Landelijk havenbelang

Het kon niet uitblijven: de problemen waarin het Rotterdamse havenbedrijf door toedoen van zijn directeur verzeilde zijn een geschilpunt in de nationale politiek geworden. Te verbazen hoeft dat niet. Het belang van de Rotterdamse haven is door zijn omvang haast per definitie een landelijk belang. Verbazingwekkend is wel dat het relatief lang heeft geduurd voordat politiek Den Haag de consequenties overzag van het financiële wanbeleid van havenbaas Willem Scholten. Al vanaf het moment dat het schandaal naar buiten kwam, eind augustus, was duidelijk dat de gevolgen niet beperkt zouden blijven tot Rotterdam en omgeving. Het havenbedrijf zit in een proces van verzelfstandiging en kijkt aan tegen de aanleg van de Tweede Maasvlakte, een investering die alleen met hulp van het rijk mogelijk is. Dat beide thema's vroeg of laat in verband zouden worden gebracht met het schandaal van de ongedekte kredieten was onvermijdelijk.

Dat is nu gebeurd. Een meerderheid in de Tweede Kamer eist terecht van het kabinet dat het stopt met de voorbereiding van het kopen van aandelen in het havenbedrijf. Voordat het rijk hier ook maar één cent aan uitgeeft, moet helder zijn wat exact de omvang is van de huidige financiële ellende. Eerder dit jaar kwamen de gemeente Rotterdam, de provincie Zuid-Holland en de staat overeen dat het rijk voor 500 miljoen euro dertig procent van de aandelen van het havenbedrijf overneemt. Met dat bedrag moet de Tweede Maasvlakte worden aangelegd, een uitbreiding die toekomstige havengroei mogelijk maakt.

Nut en noodzaak van de Tweede Maasvlakte staan niet ter discussie. Daarover kan men kort zijn: het is verstandig dat die er komt. Maar het voornemen om de staat volgens afspraak voor eenderde eigenaar van het Havenbedrijf te maken, moet gezien de ,,financiële janboel'' (zoals Kamerlid Hessels (CDA) het uitdrukte) worden opgeschort. Zeker nu blijkt dat Scholtens financieel avonturisme zich niet beperkte tot schimmige deals met een bevriende ondernemer, maar ook riskante vastgoedtransacties betrof. Anders gezegd: hoeveel lijken liggen er nog in de kast en wat zijn de geldelijke risico's voor het rijk? Die vragen moeten eerst maar eens tot achter de komma worden beantwoord voordat minister Zalm (Financiën) zich co-eigenaar van het Rotterdamse havenbedrijf kan noemen.

Dit kan betekenen dat de aanleg van de Tweede Maasvlakte vertraging oploopt. Maar dat moet dan maar zo zijn. Ook dit project kan financieel uit de hand lopen, zoals dat het geval is bij vrijwel alle grote infrastructurele werken. Hoe minder risico's vanaf het begin, hoe beter het is. Het is een algemeen belang dat het havenbedrijf ruim de tijd krijgt om orde op zaken te stellen.