Allez! Rugbyers de grens over

Het Nederlandse rugby kijkt noodgedwongen over de grens. Met België is een competitie begonnen. ,,Gagné!'', zo klinkt het plotseling op het Haagse rugbyveld.

Het laatste fluitsignaal heeft amper geklonken of Denis Guillemot grijpt naar zijn binnenzak en tovert vliegensvlug zijn mobiele telefoon tevoorschijn. Het thuisfront moet terstond op de hoogte worden gebracht van de zwaarbevochten overwinning (6-13), die `zijn' door en door besmeurde rugbyers zojuist hebben veiliggesteld. Zodra de verbinding tot stand is gebracht, heeft Guillemot aan één woord genoeg: ,,Gagné!''

Glimlachend verontschuldigt de voorzitter van RC Bosvoorde zich even later voor zijn gebrekkige Nederlands én zijn uitgelaten stemming. ,,Maar zo vaak gebeurt het niet dat wij een sterke opponent als Den Haag op vreemde bodem weten te verslaan.'' En, met glinsterende ogen: ,,Het moet raar lopen willen wij straks niet in Amsterdam staan.''

Op 20 maart om precies te zijn, want dan staat de finale van de strijd om de Beneliga op het programma. Koploper Castricum, gisteren op eigen veld met 51-5 te sterk voor Dendermonde, is daarin vrijwel zeker de tegenstander van de Belgische nummer twee van de ranglijst. Guillemot, zaterdagmiddag in de Haagse vrieskou wijselijk uitgerust met een ijsmuts, verheugt zich nu al op de eindstrijd.

,,We komen niet met één, maar met twee en misschien wel met drie bussen.''

Afgaande op het aandoenlijke enthousiasme van Guillemot en de zijnen is de grensoverschrijdende competitie na drie speelronden al een succes. Het handjevol meegereisde supporters schreeuwt de kelen schor: ,,Allez Boitsfort!''

[vervolg BENELIGA: pagina 14]

BENELIGA

Rugbyers Bosvoorde in België heer en meester

[vervolg van pagina 13]

Eén bevlieging, zeventien minuten voor tijd na knullig balverlies van de thuisploeg, volstaat om de beslissing te forceren. Een daverende hagelbui die kort daarop lostbarst, kan de pret niet drukken.

Guillemot blijkt inderdaad zeer ingenomen met de Beneliga. ,,Deze competitie is voor ons de enige manier om matches op niveau te spelen.'' In eigen land is Bosvoorde immers heer en meester, en dat al vier jaar op rij. In de huidige competitie liet de hofleverancier van de nationale ploeg, een van de zeven rugbyclubs uit de regio Brussel, in acht duels nog geen punt liggen.

Dat geldt ook voor de tegenstander die zojuist bedwongen is in het vooral na rust boeiende gevecht: de Haagsche Rugby Club. Maar in tegenstelling tot Guillemot is HRC-coach Marcel Eman niet onvoordeeld positief over wat nu nog een pilot heet te zijn. ,,Het is altijd leuk om eens ergens anders te komen, want die ereklasseclubs hier in Nederland kennen we onderhand wel'', zegt de oud-international. ,,Maar op Bosvoorde na is het niveau van die Belgen ronduit bedroevend. Ze gaan met grote cijfers de boot in, en wekken niet de indruk tot meer in staat te zijn dan ze tot dusver hebben laten zien.''

Nee, Eman zou liever zien dat de bond op zoek zou gaan naar ,,kwalitatief sterke tegenstanders, die een echte aanwinst zouden betekenen, en voor clubs als HRC en Castricum dus een uitdaging om tegen te spelen''. Maar vind die maar eens. Eman, instemmend: ,,In de EuroCup speelden we ooit tegen clubs uit het noorden van Frankrijk. Dat mag dan een rugbyland zijn, die clubs speelden zo laag dat ze geen partij voor ons waren, hoewel ze als beesten tekeer gingen.''

Te grote krachtsverschillen was een van de redenen waarom de EuroCup, met behalve Nederlandse en Belgische voorheen ook Duitse, (Noord-)Franse en (één seizoen) Deense inbreng, afgelopen voorjaar werd opgedoekt. Deelname kostte de clubs meer dan het opleverde en de overkoepelende Europese bond (FIRA) weigerde, tot ergernis van de deelnemers, tijd en geld te steken in het project.

In navolging van het ijshockey, een in beide landen al even noodlijdende sport die vrijdag een begin maakte met de tweede editie van de zogeheten Coupe der Lage Landen, sloegen de Nederlandse (6.500 leden) en de Belgische rugbybond (5.400) de handen ineen. ,,Als de FIRA het niet oppakt, dan moeten we het zelf doen'', verklaart bondsdirecteur Bart Wierenga van de Nederlandse rugbybond (NRB). ,,Wij willen onze competitie spannend houden, en in ons geval betekent dat we over de grenzen moeten kijken. De Belgen worstelen met min of meer hetzelfde probleem, dus dan is één plus één snel twee.''

In ING vonden de lotgenoten zowaar een sponsor, die bereid bleek de naam voor drie jaar te verbinden aan het project. De financiële dienstverlener wil de Belgisch-Nederlandse samenwerking stimuleren, en betaalt naar verluidt een schijntje: nog geen 30.000 euro per jaar. Maar de NRB, een bond die onlangs ternauwernood een faillissement afwendde, is allang blij überhaupt een geldschieter gestrikt te hebben.

Over de (te grote) krachtsverschillen maakt Wierenga zich vooralsnog geen zorgen. ,,Nu kwam alles pas op het allerlaatste moment tot stand. Geef de Belgen iets meer voorbereidingstijd en ze zullen ons best aardig partij kunnen bieden.'' Met ongewenste monsteruitslagen is al rekening gehouden: in de Main Cup strijden de nummers één tot en met vier uit beide landen, een treetje lager (Plate Cup) vertonen zes Nederlandse en vier Belgische clubs hun kunsten. Bosvoorde-voorzitter Guillemot kijkt intussen al verder. ,,Ik sluit niet uit dat we over een paar jaar besluiten de eigen competitie op te heffen, en helemaal samengaan.''