Weggooien

Dit is een prachtige etalage, breed, diep en licht. De winkelier heeft zijn ruimte goed gebruikt. Op het eerste gezicht is zijn uitstalling de maquette van een ultramoderne stad. Veel rechthoekige witte, licht- en donkergrijze hoogbouw, met hier en daar een toren van glas of een hoge aluminium- of nikkelkleurige zuil. Rem Koolhaas, denk je. Renzo Piano. Een vleugje Frank Gehry. Een echo van Le Corbusier. Dan ontdek je de werkelijkheid: de grootste verzameling kasten en kastjes, met laden, planken, deuren en deurtjes, schuivend of klappend, naar boven, zijwaarts, naar beneden, op wieltjes of hoge poten, van hout of staal, nog meer variaties, alles waarin je iets kunt opbergen. Deze winkel heet CONTAINERS, is gevestigd aan de Zevende Avenue, ergens tussen de 12de en de 23ste Straat in Manhattan. Als ik had geweten dat ik er een stukje over zou schrijven, had ik het adres genoteerd.

Voor welke etalages blijft u het liefst staan, niet omdat u per se iets nodig hebt, maar voor uw plezier, voor het kijkgenot? Mevrouw Marcos van de Filippijnen had het met die van schoenenwinkels. Als er een nieuw apparaatje op de markt komt, elektronisch, dat nog kleiner is en waarin nog meer functies zijn opgehoopt, dan zie je ze zich verdringen voor dat soort winkels. Je hebt mensen die niet blijven staan maar langzaam heen en weer lopen voor de ramen van sekswinkels. Ik deed een onderzoekje op onze redactie. Een van de respondenten voelde zich aangetrokken tot bric-à-brac. Het is de aanblik van het totaal van de min of meer waardevolle rommel, gepaard aan een gevoel tussen vermoeden en hoop: dat je iets van je gading zult vinden. Bij de bric-à-brac kan een ongeluk in een klein hoekje liggen. Je koopt een kleine buste van Cicero – waarom weet je niet – en je eindigt als verzamelaar van Romeinse beelden.

Deze week is de nalatenschap van J.M.A.H. Luns geveild. Ik heb hem gekend, niet van nabij maar goed genoeg om een paar verhalen over hem te kunnen vertellen. Later. Ik wist dat hij verwoed verzamelde. Maar zoveel, in een zo grote verscheidenheid, dat wist ik niet. Misschien was hij geen verzamelaar meer, maar een bewaarder. In zijn functies kon hij daaraan niet ontkomen. Van heinde en ver kwamen de belangrijke bezoekers, en allemaal namen ze geschenken mee. Je kunt die dingen niet meteen nadat de gast vertrokken is weer weggeven. Maar hij wilde het allemaal bewaren. Vandaar dat er containers nodig waren om zijn nalatenschap in op te bergen.

Een jaar of wat geleden werd de erfenis van de Prins van Wales en Wally Simpson geveild. Ook zo'n gigantische hoeveelheid. De prins had 43 wandelstokken; het echtpaar samen een voorraad hutkoffers om een geplunderd Afrikaans dorp van een voorlopig onderkomen te voorzien. Nadat de prins uit liefde voor Wally van het Britse koningsschap had afgezien, hadden hij en zijn vrouw niets meer te doen. Ze zullen zich nuttig hebben gemaakt in de menslievendheid, ik heb dat niet gevolgd. Maar terwijl ze dat deden, hebben ze ook nog veel van hun begeren op de kop getikt. Zalen vol. De aanblik daarvan was overweldigend. En bij de verkoop werd fel geboden. Trots gingen de nieuwe eigenaren met zo'n wandelstok naar huis.

Het verergerend probleem bij vermeerdering van bezit is de vraag waar je het moet laten. Koop een groter huis. Dat kan helpen, maar het is ook een manier om het paard achter de wagen te spannen. Want niet alleen heb je dan meer ruimte om je verworvenheden in op te bergen, maar er is nog ruimte over voor nieuwe aankopen. Het is een wet van Meden en Perzen dat ook die in minder dan geen tijd vol zullen zijn. Hoe dat komt, dat weten alleen de rijken. ,,The rich are different because they have more money'', zei waarschijnlijk Hemingway, of anders F. Scott Fitzgerald. Wie dan ook, het is waar. Iemand met normale geldmiddelen zal het nooit in zijn hoofd halen al zijn kasten en kamers te vullen met dingen waaruit hij nooit ook maar een tiende van het rendement van het beloofde plezier, genot, wat heb je verder, zal kunnen halen. Het maximale genieten heeft zijn eigen economie.

Deze winkel aan de Zevende Avenue is volgens mij bedoeld voor mensen die het overzicht over hun overvloed willen bewaren. Al die kasten en vitrines beloven het overzicht van het hypergeorganiseerde totaalbezit in die dimensies. Misschien een onweerstaanbare verleiding, maar geloof er niets van. Door iets in een kast of een lade te stoppen, maak je het onzichtbaar, en je denkt dat je het daarmee ook beheerst. Het tegendeel is het geval. Je maakt meer dingen onzichtbaar door ze in dezelfde lade of kast te stoppen. Daar ontstaat congestie. Ook voorwerpen die op deze manier onzichtbaar zijn geworden, hebben de neiging zichzelf vrij te vechten. Op zeker ogenblik ontdek je dat `de lade niet meer open wil' of de kast wel, maar dan stort zich de hele massa onzichtbaren naar buiten. Beschouw dit als de straf voor je onbewuste, achteloze, slordige hebzucht.

Er is een grens aan alle bewaren. Dat geldt niet alleen voor de dingen. Ook het aantal teksten, de correspondentie, feiten, cijfers die je op de harde schijf van de computer bewaart, dat alles bereikt op zeker ogenblik een omvang die niet meer te overzien valt. Het maakt niet uit, welk vernuftig bewaarsysteem je er ook voor verzonnen hebt. Alle teveel eindigt in chaos. Dat, denk ik wel eens, is de geheime vloek van de consumptiemaatschappij.