Op 30 januari in Irak verkiezingen

Op 30 januari worden in Irak verkiezingen gehouden voor een Nationale Assemblee van 275 leden en 18 regionale raden, zo heeft de Iraakse verkiezingscommissie gisteren bekendgemaakt. Tegelijk zal het de facto autonome Iraaks Koerdistan een nieuw parlement kiezen. De Assemblee heeft tot taak een definitieve grondwet op te stellen en toe te zien op de vorming van een nieuwe regering in plaats van het interim-bewind van Iyad Allawi dat eind juni aantrad. Volgens de interim-grondwet moet voor eind 2005 een nieuw parlement worden gekozen op basis van de definitieve grondwet.

Een woordvoerder van de onafhankelijke commissie verzekerde dat de verkiezingen ook in streken die nu door geweld worden geteisterd zullen doorgaan, inclusief steden als Falluja en Mosul. Falluja is nu nog dusdanig frontlinie tussen rebellen en Amerikaanse mariniers, dat de voor de strijd gevluchte bewoners van de Amerikanen nog niet naar hun huizen mogen terugkeren.

In Mosul, waar opstandelingen zich de laatste tijd sterk manifesteren, zijn de voorbereidingen voor de verkiezingen vertraagd, aldus een plaatselijke woordvoerder van de commissie. Leden van de commissie zijn met de dood bedreigd. Verscheidene andere sunnitische steden zijn in verschillende mate strijdtoneel.

De verkiezingen, op basis van het systeem van evenredige vertegenwoordiging, worden de eerste in tientallen jaren waaraan meer dan één – Saddam Husseins Ba'athpartij – deelneemt. Het worden er zelfs een heleboel: er hebben zich inmiddels al 198 partijen aangemeld, waarvan er 126 zijn goedgekeurd door de commissie.

De meeste partijen hebben een etnische of religieuze basis: algemeen wordt aangenomen dat de shi'itische meerderheid op shi'itische partijen zal stemmen en de Koerden op Koerdische partijen. Diverse sunnitische leiders op hun beurt hebben tot een boycot van de verkiezingen opgeroepen. Vroegere leiders van de Ba'ath mogen niet verkiesbaar worden gesteld.

Alle Irakezen die op 1 januari 18 jaar of ouder zijn en in het bezit van een geldige distributiekaart – een overblijfsel uit de tijd van de sancties van de Verenigde Naties – hebben stemrecht. In totaal gaat het om naar schatting 15 miljoen mensen.