Vuurgoudhaan

Als er hoog tussen de dichte takken van rijk loofhout of sparrenbomen een zacht, iel, miesperend liedje klinkt, dan moeten we scherp luisteren en turen. Ongetwijfeld houdt zich ergens een van de kleinste broedvogels van Nederland schuil, het vuurgoudhaantje (Regulus ignicapillus). Een mistige ochtend diep in het bos maakt het gezang of de roep nog ijler, alsof er naalden op het ijs vallen. De vuurgoudhaan en zijn iets grotere neef de goudhaan behoren tot de familie van de zangers, de Sylviinae. Ze zijn makkelijk met elkaar te verwarren. Zoals de naam zegt, heeft de vuurgoudhaan een fellere kleurenpracht. De vogel heeft een meesachtige verschijning, gedraagt zich ook meesachtig, namelijk listig dwarrelend tussen de twijgen door. De hoofdkleur is olijfgroen met een bronzen gloed op de schouders. De oranje-gele kruin licht fel op en is afgezet met een zwarte oogstreep. Daaronder valt de witte wenkbrauwstreep op. De staart is iets gevorkt. Zeker in de winter is deze vogelsoort vertrouwelijk en komt dicht in de buurt van de mensen. Het nest is een kogelrond bouwwerk van draadjes mos, spinnenwebben en stukjes bast. Maar dat weten we pas sinds 1928, toen in Nederland het eerste broedgeval van het vuurgoudhaantje werd gesignaleerd. Luister goed naar zijn roep: `sie-sie-sie.'

Illustratie: Rein Stuurman (Zien is kennen!)

freriks@nrc.nl