Verwarring slaat over op politiek

Politiek Den Haag ziet het land in brand staan en wil wat doen. Het resultaat: nóg een crisis in Kamer en kabinet. Maar dan over een bijzaak, een dood wetsartikel.

,,Er is een moord gepleegd'', daar komt het volgens VVD-fractievoorzitter Van Aartsen in essentie toch allemaal op neer. Met een reeks arrestaties van terrorismeverdachten, oplopende spanning tussen islamitische allochtonen in het algemeen en brandende kerken en moskeeën in het bijzonder is Nederland nu een dag of achttien, sinds de moord op Theo van Gogh, in verwarring.

De desoriëntatie lijkt te zijn overgeslagen op de landspolitiek. Voor één partij is goed verklaarbaar dat deze wat uit het lood hangt: de VVD. Een van de leden van de Tweede-Kamerfractie, Hirsi Ali, heeft het sinds de moord op Van Gogh niet meer aangedurfd in het openbaar te verschijnen. Haar fractievoorzitter, Van Aartsen, moest twee dagen wachten voordat hij werd beveiligd, ook VVD-minister Verdonk heeft bodyguards om zich heen, net als het Kamerlid Wilders, tot voor kort lid van de VVD-fractie.

Met de ogen van het land op Den Haag gericht, debatteerde de Kamer over de moord op de filmer. Maar dat debat ging uiteindelijk over de vraag of minister Remkes (VVD) van Binnenlandse Zaken wel of niet zou opstappen. Later was er wéér een fel debat naar aanleiding van de dood Van Gogh. Dit keer over de vraag of een zelden gebruikt wetsartikel over religie moest worden afgestoft.

Dat begon met Justitie-minister Donner (CDA) die, zonder dat iemand in het kabinet het wist, een zinsnede over artikel 147 toevoegde aan de brief over de moord die hij samen met Remkes aan de Kamer stuurde: ,,Mogelijke aanpassing strafbaarstelling belediging en godslastering.'' Tijdens het debat over die brief vroeg niemand naar die zin, maar toen Donner vorig weekend op een CDA-congres nog eens de nadruk legde op de aanpak van godslastering, kwamen de reacties los. Zondag wilde Verdonk reageren in Buitenhof. Zij zei dat moslims langere tenen hebben dan Nederlanders: ,,En ik kan me toch niet voorstellen dat collega Donner bedoelt dat wij dan naar een lager incasseringsniveau toe moeten met zijn allen.'' Ook minister De Graaf (Bestuurlijke Vernieuwing, D66) liet intern weten niet te begrijpen waar Donners suggestie vandaan kwam.

Een mogelijke verklaring voor de aan de oppervlakte gekomen onenigheid lijkt gelegen in de intrinsieke tegenstelling die bestaat in een kabinet met VVD en D66 aan de ene en het CDA aan de andere kant: liberaal-progressief versus christelijk-conservatief. Deze antithese kwam eerder tot uiting bij de discussie over waarden en normen, het debat over de vrijheid van onderwijs en het sluiten van radicale moskeeën. Dat allemaal leidde in minder overspannen tijden tot minder overspannen debatten. ,,Maar nu is er een moord gepleegd.''

Daarom greep de Tweede Kamer het voorstel van Donner over de godslastering aan als een handvat om over de maatschappelijke onrust te debatteren. In die opwinding was er dinsdagmiddag binnen drie kwartier plotseling een Kamermeerderheid voor afschaffing van het wetsartikel dat Donner juist nieuw leven in had willen blazen. Althans, dat leek zo, want enkele dagen later kwam PvdA-leider Bos terug op zijn eerdere toezegging mee te stemmen met een D66-motie voor afschaffing van `147'. ,,Dit is niet het moment'', zei Bos gisteren, ,,er spelen nu veel belangrijkere zaken dan dit non-item.''

Bos lijkt zich te baseren op opinieonderzoek waaruit blijkt dat de bevolking opstappende ministers en afgestofte wetten nadrukkelijk bijzaken vindt. Den Haag moet iets doen met de hoofdzaak, vindt men. En de intuïtie is dat die kernzaak iets te maken kan hebben met de behoefte aan een tegelijk geruststellende en daadkrachtige leider.

Premier Balkenende lijkt zich dat te realiseren en is vorige week een waar publiciteitsoffensief begonnen. Hij bezocht onder meer het Laakkwartier waar een week eerder na een beleg van een dag twee terrorismeverdachten werden opgepakt, ging op bezoek bij de politie in de Amsterdamse straat waar Van Gogh werd vermoord, luisterde naar bezorgde allochtonen bij een afgebrande islamitische school in Uden en ging langs bij de bijzondere bijstandseenheid in Doorn. De premier kondigde aan door te gaan met zulke bezoeken.

De eenheid die de premier in het land probeert te herstellen, contrasteert wat met het gebrek daaraan in het kabinet. Afgezien van de verdeeldheid over artikel 147, doorbraken ministers sinds de moord op Van Gogh nog twee keer de eenheid van kabinetsbeleid. Minister Remkes nam afstand van collega Donner over de terrorismebestrijding en minister Dekker (Volkshuisvesting, VVD) wilde over de hypotheekrenteaftrek spreken terwijl het kabinet daar niets voor voelt.

Al met al geen fraai beeld, die over straat rollende bewindslieden, zo heet het in de wandelgangen. Maar hoe hard ze ook rollen, tot ongelukken zoals het wegsturen of opstappen van een minister heeft het niet geleid. De coalitie staat in de peilingen immers alleen maar op verlies, waarbij de VVD ziet dat de afgescheiden Wilders inmiddels in sommige peilingen meer zetels haalt (24) dan de hele VVD (21). Gevoegd bij de vijftig zetels waar de PvdA stabiel op staat, levert dat de coalitie geen aantrekkelijk perspectief op voor nieuwe verkiezingen.

Dit kabinet moet dus voorlopig door. Maar hoe? Balkenende vroeg enkele dagen na de moord op Van Gogh enkele departementale woordvoerders om een antwoord. Hun nota werd gisteren in de ministerraad besproken, maar lekte woensdagavond uit. De communicatie-ambtenaren roepen het kabinet erin op zichtbaar te zijn in de samenleving, daadkracht te tonen en aan te sluiten bij wat leeft. Maar vooral: ,,Eenheid uit te stralen.''

De premier ziet daarin voor zichzelf de hoofdrol, zo liet hij dinsdag de Eerste Kamer weten. Trots meldde Balkenende dat hij de bij het godslastering-debat betrokken bewindslieden bij zich had geroepen in het Torentje zodat ,,onder mijn leiding'' de eenheid van kabinetsbeleid weer was hersteld. En ach, eigenlijk was er ook niet zoveel aan de hand, suggereerde hij gisteren. Donner die een voorstel doet over godslastering dat door Verdonk, De Graaf en later de Kamer wordt afgeschoten, dat is in de beleving van de premier ,,een bedrijfsongevalletje''.

INTERVIEW ROUVOET: pagina 35