Lucebert en Voermans

De dichter Lucebert, de `Keizer der Vijftigers', had een zingzeggende, verlegen voordracht, toen rond 1951 in een Amsterdamse huiskamer een kleine veertig gedichten werden opgenomen. Erik Voerman, mziekredacteur van Het Parool en gitarist, voorziet op de hemelse wanklank vijftien van die gedichten van muziek. Het resultaat is een fraaie, middernachtelijk te noemen atmosfeer waarin Voermans' slepende, vloeiende en ingehouden spel zich prachtig voegt bij Luceberts gedichten.

Lucebert leest hoogtepunten, zoals elegie en ik tracht op poëtische wijze en Voermans speelde al improviserend mee met de cantabile-stijl van Lucebert. Daarnaast gebruikt Voermans de synthesizer voor meer dramatiek, maar nooit opzichtig of overdreven. Hij maakt lange, uitgesponnen lijnen en dankzij veelvuldige, minimaal gevarieerde herhalingen verweven stem en muziek zich. Het is misschien te symbolisch dat zeven seconden na het laatste gedicht, van een oude nar, de hoge e-snaar van Voermans' gitaar breekt, maar de knappende klank mag er zijn: eerst hoog, dan wegstervend. Het is zeldzaam dat muziek en poëzie zo'n harmonische eenheid vormen.

De hemelse wanklank. 15 gedichten van Lucebert met muziek van Erik Voermans. www.basta.nl. Bij de betere boekhandel en platenzaak.