niet meer in beeld, het zou Feyenoord alleen maar een slechte naam bezorgen. De zaak liep hoog op maar Woerts hield voet bij stuk. Woerts zegt over de nieuwe eredivisieplannen dat de journalistieke vrijheid gewaarborgd is. Ik houd m'n hart vast.

De komende maanden kan ik nog genieten van voetballers die na afloop van de wedstrijd op zaterdagavond op het veld staan en hun woordje doen. Door het tegenlicht vanuit de mast zien we de regenflarden rond hun hoofden gaan. Ze brabbelen maar wat raak, de arme zielen van de eredivisie, maar ze zijn nog van vlees en bloed, ze staan op hun veld van eer. Volgend seizoen kleven ze in de catacomben vast aan het bord. Ze worden één met de sponsorstickers. Van voren lijkt het heel wat, maar besef: aan de achterzijde zit een vies plakrandje.